Thuiswerken

Thuiswerk is een blijver

Werk & Opleiding
Thuiswerk is een blijver

De coronacrisis heeft het thuiswerken in verschillende sectoren mogelijk gemaakt. 33,9% van de werknemers werkte in 2022 regelmatig of soms thuis, tegenover 18,9% in 2019; de gevolgen van de COVID-crisis op lange termijn zijn duidelijk zichtbaar.

 

 

Het zijn de werknemers met een hoog opleidingsniveau die het vaakst gebruik maken van het thuiswerken met 54,7%. Dat percentage bedraagt 14,7% bij de middengeschoolde werknemers en 4,7% van de laaggeschoolden.

De activiteitensector die het meeste werknemers heeft die regelmatig of soms thuiswerken, is de informatie en communicatie (78,3%), gevolgd door de extraterritoriale organisaties (77,7%), en financiële activiteiten en verzekeringen (74,9%).

In 2022, waren de beroepen die toelieten om soms of regelmatig thuis te werken, de volgende:

  • Managers (64,6%)
  • Intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen (59,9%)
  • Administratief personeel (44,2%).

Thuiswerk loontrekkenden.xlsx

Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK):

Doel en korte beschrijving

De Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) is een socio-economische steekproefenquête die gehouden wordt bij de huishoudens. Het hoofddoel is de werkende bevolking (15 jaar en ouder) in drie categorieën (werkenden, werklozen en niet-actieven) te klasseren, en het verstrekken van beschrijvende en verklarende gegevens over elk van deze categorieën. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door EUROSTAT, de statistische dienst van de Europese Unie. In België wordt de EAK georganiseerd door Statbel. Het doel is het verkrijgen van informatie die vergelijkbaar is met het Europees niveau wat betreft de werkgelegenheids- en werkloosheidsgraad als gedefinieerd door het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), alsook het verzamelen en verspreiden van de gegevens die elders niet voorhanden zijn. Voorbeelden hiervan zijn de mobiliteit van de werknemers, de redenen van deeltijds werken, de verschillende vormen van deeltijds werken en van beroep, het opleidingsniveau van de werkende bevolking,... .

Onderzochte populatie

De leden van privéhuishoudens, met een leeftijd van 15 jaar of ouder.

Steekproefbasis

Demografische gegevens uit het Rijksregister.

Dataverzamelingsmethode en steekproefomvang

De informatie wordt verzameld via face-to-face-enquêtes. Sinds 2017 volgden er nog drie andere (kortere) enquêtes, die de gezinnen online of telefonisch beantwoord hebben.

Gezinnen die uitsluitend uit niet-beroepsactieve 64-plussers bestaan, mogen ook telefonisch ondervraagd worden.

Jaarlijks worden in België 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Responsgraad

De responsgraad ligt boven de 75%.

Frequentie

Trimestrieel

Timing van de publicatie

Beschikbaarheid van de resultaten: ongeveer 3 maanden na het einde van de referentieperiode.

Formulieren

Definities

Thuiswerk: Alle werk dat van thuis uit verricht wordt van de huidige hoofdbetrekking van de persoon. Werkenden in loondienst: Iedereen van 15 jaar of ouder, die in de loop van de referentieweek minstens één uur gewerkt heeft tegen betaling in geld of in natura (met of zonder formeel contract), of die tijdelijk afwezig is geweest van hun werk (omwille van ziekte, zwangerschapsverlof, vakantie, sociale conflicten, slechte weersomstandigheden of andere redenen) en die een formele link met hun werk heeft behouden.

Niet-loontrekkende tewerkstelling: Iedereen die tijdens de referentieweek niet minstens één uur voor een werkgever tegen winst heeft gewerkt, of die tijdelijk afwezig was. Het gaat om zelfstandigen (zonder personeel), werkgevers (met personeel) en niet-vergoede helpers.

Opleidingsniveau (3 groepen): Laaggeschoolden zijn personen die maximaal een diploma lager secundair onderwijs behaald hebben. Middengeschoolden zijn personen die een diploma hoger secundair onderwijs behaald hebben, maar geen diploma hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma hoger onderwijs behaald.

Metadata

Methodologie enquêtes

Reglementering