Landbouweconomische rekeningen

Inhaalbeweging voor de landbouwers in 2017

Landbouw & Visserij
Inhaalbeweging voor de landbouwers in 2017

De Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium heeft samen met de gewestelijke overheden en deskundigen de voorlopige schattingen van de Belgische landbouweconomische rekeningen opgemaakt voor het lopende jaar.

  • In 2017 herstelde de netto toegevoegde waarde in de landbouwsector, na een bijzonder moeilijk jaar 2016.
  • Granen, suikerbieten, melk en eieren duwen de waarde van de productie de hoogte in.
  • Ondanks een goede productie kenden de aardappelen een scherpe daling als gevolg van een sterke terugval van de prijzen.
  • De groenten gaan ook achteruit als gevolg van de sterke prijsdalingen voor enkele belangrijke producties (zoals de tomaten).
  • De stijging van de energieprijs is de belangrijkste factor van de stijging van de totale kosten van intermediair verbruik.

Het jaar 2017 werd gekenmerkt door een stijging van de netto toegevoegde waarde van de landbouwsector (+33%), na twee zeer slechte jaren (2014 en 2016) en een middelmatig jaar (2015). Deze geschatte toegevoegde waarde ligt 17% hoger dan het gemiddelde van 2012-2016. Als de afschrijvingen buiten beschouwing worden gelaten, steeg de bruto toegevoegde waarde met 21,4% ten opzichte van vorig jaar.

Het intermediair verbruik (specifieke kosten – met inbegrip van de productiemiddelen vervaardigd door het bedrijf – en algemene kosten, die voortvloeien uit de productie van het boekjaar) zal weliswaar stijgen (+3,3 %), voornamelijk als gevolg van de sterke stijging van de energiekosten (+13%). De waarde van de totale productie zou echter sterker moeten stijgen (+8,2%), vooral door de waardestijging van de dierlijke productie (+12,7%).

Evolutie van de totale waarde van de productie, het intermediair verbruik en de netto toegevoegde waarde (miljoen euro).

LER2007a_nl.png

Bij de gewassen was de evolutie het meest uitgesproken voor aardappelen, met een waardedaling van 32%. De productie was echter zeer goed, dankzij een zeer sterke toename van de beplante oppervlakten en behoorlijke rendementen. Maar de hele Europese productie stijgt en de prijzen waren in vrije val na de eerste oogsten. Zelfs wanneer er rekening wordt gehouden met contracten waarvan de prijzen stabieler zijn en die de prijsdaling op de vrije markt temperen, zullen de prijzen naar verwachting met bijna -50% dalen. Uiteindelijk zou de waarde van de productie met ongeveer een derde moeten dalen ten opzichte van het voorgaande jaar.

Omgekeerd zien granen, en meer bepaald tarwe, zowel de productie als de prijzen stijgen. De droogteperiode van het voorjaar en het begin van de zomer was zeer gunstig voor de rendementen, zodat de productie 27% hoger ligt dan in de voorgaande campagne ondanks een daling van de oppervlakten. Ook de prijzen stegen licht maar zijn momenteel neerwaarts gericht. Gezien deze recente ontwikkeling en indien deze in de loop van deze campagne wordt bevestigd, zal de waarde van de graanproductie misschien naar beneden moeten worden bijgesteld.

Bij de plantaardige productie valt de stijging van de suikerbieten op. Na een lange periode van daling waren de inzaaiingen in 2017 groter dan in 2016 (+12,4%). De rendementen waren ook uitstekend (ongeveer 96 ton/ha), met een hoog suikergehalte. De productie is dus opgeklommen met bijna 45%. Wat de markten betreft, is 2017 een cruciaal jaar, met de afschaffing van de quota en de prijzen voor telers die in overeenstemming worden gebracht met die op de wereldmarkt. Er is nog veel onzekerheid, maar we verwachten dat de prijs zal dalen, mede omdat de productie in de andere Europese landen ook sterk stijgt. Over het algemeen zou de waarde van de productie toch met ongeveer 30% moeten stijgen.

