Gezondheid en welzijn

Sterke link tussen armoede en gezonde levensstijl

Huishoudens
Sterke link tussen armoede en gezonde levensstijl

17 oktober – Internationale dag voor de uitroeiing van armoede

57,2% van de Belgen sport wekelijks. Toch zijn er grote verschillen: 37,7% van de Belgen die een risico op armoede of sociale uitsluiting lopen, zegt wekelijks te sporten. Bij landgenoten die zich niet in een precaire situatie bevinden, geeft 61,6% aan wekelijks aan sport te doen. Dat blijkt uit nieuwe resultaten die Statbel, het Belgische statistiekbureau, publiceert naar aanleiding van de internationale dag voor de uitroeiing van armoede. De cijfers komen uit de enquête naar de inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) van 2022, waarbij meer dan 6.500 Belgische huishoudens werden bevraagd over hun inkomen, levensomstandigheden en gezondheid. Naast sport werden ook vragen gesteld over de consumptie van groenten, fruit, alcohol, tabak en elektronische sigaretten.

Mensen met een armoederisico sporten minder vaak op wekelijkse basis

Tegenover 57,2% Belgen die wekelijks sporten staan 42,8% Belgen die minder frequent (7,8%) of nooit (35%) aan sport doen. Wekelijkse sporters zijn iets vaker mannen (60,1%) dan vrouwen (54,2%). Verder valt op dat werkenden (62,7%) vaker wekelijks sporten dan werklozen (46,6%), gepensioneerden (52,6%) en andere inactieven (50,6%). Opvallende verschillen tekenen zich af wanneer armoede-indicatoren in rekening worden gebracht[1]:

  • Het aandeel wekelijkse sporters stijgt naargelang het inkomen stijgt. Heel concreet zien we dat 40,2% van de personen uit de laagste inkomens wekelijks sport, wat stijgt tot 71,2% van de personen uit de hoogste inkomens.
  • 39,1% van de personen met een monetair armoederisico (AROP) sport wekelijks, tegenover 59,8% van de niet-AROP populatie.
  • 36,9% van personen die in een huishouden met lage werkintensiteit (LWI) wonen sport minstens één keer per week, daar waar dit 62,2% is van de niet-LWI-groep.
  • 23% van de personen die ernstig materiaal en sociaal gedepriveerd (SMSD) zijn sport wekelijks, terwijl dit 59,1% is van de niet-SMSD-populatie.
  • Van de personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting (AROPE) gaat 37,7% wekelijks sporten. Voor mensen die zich niet in dergelijke kwetsbare situatie bevinden is dat 61,6%.

Ook verschillen tussen bevolkingsgroepen in fruit- en groenteconsumptie

De gezondheidsmodule in SILC 2022 bevatte eveneens vragen omtrent de fruit- en groenteconsumptie van de Belgen van 16 jaar en ouder. Waar 61,1% van de Belgen één of meerdere keren per dag fruit eet, is dat minder dan één keer per week of nooit voor 7,7% van de Belgen. Vrouwen (66,8% dagelijks) hebben bovendien een hogere consumptie dan mannen (55,3% dagelijks). Ook die van hoogopgeleiden (67,5% dagelijks) is hoger dan van laagopgeleiden (54% dagelijks), en die van gepensioneerden (68,1% dagelijks) en werkenden (61,3% dagelijks) is hoger dan van werklozen (45,7% dagelijks). Er zijn eveneens sterke verschillen naargelang de leeftijd, waarbij 56,4% van de jongeren tussen 16 en 24 jaar minstens één keer per dag fruit eet, tegenover 68,4% van de 65-plussers. Bovendien valt ook hier een verschil op naargelang de armoedestatus:

  • 53,8% van de personen met een monetair armoederisico eet dagelijks fruit, tegenover 62,3% van de groep zonder dit risico.
  • 42,1% van de personen die in een huishouden wonen met lage werkintensiteit consumeert minstens één keer per dag fruit, daar waar dit 61% is voor de anderen.
  • SMSD-status: 34,4% van de personen die onvoldoende financiële middelen hebben om zich een gangbare levensstandaard te veroorloven eet dagelijks fruit, tegenover 62,7% van de personen die zich niet in deze precaire situatie bevinden.
  • Waar 50,2% van de AROPE-personen dagelijks fruit eet, loopt dit op tot 63,6% voor de niet-AROPE-groep.

