Beroepen in België

Vrouwenberoepen en mannenberoepen (2016)
Content
Aandeel vrouwen t.o.v. alle werkenden, in % van het totaal 2016 Aandeel mannen t.o.v. alle werkenden, in % van het totaal 2016
Vrouwen - alle beroepen 46,2% Mannen - alle beroepen 53,8%
Vroedvrouwen > 99% Betonwerkers > 99%
Schoonheidsspecialisten en dergelijke > 99% Bedieners van grondverzetmachines en dergelijke > 99%
Medisch secretaressen 97,6% Vuilnisophalers en ophalers van afval bestemd voor recyclage > 99%
Onderwijzers in het kleuteronderwijs 97,5% Elektriciens (in gebouwen en dergelijke) > 99%
Huishoudelijke hulpen en schoonmakers in particuliere huishoudens 97,2% Ingenieurs mechanica > 99%
Verzorgenden thuiszorg 96,6% Polyvalente bouwvakkers (inclusief bouwaannemers die meewerken op de werf) > 99%
Verzorgend personeel in kinderdagverblijven, crèches en dergelijke en onthaalmoeders 94,8% Metselaars en dergelijke > 99%
Audiologen en logopedisten 93,2% Installateurs van elektrische apparatuur 98,9%
Secretariaatsmedewerkers, algemeen 93,0% Timmerlui en schrijnwerkers 98,8%
Verzorgenden in ziekenhuizen, verpleeginstellingen en dergelijke instellingen 92,1% Vloerleggers en tegelzetters 98,4%
Farmaceutisch-technisch assistenten en apothekersassistenten 91,2% Onderofficieren 98,4%
Bureausecretaressen en directieassistenten 89,7% Loodgieters 98,2%
Personeel voor het wassen en strijken met de hand 89,6% Plaatwerkers 98,1%
Onderwijsassistenten 87,5% Vrachtwagenchauffeurs 98,1%
Psychologen 86,4% Installateurs en onderhoudsmonteurs op het gebied van informatie- en communicatietechnologie 98,0%
Verpleegkundigen (intermediair niveau) 86,2% Monteurs en reparateurs van motorvoertuigen 98,0%
Specialisten op het gebied van de gezondheidszorg, niet elders geclassificeerd 86,1% Kraandrijvers en bedieners van takels en dergelijke 97,8%
Verpleegkundig kaderpersoneel 85,3% Dakdekkers 97,5%
Kassiers en ticketverkopers 85,2% Toezichthoudend personeel in de bouwnijverheid 97,4%
Onderwijzers in het lager onderwijs 84,1% Stukadoors 97,3%

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De enquête naar de arbeidskrachten (EAK) is een sociaal-economische steekproefenquête bij huishoudens. Haar voornaamste doelstelling is de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie. De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15 jaar oud of meer

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit inactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks worden in België ongeveer 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Respons

De respons bedraagt + 75%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Definities

Werklozen (IAB): Volgens de criteria van het Internationaal Arbeidsbureau, behoren tot de werklozen alle personen van 15 jaar en ouder die: (a) tijdens de referentieweek zonder werk waren (b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek (c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Personen met een betrekking (IAB): Personen met een betrekking zijn alle personen van 15 jaar en ouder die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor loon of salaris of voor winst, of die een baan hadden maar tijdelijk afwezig waren. Daar horen ook de meewerkende familieleden bij. De personen met een betrekking worden onderverdeeld in drie groepen volgens hun beroepssituatie:

Loontrekkenden: Loontrekkenden zijn alle personen van 15 jaar of ouder die tijdens de referentieweek minstens één uur werk verrichtten (met of zonder formeel contract) voor loon of salaris, of die tijdelijk niet op het werk aanwezig waren (omwille van ziekte, zwangerschapsverlof, vakantie, sociaal conflict, weersomstandigheden of andere redenen) en die een formele band met hun baan hebben.

Niet-loontrekkenden: Niet-loontrekkenden zijn alle personen die niet in dienst werken van een werkgever en die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor winst of die tijdens de referentieweek tijdelijk afwezig waren. Hierbij horen de zelfstandigen (zonder personeel) en werkgevers (met personeel) en de niet-vergoede helpers.

Beroepsbevolking: De beroepsbevolking of de actieve bevolking (15 jaar en meer) bestaat uit de personen met een betrekking (werkende personen) en de werklozen.

Werkloosheidsgraad: De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkenden + werklozen) van 15 tot 64 jaar weer.

Werkgelegenheidsgraad: De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage werkende personen in een bepaalde leeftijdsgroep (15-64 jaar, 20-64 jaar,…) weer.

Activiteitsgraad: De activiteitsgraad geeft het percentage beroepsbevolking (werkende personen en werklozen) in de bevolking van 15 tot en met 64 jaar weer.

Onderwijsniveau (3 klassen): Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Metadata

Methodologie enquêtes

Wetgeving