Transities op de arbeidsmarkt

9 op de 10 niet-beroepsactieven bleven niet-beroepsactief

Werk & Opleiding
9 op de 10 niet-beroepsactieven bleven niet-beroepsactief

Arbeidsmarkttransities tussen het eerste kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024

Statbel publiceert vandaag de transities op de arbeidsmarkt tussen het eerste kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024. Daaruit blijkt dat 9 op de 10 niet-beroepsactieven tussen het eerste kwartaal van 2023 en dat van 2024 niet-beroepsactief bleven. De meesten onder hen zijn ofwel gepensioneerd, ofwel student en dus niet onmiddellijk beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Daarnaast stellen we vast dat 27,4% van de werklozen van een jaar geleden doorstroomde naar werk, en 42,4% werkloos bleef. 30,2% van de werklozen werd niet-beroepsactief. Dit percentage ligt iets hoger dan de vorige kwartalen. Deze resultaten geven ook aan dat mensen nog vlot aan het werk blijven: 94.5% van de mensen die vorig jaar aan het werk waren, zijn nog steeds aan het werk.

Niet-beroepsactieven

De overgrote meerderheid van de niet-beroepsactieven is een jaar later nog steeds niet beroepsactief. Van de 3,36 miljoen mensen die in het eerste kwartaal van 2023 niet-beroepsactief waren, is 92,0% of 3,09 miljoen dat een jaar later nog steeds, een cijfer dat iets hoger ligt dan in het vorige kwartaal (90,5%). 5,5% of 190.000 personen zijn aan de slag gegaan en een klein percentage van 2,5% of 80.000 mensen heeft de overgang gemaakt naar werkloosheid. Merk op dat het hier steeds gaat over de IAB-definitie van werkloosheid, dit betekent dat men nu wel op zoek is naar werk en ook beschikbaar is voor een job, terwijl men dat een jaar eerder niet was.

We gaan in dit bericht dieper in op de groep die niet-beroepsactief blijft tussen het eerste kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024, in totaal 3,09 miljoen 15-74-jarige Belgen. We kijken hierbij naar hoe deze mensen zichzelf percipiëren: als gepensioneerd, student, arbeidsongeschikt of nog iets anders?

Met 42,8% vormen de gepensioneerden de grootste groep binnen de blijvend niet-beroepsactieven. Daarvan is 82,8% 65 jaar of ouder. Studenten vormen een tweede grote groep binnen de blijvend niet-beroepsactieven, namelijk 28,3% ervan of 87.000 jongeren. 95,4% van hen is jonger dan 25 jaar. 

De derde grootste groep is de groep met 430.000 arbeidsongeschikten wegens langdurige gezondheidsproblemen, die 14,0% van de blijvend niet-beroepsactieven uitmaken. Eén op vier van deze groep is tussen 45 en 54 jaar en bijna de helft is ouder dan 55 jaar. Dit betekent dat één op vier van de arbeidsongeschikten dus jonger is dan 45 jaar, maar niet kan werken wegens langdurige gezondheidsproblemen. Verder is er nog 10,5% van de blijvend niet-beroepsactieven die zich als huisvrouw of –man identificeert. Daarvan is 89,5% een vrouw.

Ten slotte is er nog 2,5% die zichzelf als werkloos percipieert, maar dus niet actief op zoek is naar werk of niet binnen de twee weken beschikbaar is voor een job. 2% identificeert zich niet als een van bovenstaande categorieën, en wordt bij ‘andere’ geclassificeerd.

We zien ook enkele opmerkelijke regionale verschillen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er een jongere bevolking en we zien duidelijk een minder groot aandeel gepensioneerden en een groter aandeel studenten in dit gewest. We zien verhoudingsgewijs ook meer arbeidsongeschikten en werklozen.  In het Vlaams Gewest zien we dan weer een hoger aandeel van oudere zelfgepercipieerde werklozen en een kleiner aandeel studenten en arbeidsongeschikten. We dienen hierbij echter wel de opmerking te maken dat er meer werkende studenten zijn in Vlaanderen: één op zes van de Vlaamse studenten werkt (en deze vallen dus niet onder de niet-beroepsactieven), terwijl dit in de andere gewesten duidelijk minder is. Het Waals Gewest situeert zich voor alle categorieën tussen het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Werkloos

De vorige kwartalen viel het op dat werklozen het moeilijker leken te hebben om de transitie naar werk te maken. Dit wordt in het eerste kwartaal van 2024 bevestigd. 27,4% van de werklozen in het eerste kwartaal van 2023 is een jaar later aan het werk. In absolute aantallen betekent dit dat van de 300.000 werklozen in het eerste kwartaal van 2023, er een jaar later 130.000 nog steeds werkloos zijn, 80.000 personen zijn aan het werk gegaan en 90.000 personen zijn niet-beroepsactief geworden (30,2%), dat wil zeggen dat ze niet meer op zoek zijn naar werk en/of niet beschikbaar zijn binnen de twee weken. 

We zien hier grote regionale verschillen: van de Vlaamse werklozen uit het eerste kwartaal van 2023 is 32,1% na een jaar nog werkloos. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waalse Gewest zien we hogere cijfers: in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komt het percentage dat werkloos blijft over een tijdspanne van 1 jaar op 56,1% en in het Waalse Gewest op 43,2%.

