Materiële en sociale deprivatie

Materiële en sociale deprivatie in 2020

Huishoudens

Table of Contents

    Materiële en sociale deprivatie in 2020

    In 2020 werd 11% van de Belgische bevolking geconfronteerd met een situatie van materiële en sociale deprivatie. 

    Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau. Deze resultaten komen uit de EU-SILC-enquête 2020. 

    • Er zijn uitgesproken verschillen tussen de drie gewesten:  20,5% van de Brusselaars bevond zich in een precaire situatie, terwijl het in Wallonië om 15,8% en in Vlaanderen om 6,6% van de bevolking ging.  
    • In 2020 was ongeveer een kwart van de Belgen financieel niet in staat om een onverwachte uitgave te doen en kon 2,2% zich thuis geen internetverbinding veroorloven.
    • Alleenstaande ouders en hun kinderen hadden het beduidend zwaarder dan de andere categorieën. 28,6% van hen bevond zich in een situatie van materiële en sociale deprivatie.
    • Bovendien is het aandeel van de bevolking dat leeft in een huishouden dat verklaarde (grote) moeilijkheden te hebben om de eindjes aan elkaar te knopen 16,7%. 
    • Tot slot schatte 10,4% van de bevolking dat hun totale inkomen in 2020 is gedaald ten opzichte van 12 maanden eerder en 5,3% verwacht dat hun totale inkomen in de komende 12 maanden zal dalen.

    Percentage van de bevolking dat materieel en sociaal gedepriveerd is

    Materiële en sociale deprivatie - België 2019 2020
    Totaal 11,0% 11,0%
    Per gewest
    Brussels Hoofdstedelijk Gewest 21,2% 20,5%
    Vlaams Gewest 6,5% 6,6%
    Waals Gewest 15,9% 15,8%
    Per geslacht
    Mannen 10,8% 10,6%
    Vrouwen 11,3% 11,5%
    Per leeftijdsgroep
    0-17 13,1% 11,9%
    18-24 8,5% 10,4%
    25-49 11,4% 11,4%
    50-64 12,7% 13,2%
    65+ 7,0% 7,2%
    Per type van huishouden
    1 volwassene met kind(eren) 29,7% 28,6%
    2 volwassenen met kind(eren) 8,6% 9,2%
    2 volwassenen zonder kind, van wie minstens 1 ouder dan 64 jaar 4,9% 4,4%
    2 volwassenen zonder kind ,jonger dan 65 jaar 8,6% 7,5%
    Alleenstaand 18,4% 18,7%
    Andere 7,6% 7,6%

    Materiële en sociale deprivatie items in België en de gewesten - 2020

      Financiële onmogelijkheid om: BE BRL VG WG
    1. rekeningen op tijd te betalen 5,6% 9,3% 3,6% 8,2%
    2. een week vakantie per jaar te nemen buitenshuis 21,5% 28,2% 14,5% 31,9%
    3. minstens om de twee dagen vlees, kip of vis te eten 3,7% 7,5% 1,4% 6,6%
    4. een onverwachte uitgave te doen 23,3% 38,5% 13,3% 36,4%
    5. een persoonlijke wagen te bezitten 6,3% 18,3% 4,0% 6,3%
    6. de woning degelijk te verwarmen 4,1% 7,3% 1,8% 7,3%
    7. beschadigde of versleten meubels te vervangen 15,1% 23,8% 10,7% 20,2%
    8. versleten kledij te vervangen door nieuwe kledij 8,6% 15,2% 6,2% 10,9%
    9. twee paar schoenen in goede staat te hebben 2,8% 1,6% 2,8% 3,1%
    10. thuis toegang tot internet te hebben 2,2% 3,3% 1,7% 2,6%
    11. minstens éénmaal per maand met vrienden of familie af te spreken om iets te eten of te drinken 11,0% 19,6% 8,1% 13,4%
    12. regelmatig deel te nemen aan vrijetijdsactiviteiten 13,7% 22,7% 8,9% 19,3%
    13. wekelijks een bedrag uit te geven voor persoonlijke behoeften 13,0% 25,4% 7,9% 18,0%

    Is uw totale beschikbare gezinsinkomen van de afgelopen maand hoger, min of meer gelijk aan of lager dan 12 maanden geleden?