De cijfers van de groenteconsumptie liggen hoger: 79,7% van de Belgen eet dagelijks groente, tegenover 1,1% die dat minder dan één keer per week of nooit eet. Opnieuw is de consumptie hoger bij vrouwen (82,5%) dan bij mannen (76,9%), hoger bij hoogopgeleiden (87,3%) dan bij laagopgeleiden (70%), en hoger bij werkenden (82,2%) en gepensioneerden (84,3%) dan bij werklozen (60,8%). Ook de kloof naargelang armoedestatus is aanwezig:

  • AROP: 65% van de AROP-groep eet dagelijks groente, tegenover 81,9% van de niet-AROP groep.
  • LWI: 55% van de LWI-groep eet dagelijks groente, tegenover 81,5% van de niet-LWI-groep.
  • SMSD: 49,7% van de SMSD-groep eet dagelijks groente, tegenover 81,4% van de niet-SMSD-groep.
  • AROPE: 62,8% van de AROPE-groep eet dagelijks groente, tegenover 83,6% van de niet-AROPE-groep.

Meer dan een kwart van de Belgen drinkt geen alcohol

Ook alcoholconsumptie werd bevraagd. Meer dan een kwart van de bevolking (27,5%) van 16 jaar en ouder drinkt helemaal geen alcohol, terwijl 9,4% dit dagelijks consumeert. Voor 28,7% is dat enkele keren per week, en voor 20,9% enkele keren per maand. Tot slot drinkt 13,5% van de bevolking enkele keren per jaar alcohol. Opnieuw tekenen zich verschillen op:

  • Mannen drinken vaker dagelijks alcohol dan vrouwen (12,8% tegenover 6,1%), en onthouden zich minder (22% tegenover 32,8%).
  • Gepensioneerden (17,3%) en werklozen (12,2%) drinken vaker dagelijks alcohol dan werkenden (7,2%), maar tegelijkertijd zijn werklozen (42,7%) ook vaker geheelonthouders dan gepensioneerden (26,5%) en werkenden (19,4%).

Met betrekking tot dagelijkse consumptie is er amper een verschil naar gelang het inkomen. De cijfers schommelen tussen 7,5% (4de inkomenskwintiel) en 10,6% (2de inkomenskwintiel). Inkomensverschillen zijn er dan wel weer wanneer het gaat over de onthouders. Hoe hoger het inkomen, hoe lager het aandeel geheelonthouders: 47,3% van de laagste inkomens drinkt geen alcohol, tegenover 13,4% van de hoogste inkomens.

Naargelang de armoede-indicatoren AROP, LWI, SMSD en AROPE valt er zo goed als geen verschil op te maken in dagelijks alcoholgebruik tussen personen in de risicogroep en zij die daarbuiten vallen. De verschillen situeren zich uitgesproken bij de onthouders: 49,7% van de AROP-groep drinkt helemaal geen alcohol, tegenover 24,1% van de niet-AROP-groep. Voor LWI zijn de cijfers vergelijkbaar met respectievelijk 51,5% en 24,2%; net zoals voor SMSD (respectievelijke 54,9% en 25,9%). Tot slot tonen de cijfers eveneens dat 48,6% van de personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting helemaal geen alcohol drinkt, daar waar dat 22,6% is voor de personen die dergelijk risico niet lopen.

Meer dan vier vijfde van de Belgen gebruikt geen tabak en elektronische sigaretten

De consumptie van tabak en elektronische sigaretten ziet er volledig anders uit: 83,3% van de Belgen gebruikt deze niet, 14,3% consumeert deze dan weer dagelijks. Een hogere consumptie valt op bij werklozen (28,8%), huurders (24,5%), laagopgeleiden (20,6%), alleenstaanden (20,3%), de laagste inkomens (20,3%), de 50- tot 64-jarigen (18,2%) en mannen (17,9%).

Opnieuw is er een link met de armoedesituatie:

  • 20% van de personen met een monetair armoederisico consumeert dagelijks tabaksproducten of elektronische sigaretten, tegenover 13,4% van de personen die dit risico niet lopen.
  • 29,9% van de personen die in een huishouden met lage werkintensiteit wonen consumeert dit dagelijks, tegenover 14,2% van de personen die zich niet in die situatie bevinden.
  • Voor ernstige materiële en sociale deprivatie gaat het over 35,4% van de SMSD-groep en 13% van de anderen.
  • 23,8% van de Belgen met een risico op armoede of sociale uitsluiting consumeert dagelijks tabaksproducten of elektronische sigaretten, tegenover 12,1% van de personen die geen dergelijk armoederisico lopen.

Een belangrijke kanttekening bij al deze cijfers is dat zij niet pretenderen dat een minder gezonde levensstijl leidt tot armoede, of dat armoede leidt tot een minder gezonde levensstijl. Op basis van deze cijfers kunnen geen causale claims gedaan worden, er kan uitsluitend een samenhang vastgesteld worden.

Deze enquête wordt uitgevoerd met een subsidie van Eurostat

Medegefinancierd door de Europese Unie

[1]


[1] Definities van deze indicatoren zijn beschikbaar op de Statbel website.