Deeltijds werk

Bijna 44% van de loontrekkende vrouwen werkt deeltijds.

Werk & Opleiding
Bijna 44% van de loontrekkende vrouwen werkt deeltijds.
  • Bijna 44% van de loontrekkende vrouwen werkt deeltijds. Bij mannen werkt 11,3% niet voltijds.
  • 4/5de werken is het populairste deeltijdse regime.
  • Voor loontrekkende vrouwen zijn de belangrijkste redenen om deeltijds te werken ‘andere persoonlijke of familiale redenen’ (25,3%), gevolgd door ‘zorg voor kinderen of afhankelijke personen’ (24,6%) en ‘de gewenste job wordt enkel deeltijds aangeboden’ (16,7%). Bij hun mannelijke tegenhangers zijn dit de voornaamste redenen: ‘andere persoonlijke of familiale redenen’ (21,8%), ‘de gewenste job wordt enkel deeltijds aangeboden’ (16,2%) en ‘vindt geen voltijds werk’ (12,7%).
  • 170.000 van de 1.156.000 deeltijds werkende personen wensen meer te werken.
Regime deeltijds
Content

Deeltijds werk bij loontrekkenden, volgens regime deeltijds werk en geslacht (2017)

In procenten 2017
Totaal Voltijds 72,7%
Deeltijds - 50% 10,6%
Deeltijds - 4/5de 12,8%
Deeltijds - andere 3,9%
Mannen Voltijds 88,6%
Deeltijds - 50% 4,1%
Deeltijds - 4/5de 5,3%
Deeltijds - andere 2,0%
Vrouwen Voltijds 55,5%
Deeltijds - 50% 17,8%
Deeltijds - 4/5de 20,9%
Deeltijds - andere 5,9%
Bovenstaande gegevens zijn afkomstig van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). In deze enquête wordt aan deeltijds werkende personen gevraagd wat de omvang is van hun deeltijdse betrekking uitgedrukt als percentage van een voltijdse betrekking. In deze tabel werden alle percentages van 40% tot en met 60% als halftijds (50%) beschouwd en alle percentages van 70% tot en met 90% als 4/5de (80%). De categorie 'deeltijds - andere' omvat percentages kleiner dan 40%, percentages tussen 60% en 70% en percentages hoger dan 90%.
In 2017 werd de Enquête naar de Arbeidskrachten grondig hervormd. Zo wordt vanaf 2017 met een roterend panel gewerkt, worden verschillende dataverzamelingsmodi gebruikt en werd de weegmethode herzien. Dit zorgt voor een breuk in de resultaten, waardoor de cijfers volgens de oude methode niet meer vergelijkbaar zijn met deze volgens de nieuwe methode.
Volgens sector
Content

Deeltijds werkende loontrekkenden (percentage t.o.v. alle loontrekkenden), volgens de sectie van de NACE-BEL 2008 en geslacht (2017)

Aandeel deeltijds werk Mannen Vrouwen Totaal
A Landbouw, bosbouw en visserij * * *
B Winning van delfstoffen * * *
C Industrie 7,6% 31,6% 13,6%
D Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht * * *
E Distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering * * *
F Bouwnijverheid 5,4% 37,7% 8,1%
G Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s en motorfietsen 12,7% 46,9% 28,5%
H Vervoer en opslag 8,9% 31,2% 13,4%
I Verschaffen van accommodatie en maaltijden 38,4% 56,8% 47,9%
J Informatie en communicatie 7,6% 35,5% 15,1%
K Financiële activiteiten en verzekeringen 10,3% 36,9% 24,4%
L Exploitatie van en handel in onroerend goed * * 28,5%
M Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 6,7% 35,8% 20,0%
N Administratieve en ondersteunende diensten 19,4% 58,9% 43,2%
O Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen 9,3% 36,0% 21,9%
P Onderwijs 17,8% 32,9% 28,5%
Q Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 20,1% 55,4% 48,5%
R Kunst, amusement en recreatie 20,1% 44,1% 31,9%
S Overige diensten * 47,9% 35,4%
T Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door huishoudens voor eigen gebruik * * *
U Extraterritoriale organisaties en lichamen * * *
Totaal 11,3% 43,8% 27,0%
* te gedetailleerde classificatie
In 2017 werd de Enquête naar de Arbeidskrachten grondig hervormd. Zo wordt vanaf 2017 met een roterend panel gewerkt, worden verschillende dataverzamelingsmodi gebruikt en werd de weegmethode herzien. Dit zorgt voor een breuk in de resultaten, waardoor de cijfers volgens de oude methode niet meer vergelijkbaar zijn met deze volgens de nieuwe methode.
Volgens motivatie
Content