Fruit (appelen en peren) volgde een tegenovergestelde trend. Er is een zeer sterke daling van de productie (vooral voor appelen, die bijzonder geleden hebben onder de korte vorstperiode in april), die meer dan gecompenseerd werd door een aanzienlijke stijging van de prijzen. Uiteindelijk zou de waarde van de productie met 18% moeten stijgen.

Op het gebied van dierlijke productie moeten we twee speculaties vermelden die veel betere resultaten laten zien dan vorig jaar (dat inderdaad voor beide erg slecht was): melk en eieren. Wat melk betreft, zijn zowel de productie als de prijzen duidelijk in stijgende lijn. Wat de prijzen betreft, heeft het herstel dat in de tweede helft van vorig jaar werd ingezet, zich voortgezet en wordt een opwaartse trend sinds medio dit jaar opnieuw waargenomen. De productie kent een lichte stijging zoals in 2016. 

LER2007b_nl.png

De productie van eieren liep sterk terug (geschatte daling van -5%) wat zeker te maken heeft met de fipronilcrisis. De prijzen zijn daarentegen gestegen, vooral vanaf september. In oktober was de gemiddelde prijs bijna verdubbeld ten opzichte van de prijs in juli. Voor het hele jaar 2017 wordt er een geschatte stijging met bijna 47% voorzien ten opzichte van 2016. In dat geval zou de totale waarde van de productie met 40% stijgen. We mogen echter niet vergeten dat het vorige jaar zeer slecht is geweest. Als we 2017 met het gemiddelde van de periode 2012-2016 vergelijken, blijft de waarde van de productie onder dat gemiddelde.

Wat de dierlijke productie betreft, stellen we ten slotte vast dat de prijzen van varkensvlees zich in positieve zin ontwikkelen (+16% over het hele jaar ten opzichte van 2016). Hierdoor stijgt de waarde van de productie met 12,3%.

Samengevat kende 2017 een inhaalbeweging in vergelijking met het aanzienlijke inkomensverlies van het voorgaande jaar. Er zijn nettostijgingen van de totale waarde van de productie voor granen, nijverheidsgewassen (vooral suikerbieten), melk, eieren en, in mindere mate, voor varkensvlees en fruit. Voor granen en eieren ligt de productiewaarde echter onder het gemiddelde van de voorgaande vijf jaar. Voor aardappelen daarentegen was 2017 gekenmerkt door een scherpe terugval na een zeer goed jaar.

Tabel
Content

Landbouweconomische rekeningen (tegen lopende prijzen): waarden tegen basisprijs (miljoen euro) 2011-2017

