Landbouweconomische rekeningen

Belgische landbouweconomische rekeningen 2025 

Landbouw & Visserij
Belgische landbouweconomische rekeningen 2025 

Statbel[1], het Belgische statistiekbureau, heeft de eerste ramingen van het inkomen van de landbouwers voor het jaar 2025 aan de Europese Commissie (Eurostat) gecommuniceerd.

Er wordt verwacht dat in 2025 de productiewaarde van de Belgische landbouwsector tegen basisprijzen globaal stabiel blijft ten opzichte van 2024 (+0,7 %). Er zijn echter erg verschillende ontwikkelingen tussen de plantaardige productie (-4,5%) en de dierlijke productie (+4,6%). De landbouwproducten stijgen in waarde, en ook de intermediaire consumptie neemt toe. Met een stijging van 1,2% van de kosten zou de netto toegevoegde waarde van de landbouw tegen basisprijzen met 0,6% dalen.

Akkerbouw

In 2025 zal de waarde van de graanproductie naar verwachting met 9,7% stijgen ten opzichte van 2024. Deze evolutie wordt verklaard door een stijging van de productie (+33,3%), waarvan de economische winst gedeeltelijk worden beperkt door de dalende prijzen (-17,7%). Net als de Belgische productie wordt ook de Europese productie hoger ingeschat dan in 2024, wat de prijzen onder druk zet.

De productiewaarde van de nijverheidsgewassen zou in 2025 met 13,5% dalen. Suikerbieten zullen waarschijnlijk bijzonder hard getroffen worden, met een daling van de productiewaarde van 22,5%. Wat de productie betreft, zou deze ondanks een vermindering van het ingezaaide areaal met 11,4% toenemen. Dankzij vroege zaaiingen en een zonnige zomer zijn de opbrengsten zeer goed wat betreft het tonnage en suikergehalte. De vergoeding voor telers zou dit jaar echter sterk dalen (-30,5%) door lagere contractuele basisprijzen en een suikermarkt die onder druk staat door de stijgende wereldproductie.

Tot slot, nog steeds in de akkerbouw, zal de aardappelindustrie waarschijnlijk ook een sterke daling kennen. De waarde van de aardappelproductie (inclusief pootplanten) zal naar verwachting met 21,0% dalen onder het gewicht van een vrije markt op zijn laagst. Het prijseffect bleef beperkt tot -32,2% dankzij de contractprijzen, die de daling op de markten gedeeltelijk compenseerden. Het volume-effect daarentegen was positief met +16,4%. Naar verwachting stijgt de productie door de combinatie van een toename van de oppervlakte (+7,2%) en de opbrengst (+8,6%).

Tuinbouw

De landbouwsector zal in 2025 naar verwachting een achteruitgang vertonen. De productiewaarde van verse groenten zou met 16,1% dalen ten opzichte van 2024, binnen de context van dalende producentenprijzen en een productie die over het algemeen stabiel is.

De productiewaarde van fruit daarentegen stijgt n 2025 met 10,2%. De weersomstandigheden waren dit voorjaar gunstig voor de bestuiving en groei in onze boomgaarden en de schattingen zijn daarbij optimistisch. Wat de productie van peren betreft, zou België een toonaangevende speler op Europees niveau blijven. Ook de productie van appels en kersen zou ook sterk stijgen. Het volume-effect zou 32,8% bedragen, terwijl de prijzen zouden dalen. Gezien de start van het seizoen op de appel- en perenmarkten wordt het prijseffect geschat op -17,0%. 

Dieren

De productiewaarde van dieren stijgt in 2025 met 1,6%.

De rundveesector profiteert van een prijsstijging (+30,3% op karkasprijzen). De structurele daling van de veestapel, in combinatie met gezondheidsproblemen en een daling van het aantal slachtingen in andere lidstaten, zijn allemaal factoren die de producentenprijzen opdrijven tot hogere niveaus dan in het verleden. Dankzij deze herwaardering zal de waarde van de rundveeproductie met 19,4% stijgen, ondanks een daling van de productievolumes.

De varkenssector daarentegen heeft de afgelopen maanden een prijsdaling gekend. Europa kampt in deze sector met een gebrek aan concurrentievermogen op de exportmarkt en de tarieven die China sinds september oplegt, verbeteren de situatie geenszins. De prijsdaling wordt geschat op ongeveer 15,0%, terwijl de productie voor het hele jaar stabiel zou blijven.

Dierlijke productie

De productiewaarde van dierlijke producten zou in 2025 met 9,4% stijgen. De zuivelsector zou de waarde van zijn productie met 6,4% zien stijgen. De melkproductie zou licht dalen (-4,2%), maar dit zou worden gecompenseerd door een stijging van de producentenprijzen (+11,1%).

Ten slotte zou de eiersector van een sterke groei profiteren, met een productiewaarde die met 27,9% zou stijgen. Deze geschatte stijging is voornamelijk te danken aan hogere producentenprijzen (+36,9%), in een context van een aanhoudende vraag en een aanbod dat wordt beperkt door milieu- en gezondheidsnormen.


[1] In samenwerking met de gewestelijke overheden en experten.