      2019 2020
    Hoger 29,3% 26,0%
    Min of meer gelijk 61,8% 63,6%
    Lager 8,9% 10,4%

    In vergelijking met deze maand, schat u dat het totale beschikbare inkomen van uw huishouden in de komende 12 maanden zal stijgen, min of meer gelijk zal blijven of zal dalen?

      2019 2020
    Stijgen 15,4% 15,2%
    Min of meer gelijk blijven 80,2% 79,4%
    Dalen 4,3% 5,3%

     

    Tijdens het veldwerk van SILC 2020 brak in België de COVID-pandemie uit. De getroffen maatregelen hebben een substantiële impact gehad op de dataverzameling. Hier vindt u een overzicht van de wijzigingen die aan de enquête werden aangebracht. Hierdoor zijn de resultaten van SILC 2020 moeilijk te vergelijken met die van SILC 2019.

    Tabel
    Content

    Percentage van de bevolking dat materieel en sociaal gedepriveerd is

    Materiële en sociale deprivatie - België 2019 2020
    Totaal 11,0% 11,0%
    Per gewest
    Brussels Hoofdstedelijk Gewest 21,2% 20,5%
    Vlaams Gewest 6,5% 6,6%
    Waals Gewest 15,9% 15,8%
    Per geslacht
    Mannen 10,8% 10,6%
    Vrouwen 11,3% 11,5%
    Per leeftijdsgroep
    0-17 13,1% 11,9%
    18-24 8,5% 10,4%
    25-49 11,4% 11,4%
    50-64 12,7% 13,2%
    65+ 7,0% 7,2%
    Per type van huishouden
    1 volwassene met kind(eren) 29,7% 28,6%
    2 volwassenen met kind(eren) 8,6% 9,2%
    2 volwassenen zonder kind, van wie minstens 1 ouder dan 64 jaar 4,9% 4,4%
    2 volwassenen zonder kind ,jonger dan 65 jaar 8,6% 7,5%
    Alleenstaand 18,4% 18,7%
    Andere 7,6% 7,6%

    Doel en korte beschrijving.

    EU-SILC (European Union – Statistics on Income and Living Conditions) is een enquête naar inkomens en levensomstandigheden en een belangrijk instrument om zowel op Belgisch als op Europees niveau armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen.

    De doelstelling van deze enquête is te komen tot een globaal kader voor de productie van 'communautaire' statistische gegevens betreffende inkomen en levensomstandigheden (EU-SILC), met inbegrip van zowel coherente cross-sectionele als longitudinale gegevens over inkomen en armoede (niveau, samenstelling, ...) op nationaal en Europees niveau.

    Populatie

    Private huishoudens

    Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

    CAPI (Computer Assisted Personal Interview) – Omwille van de COVID-19 situatie tijdelijke overgeschakeling naar CATI (Compter Assisted Telephone Interview)

    Respons

    60% (N= ± 6000 huishoudens).

    Frequentie

    Jaarlijks.

    Timing publicatie

    Niet gekend (als gevolg van een ingrijpende hervorming van de enquête).

    Formulieren

    Definities

    Risico op armoede of sociale uitsluiting (AROPE)

    Risico op armoede of sociale uitsluiting, afgekort AROPE, verwijst naar de situatie waarin personen geconfronteerd worden met minstens één van de 3 volgende armoederisico’s: monetaire armoede, ernstige materiële deprivatie of leven in een huishouden met zeer lage werkintensiteit. De AROPE-graad, het aandeel van de totale bevolking dat een risico op armoede of sociale uitsluiting loopt, is de belangrijkste indicator om armoede op te volgen in het kader van de strategie “Europa 2020”.