  2012 2013 2014 2015 2016 2017 Voorlopig 2017/2016 (%) Gemiddelde 2012-2016
1. Granen (incl. zaden) 606,1 513,2 451,6 453,8 305,9 394,2 28,8% 466,1
2. Nijverheidsgewassen 291,2 255,9 231,3 217,3 198,6 262,2 32,0% 238,8
3. Voedergewassen 686,5 667,8 684,1 629,0 600,8 763,5 27,1% 653,6
4. Groenten en tuinbouwproducten 1.314,0 1.230,5 1.215,5 1.337,3 1.336,3 1.309,8 -2,0% 1.286,7
Verse groenten 731,5 716,7 702,6 839,9 858,9 790,3 -8,0% 769,9
Planten en bloemen 582,5 513,8 512,9 497,3 477,5 519,5 8,8% 516,8
5. Aardappelen (incl. zaden) 528,0 659,4 419,4 503,1 697,3 472,2 -32,3% 561,5
6. Fruit 496,4 413,5 426,2 462,7 428,8 343,3 -20,0% 445,5
7. Andere plantaardige producten 28,6 28,9 29,2 29,3 57,5 27,9 -51,5% 34,7
8. Plantaardige productie (1 tot 7) 3.950,9 3.769,2 3.457,3 3.632,4 3.625,3 3.573,0 -1,4% 3.687,0
9. Dieren 3.419,1 3.273,4 3.086,6 3.212,7 3.144,9 3.288,9 4,6% 3.227,3
Rundvee 1.161,6 1.108,3 1.060,0 1.132,3 1.057,7 1.077,1 1,8% 1.104,0
Varkens 1.657,2 1.626,2 1.479,9 1.380,2 1.356,1 1.522,3 12,3% 1.499,9
Pluimvee 561,8 499,5 506,9 661,7 665,1 651,3 -2,1% 579,0
10. Dierlijke producten 1.350,4 1.473,1 1.500,0 1.297,6 1.129,1 1.527,6 35,3% 1.350,0
Melk 1.106,5 1.289,8 1.297,8 1.097,2 1.014,9 1.368,5 34,8% 1.161,2
Eieren 243,4 182,8 201,7 199,9 113,6 158,6 39,6% 188,3
11. Dierlijke productie (9+10) 4.769,5 4.746,4 4.586,5 4.510,3 4.274,0 4.816,6 12,7% 4.577,3
12. Productie van landbouwgoederen (8+11) 8.720,3 8.515,6 8.043,9 8.142,7 7.899,3 8.389,6 6,2% 8.264,4
13. Productie van landbouwdiensten 78,8 79,6 80,3 81,0 81,8 83,3 1,9% 80,3
14. Landbouwproductie (12+13) 8.799,2 8.595,2 8.124,2 8.223,7 7.981,1 8.472,9 6,2% 8.344,7
15. Intermediair verbruik 6.102,7 6.302,2 5.981,7 5.829,5 5.825,8 6.019,9 3,3% 6.008,4
16. Afschrijving 771,9 793,6 800,1 800,0 796,7 804,7 1,0% 792,5
17. Netto toegevoegde waarde tegen basisprijzen (18-19) 1.924,6 1.499,4 1.342,3 1.594,2 1.358,5 1.648,3 21,3% 1.543,8
18. Beloning van werknemers 582,1 599,8 621,3 633,5 672,1 691,0 2,8% 621,7
19. Andere belastingen op productie 7,4 6,9 6,8 6,7 8,7 8,8 1,0% 7,3
20. Andere subsidies op de productie 638,4 597,6 643,0 644,7 611,1 595,8 -2,5% 627,0
21. Opbrengst van de productiefactoren (17-19+20) 2.555,6 2.090,1 1.978,5 2.232,2 1.960,9 2.235,3 14,0% 2.163,5
Indicator A (2010=100) * 107,9 88,2 80,0 86,6 82,6 99,8 20,8% 89,1
* Indicator A = index van de inkomen van de factoren per arbeidseenheid (reëel)

Doel en korte beschrijving

De landbouweconomische rekeningen (LER) bieden een systematisch en vergelijkbaar overzicht van de economische activiteit in de bedrijfstak landbouw. Zij omvatten de netto toegevoegde waarde (productierekening, d.i. de vergoeding van alle productiefactoren), het netto overschot van de exploitatie (exploitatierekening, d.i. de opbrengst van de grond, het kapitaal en de niet-bezoldigde arbeidskracht) en het netto bedrijfsinkomen (bedrijfsinkomensrekening, d.i. de vergoeding van de niet-bezoldigde arbeidskracht, van de gronden die eigendom zijn van de bedrijven en van het kapitaal). De netto toegevoegde waarde wordt enerzijds berekend tegen producentenprijzen (d.w.z. zonder rekening te houden met subsidies aan en belastingen op de productie) en anderzijds tegen factorkosten of tegen basisprijzen (waarbij rekening wordt gehouden met deze subsidies en belastingen). Zij worden opgemaakt voor alle landbouweconomische eenheden van het land, die vallen onder de bedrijfstak landbouw. Concreet omvat die bedrijfstak alle landbouwbedrijven die bij de landbouwenquêtes in mei worden bevraagd en die beantwoorden aan de definitie van een landbouwbedrijf die wordt gehanteerd bij die telling.

De LER zijn jaarlijks en worden afgesloten in september van het jaar dat volgt op het referentiejaar. Alle bronnen met statistische gegevens over landbouw, zowel binnen als buiten de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium, worden gebruikt om deze rekeningen op te maken.

Metadata

graan.svg

Zijn er vragen over dit thema?