Tabel
Content

Landbouweconomische rekeningen (tegen lopende prijzen): waarden tegen basisprijs (mln €)

  2020 2021 2022 2023 2024 2025 raming 2025/2024 (%) Gemiddelde 2019-2023
1. Granen (incl. zaden) 490,1 680,8 823,8 581,6 416,6 456,8 9,7% 598,6
2. Nijverheidsgewassen 230,6 228,4 303,1 363,7 286,8 248,1 -13,5% 282,5
Suikerbieten 132,3 120,8 191,8 245,9 157,4 121,9 -22,5% 169,6
3. Voedergewassen 718,4 1.003,0 867,1 726,6 839,6 948,4 13,0% 830,9
4. Groenten en tuinbouwproducten 1.564,2 1.788,2 1.629,1 1.788,9 1.894,4 1.681,0 -11,3% 1.733,0
Verse groenten 985,1 1.124,9 1.047,9 1.225,2 1.344,4 1.128,5 -16,1% 1.145,5
Planten en bloemen 579,1 663,2 581,3 563,7 550,0 552,5 0,5% 587,5
5. Aardappelen (incl. pootgoed) 489,7 652,8 752,2 977,7 900,7 711,4 -21,0% 754,6
6. Fruit 526,1 553,8 532,6 694,0 648,9 714,9 10,2% 591,1
7. Andere plantaardige producten 27,9 27,9 26,7 28,9 30,1 31,6 5,1% 28,3
8. Plantaardige productie (1 tot 7) 4.047,0 4.934,7 4.934,7 5.161,5 5.017,1 4.792,2 -4,5% 4.819,0
9. Dieren 3.189,5 3.087,9 3.763,4 3.991,1 3.900,1 3.961,6 1,6% 3.586,4
Rundvee 1.055,8 1.124,2 1.306,7 1.245,3 1.252,8 1.495,4 19,4% 1.197,0
Varkens 1.470,3 1.294,2 1.644,5 2.032,8 1.884,7 1.605,1 -14,8% 1.665,3
Pluimvee 640,9 642,3 785,8 686,7 743,4 843,3 13,4% 699,8
10. Dierlijke producten 1.521,8 1.753,9 2.679,7 2.319,4 2.491,7 2.726,1 9,4% 2.153,3
Melk 1.396,3 1.620,9 2.436,9 1.979,2 2.142,4 2.280,5 6,4% 1.915,1
Eieren 124,3 131,9 238,5 334,6 345,0 441,2 27,9% 234,9
11. Dierlijke productie (9+10) 4.711,3 4.841,8 6.443,1 6.310,5 6.391,8 6.687,7 4,6% 5.739,7
12. Productie van landbouwgoederen (8+11) 8.758,3 9.776,5 11.377,8 11.472,0 11.408,9 11.479,9 0,6% 10.558,7
13. Productie van landbouwdiensten 235,9 285,3 316,3 324,6 337,0 343,0 1,8% 299,8
14. Landbouwproductie (12+13) 8.994,2 10.061,7 11.694,1 11.796,6 11.745,9 11.822,9 0,7% 10.858,5
15. Intermediair verbruik 6.585,7 7.621,3 8.856,6 8.069,2 7.809,0 7.905,2 1,2% 7.788,4
16. Afschrijving 822,5 878,6 912,4 808,2 833,2 833,2 0,0% 851,0
17. Netto toegevoegde waarde tegen basisprijzen (14-15-16) 1.586,1 1.561,8 1.925,2 2.919,2 3.103,7 3.084,5 -0,6% 2.219,2
18. Beloning van werknemers 690,8 747,0 845,6 876,1 899,6 923,9 2,7% 811,8
19. Andere belastingen op productie 2,9 3,7 2,2 7,4 7,4 7,4 0,0% 4,7
20. Andere subsidies op de productie 630,4 622,5 644,0 618,2 639,5 607,6 -5,0% 630,9
21. Opbrengst van de productiefactoren (17-19+20) 2.213,6 2.180,6 2.566,9 3.529,9 3.735,8 3.684,7 -1,4% 2.845,4
 

Doel en korte beschrijving

De landbouweconomische rekeningen (LER) bieden een systematisch en vergelijkbaar overzicht van de economische activiteit in de bedrijfstak landbouw. Zij omvatten de netto toegevoegde waarde (productierekening, d.i. de vergoeding van alle productiefactoren), het netto overschot van de exploitatie (exploitatierekening, d.i. de opbrengst van de grond, het kapitaal en de niet-bezoldigde arbeidskracht) en het netto bedrijfsinkomen (bedrijfsinkomensrekening, d.i. de vergoeding van de niet-bezoldigde arbeidskracht, van de gronden die eigendom zijn van de bedrijven en van het kapitaal). De netto toegevoegde waarde wordt enerzijds berekend tegen producentenprijzen (d.w.z. zonder rekening te houden met subsidies aan en belastingen op de productie) en anderzijds tegen factorkosten of tegen basisprijzen (waarbij rekening wordt gehouden met deze subsidies en belastingen). Zij worden opgemaakt voor alle landbouweconomische eenheden van het land, die vallen onder de bedrijfstak landbouw. Concreet omvat die bedrijfstak alle landbouwbedrijven die bij de landbouwenquêtes in mei worden bevraagd en die beantwoorden aan de definitie van een landbouwbedrijf die wordt gehanteerd bij die telling.

De LER zijn jaarlijks en worden afgesloten in september van het jaar dat volgt op het referentiejaar. Alle bronnen met statistische gegevens over landbouw, zowel binnen als buiten Statbel, worden gebruikt om deze rekeningen op te maken.