    Armoederisico = Risico op monetaire armoede (AROP)

    Het armoederisico (AROP) verwijst naar het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen (na sociale transfers) dat onder de armoededrempel ligt.

    De indicator meet geen rijkdom of armoede in sé, maar een laag inkomen in vergelijking met anderen in dat land. Dit impliceert niet noodzakelijk een lage levensstandaard.

    Armoederisico voor sociale transfers: Percentage personen waarvan het equivalent inkomen na deductie van alle sociale transfers onder de armoededrempel valt.

    Armoederisico voor sociale transfersexclusief pensioenen: Percentage personen waarvan het equivalent inkomen na deductie van sociale transfers, met uitzondering van pensioen, onder de armoededrempel valt.

    Ernstige materiële deprivatie (SMD)

    De mate van materiële deprivatie is een indicator die het onvermogen uitdrukt om sommige items die door de meeste mensen worden beschouwd als wenselijk of zelfs noodzakelijk om een adequaat leven te leiden, te veroorloven. De indicator maakt onderscheid tussen personen die een bepaald goed of een bepaalde dienst niet kunnen betalen, en degenen die dit goed of deze dienst niet hebben om een andere reden, bijvoorbeeld omdat ze het niet willen of niet nodig hebben.
    De indicator meet het percentage van de bevolking dat zich ten minste drie van de volgende negen items niet kan veroorloven:

    1. om hun huur, hypotheek of nutsrekeningen te betalen;
    2. om hun huis voldoende warm te houden;
    3. om onverwachte uitgaven te maken;
    4. regelmatig eten van vlees of eiwitten;
    5. om op vakantie te gaan;
    6. een kleurentelevisie;
    7. een wasmachine;
    8. een auto;
    9. een telefoon.

    Ernstige mate van materiële deprivatie (SMD) wordt gedefinieerd als het gedwongen onvermogen om te betalen voor ten minste vier van de bovengenoemde items.

    Lage werkintensiteit (LWI)

    De indicator personen die leven in huishoudens met een zeer lage werkintensiteit, wordt gedefinieerd als het aantal personen in een huishouden waar de leden in beroepsactieve leeftijd minder dan 20% van hun totale potentieel werkten gedurende de voorgaande twaalf maanden.
    De werkintensiteit van een huishouden is de verhouding van het totale aantal maanden dat alle leden van het huishouden in de werkende leeftijd hebben gewerkt tijdens het inkomensreferentiejaar en het totale aantal maanden dat dezelfde leden van het huishouden theoretisch in dezelfde periode zouden kunnen gewerkt hebben.
    Een werknemer in de werkende leeftijd is een persoon van 18-59 jaar, met uitsluiting van studenten in de leeftijdsgroep tussen 18 en 24 jaar.
    Huishoudens die alleen uit kinderen, studenten van minder dan 25 jaar en/of mensen van 60 jaar of ouder bestaan, zijn volledig uitgesloten van de indicatorberekening.

    Meer definities...

    Opmerkingen

    Breuk in de reeks in 2013 betreffende de werklozen - Tot 2012 werden bruggepensioneerden op basis van de aard van hun inkomen beschouwd als werklozen.

    Vanaf 2013 werd deze categorie mensen ingedeeld bij de gepensioneerden, mensen met vervroegd pensioen of mensen ter beschikking gesteld voorafgaand aan het pensioen. Dat sluit beter aan bij de onderverdeling die Eurostat beoogt, en waarin staat dat bruggepensioneerden alleen als werklozen mogen worden beschouwd als ze de intentie hebben om de arbeidsmarkt opnieuw te betreden.

    De stijging van het armoedecijfer bij werklozen in 2013 heeft dus een technische oorzaak en geeft geen wijziging van de reële situatie weer.

    SILC 2016 tot 2018: cijfers herzien op 12/03/2020

    SILC 2019: breuk in tijdsreeks als gevolg van een ingrijpende hervorming van de enquête 

    SILC 2020: Impact COVID-19 situatie op resultaten SILC 2020

    Metadata

    Rapporten en artikels