Motivatie van de loontrekkenden om deeltijds te werken volgens geslacht (2017)

  Mannen Vrouwen Totaal
(Brug)pensioen 5,3% 1,2% 2,1%
Vindt geen voltijds werk 12,7% 6,4% 7,8%
Overgeschakeld van voltijds naar deeltijds omwille van bedrijfseconomische redenen 1,8% 0,6% 0,9%
Een andere (deeltijdse) betrekking vult de hoofdactiviteit aan 5,5% 2,9% 3,5%
Combinatie met studies 8,4% 3,1% 4,2%
Gezondheidsredenen (arbeidsongeschiktheid) 7,1% 6,1% 6,3%
Beroepsredenen (werksfeer of -omstandigheden, stress, pesterijen, …) 1,0% 0,7% 0,8%
Zorg voor kinderen of afhankelijke personen 6,2% 24,6% 20,6%
Andere persoonlijke of familiale redenen 21,8% 25,3% 24,6%
Wenst geen voltijdse betrekking 7,3% 8,2% 8,0%
De gewenste job wordt enkel deeltijds aangeboden 16,2% 16,7% 16,6%
Andere redenen 6,7% 4,1% 4,7%
Totaal 100,0% 100,0% 100,0%
In 2017 werd de Enquête naar de Arbeidskrachten grondig hervormd. Zo wordt vanaf 2017 met een roterend panel gewerkt, worden verschillende dataverzamelingsmodi gebruikt en werd de weegmethode herzien. Dit zorgt voor een breuk in de resultaten, waardoor de cijfers volgens de oude methode niet meer vergelijkbaar zijn met deze volgens de nieuwe methode.
Downloads

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De enquête naar de arbeidskrachten (EAK) is een sociaal-economische steekproefenquête bij huishoudens. Haar voornaamste doelstelling is de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie. De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15 jaar oud of meer

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit inactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks worden in België ongeveer 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Respons

De respons bedraagt + 75%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Definities

Werklozen (IAB): Volgens de criteria van het Internationaal Arbeidsbureau, behoren tot de werklozen alle personen van 15 jaar en ouder die: (a) tijdens de referentieweek zonder werk waren (b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek (c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Personen met een betrekking (IAB): Personen met een betrekking zijn alle personen van 15 jaar en ouder die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor loon of salaris of voor winst, of die een baan hadden maar tijdelijk afwezig waren. Daar horen ook de meewerkende familieleden bij. De personen met een betrekking worden onderverdeeld in drie groepen volgens hun beroepssituatie:

Loontrekkenden: Loontrekkenden zijn alle personen van 15 jaar of ouder die tijdens de referentieweek minstens één uur werk verrichtten (met of zonder formeel contract) voor loon of salaris, of die tijdelijk niet op het werk aanwezig waren (omwille van ziekte, zwangerschapsverlof, vakantie, sociaal conflict, weersomstandigheden of andere redenen) en die een formele band met hun baan hebben.

Niet-loontrekkenden: Niet-loontrekkenden zijn alle personen die niet in dienst werken van een werkgever en die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor winst of die tijdens de referentieweek tijdelijk afwezig waren. Hierbij horen de zelfstandigen (zonder personeel) en werkgevers (met personeel) en de niet-vergoede helpers.

Beroepsbevolking: De beroepsbevolking of de actieve bevolking (15 jaar en meer) bestaat uit de personen met een betrekking (werkende personen) en de werklozen.

Werkloosheidsgraad: De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkenden + werklozen) van 15 tot 64 jaar weer.

Werkgelegenheidsgraad: De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage werkende personen in een bepaalde leeftijdsgroep (15-64 jaar, 20-64 jaar,…) weer.

Activiteitsgraad: De activiteitsgraad geeft het percentage beroepsbevolking (werkende personen en werklozen) in de bevolking van 15 tot en met 64 jaar weer.

Onderwijsniveau (3 klassen): Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Metadata

Methodologie enquêtes

Wetgeving

parttime.svg

Zijn er vragen over dit thema?