Werkend

Een zeer groot percentage van de mensen die een jaar geleden aan het werk waren, is ook nu nog aan het werk. 94,5% van de personen die in het eerste kwartaal van 2023 aan het werk waren, is dit in het eerste kwartaal van 2024 nog steeds. Daarnaast is 1,8% van de werkenden een jaar later werkloos geworden en 3,7% is niet-beroepsactief. Deze cijfers zijn vrij stabiel gebleven in vergelijking met het vorige kwartaal.

Achtergrond

Om de situatie van de arbeidsmarkt in te schatten, is het niet alleen belangrijk om te weten hoeveel mensen er werkloos, niet-beroepsactief en werkend zijn, maar ook hoeveel mensen van statuut veranderen binnen een gegeven tijdspanne. Hoeveel van de werklozen in dit kwartaal waren een jaar eerder ook al werkzoekend? Hoeveel van hen zijn aan het werk gegaan? Welk percentage werkenden was een jaar eerder ook al werkend? Vragen die beantwoord kunnen worden met de Enquête naar de Arbeidskrachten omdat dit een enquête is waarbij respondenten meerdere keren bevraagd worden.

We bespreken in dit persbericht de evolutie van het arbeidsmarktstatuut van mensen die een jaar geleden (eerste kwartaal van 2023) werkend, werkloos en niet-beroepsactief waren en vergelijken dat met hun statuut in het huidige kwartaal (eerste kwartaal van 2024). De focus ligt hierbij op de populatie van 15 tot en met 74 jaar. We publiceren daarnaast ook de vergelijking tussen het statuut in het vorige kwartaal (laatste kwartaal van 2023) en het statuut in het huidige kwartaal (eerste kwartaal van 2024). Deze cijfers worden in deze tekst niet besproken, maar zijn wel terug te vinden bij Cijfers op de website.

Hoe de statistiek van de transities op de arbeidsmarkt te interpreteren

Methodologische informatie

De hier voorgestelde cijfers zijn het resultaat van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), een enquête die geharmoniseerd is op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd. We maken het onderscheid tussen drie IAB-arbeidsmarktstatuten: werkend, werkloos en inactief. De gehanteerde definities bevinden zich hier.

Merk op dat tijdelijk werklozen die tijdelijk afwezig zijn van hun werk (d.w.z. minder dan drie maand) tot de werkenden worden gerekend. Tijdelijk werklozen die langer dan drie maand afwezig zijn ('langdurig tijdelijk werklozen'), worden, afhankelijk van de antwoorden op de vragen naar het zoeken naar werk en het beschikbaar zijn, tot de werklozen of inactieven gerekend.

De Enquête naar de Arbeidskrachten is een continue enquête, wat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De respondenten nemen vier keer deel: in 2 opeenvolgende kwartalen wel, in 2 kwartalen niet en dan weer in 2 kwartalen wel. Daardoor kunnen we observeren wat het arbeidsmarktstatuut van een bepaalde respondent in een kwartaal is, en een kwartaal en/of een jaar later: bv. is iemand die werkloos is ook nog werkloos in het daaropvolgende kwartaal en/of jaar?

Indien men dus spreekt van een bepaalde status in een bepaald kwartaal, is het per definitie de status in de referentieweek. Indien men aangeeft te werken in de referentieweek van kwartaal T en in de referentieweek van kwartaal T+1, dan wordt men tweemaal als werkend geteld. Er zijn natuurlijk een aantal gevallen die intussen bv. werkloos waren, maar dit ligt buiten het bestek van onze data.

De kwartaaltransities zijn de sommen van gewogen observaties van respondenten die in opeenvolgende kwartalen deelnemen (bv. 2019T4-2020T1, 2020T1-2020T2).

De kwartaalspecifieke jaartransities zijn de sommen van gewogen observaties van respondenten die in hetzelfde kwartaal van twee opeenvolgende jaren deelnemen (bv. 2019T1-2020T1).

De jaartransities zijn de gemiddelden van vier kwartaalspecifieke jaartransities voor twee opeenvolgende jaren (bv. 2019-2020).

Respondenten die in één van beide golven (= bevragingen) niet deelnamen, kunnen niet gebruikt worden in deze analyse. Respondenten in de longitudinale steekproef zijn in beide kwartalen minstens 15 en hoogstens 74 jaar oud.

De longitudinale steekproef wordt gekalibreerd naar de geschatte verdelingen van IAB-arbeidsmarktstatuut naar leeftijd, geslacht, regio, opleidingsniveau en nationaliteit in het begin- en eindkwartaal. De gepubliceerde cijfers zijn gebaseerd op de Enquête naar de Arbeidskrachten. Het zijn geen exacte cijfers maar benaderingen die gebaseerd zijn op de extrapolatie van een toevalssteekproef uit de Belgische bevolking. Bij de interpretatie van de cijfers dient hiermee rekening gehouden te worden . Wanneer het ongewogen aantal personen kleiner is dan 30, moeten de gegevens met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Definities

Onderwijsniveau:

Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.