Transities op de arbeidsmarkt

Arbeidsmarkt herstelt zich snel

Werk & Opleiding
Arbeidsmarkt herstelt zich snel

De arbeidsmarkt herstelt zich vrij snel van de covid-19-crisis, zo blijkt uit nieuwe cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau. Er zijn steeds meer mensen die in vergelijking met vorig jaar aan het werk blijven. Er slagen steeds meer werklozen in om een jaar later een job te vinden en ook het aantal mensen dat inactief blijft, daalt. Wat opvalt is de toenemende verschillen tussen laag-, midden- en hoogopgeleiden: hoogopgeleiden blijven vaker aan het werk, blijven minder vaak werkloos en minder vaak inactief. Statbel publiceert vandaag de transities op de arbeidsmarkt tussen het tweede kwartaal van 2020 (net bij het losbarsten van de covid-19-crisis) en het tweede kwartaal van 2021.

Inleiding

Om de situatie van de arbeidsmarkt in te schatten, is het belangrijk om te weten hoeveel mensen er werkloos worden en aan het werk blijven. De resultaten van de transities tussen 2020 en 2021 zijn hoopgevend: we zien dat de transitie van werkloosheid naar werkend verhoogt en minder mensen inactief blijven. Enkel het percentage mensen dat na een jaar nog steeds aan het werk is, ligt nog niet op het oude niveau.

We bespreken in dit persbericht de evolutie van het statuut van mensen die enerzijds een jaar geleden (tweede kwartaal van 2020) werkend, werkloos en inactief waren en vergelijken dat met hun statuut in het huidige kwartaal (tweede kwartaal van 2021). We publiceren ook de vergelijking tussen het statuut in het vorige kwartaal en het statuut in het huidige kwartaal, maar deze cijfers worden in deze tekst niet besproken.

Werkend

Een jaar na het begin van de covid-19-crisis kunnen we al iets duidelijker de impact op de transities in arbeidsmarkstatuut onderscheiden. Van de werkenden een jaar geleden is 92,1% nog steeds aan het werk. Dat cijfer ligt nog iets lager dan de 93-95% van de periode voor de crisis. 15 tot 29- jarigen slagen er in vergelijking met vorige kwartalen dan weer beter in om een job te behouden: 84,6% van de werkenden van een jaar geleden is in het tweede kwartaal van 2021 nog steeds aan het werk. Bij laaggeschoolden is dit percentage het laagst: 77,2% van de laaggeschoolden die in het tweede kwartaal van 2020 aan het werk waren, heeft na een jaar nog een job.

Werkloos

39,2% van de werkzoekenden is een jaar later aan het werk. Dat is het hoogste cijfer van de afgelopen vier jaar. Dat heeft ook tot gevolg dat er minder werklozen inactief worden: slechts 19,9% is niet meer beschikbaar of niet meer op zoek naar werk. 40,8% van de werklozen is een jaar later ook werkloos. In absolute aantallen: van de 245.000 werklozen zijn er een jaar later 100.000 nog steeds werkloos, 96.000 zijn aan het werk en 49.000 zijn inactief geworden. We zien hier zeer grote regionale verschillen: van de Vlaamse werklozen uit het tweede kwartaal van 2020 is 62,2% na een jaar terug aan de slag, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest slechts 26,3% en in het Waals Gewest slechts 23,9%. Ook bij jongeren is er een grote toename: 49,0% van hen vond het afgelopen jaar een job. Van de laagopgeleiden vond slechts 14,4% een job, tegenover 43,3% van de middenopgeleiden en 59,2% van de hoogopgeleiden.

Inactief

Bij de inactieven is er een lichte daling: 86,7% van de inactieven blijft inactief, tegenover 88,8% vorig kwartaal. 10,0% vond werk en 3,3% ging op zoek naar werk. Hoogopgeleide inactieven blijven het minst inactief: 71,8% van hen is een jaar later nog inactief. Ook mensen zonder Belgische nationaliteit maken iets vlotter de transitie: ‘slechts’ 75,2% blijft inactief.

Transities

De interpretatie van de transities tussen 2020 en 2021 wordt wel bemoeilijkt door een wijziging in de definitie van de werkenden in het nieuwe Europees kaderreglement: personen die langer dan drie maanden in tijdelijke werkloosheid zijn ('langdurig tijdelijk werklozen'), mogen niet meer bij de werkenden gerekend worden, maar bij de werklozen of inactieven - afhankelijk van de antwoorden op de vragen naar het zoeken naar werk en het beschikbaar zijn. De gehanteerde definities bevinden zich hier

Hoe de statistiek van de transities op de arbeidsmarkt te interpreteren

Methodologische informatie

De hier voorgestelde cijfers zijn het resultaat van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), een enquête die geharmoniseerd is op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd. We maken het onderscheid tussen drie IAB-arbeidsmarktstatuten: werkend, werkloos en inactief. De gehanteerde definities bevinden zich hier.

Merk op dat tijdelijk werklozen die tijdelijk afwezig zijn van hun werk (d.w.z. minder dan drie maand) tot de werkenden worden gerekend. Tijdelijk werklozen die langer dan drie maand afwezig zijn ('langdurig tijdelijk werklozen'), worden, afhankelijk van de antwoorden op de vragen naar het zoeken naar werk en het beschikbaar zijn, tot de werklozen of inactieven gerekend.

De Enquête naar de Arbeidskrachten is een continue enquête, wat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De respondenten nemen vier keer deel: in 2 opeenvolgende kwartalen wel, in 2 kwartalen niet en dan weer in 2 kwartalen wel. Daardoor kunnen we observeren wat het arbeidsmarktstatuut van een bepaalde respondent in een kwartaal is, en een kwartaal en/of een jaar later: bv. is iemand die werkloos is ook nog werkloos in het daaropvolgende kwartaal en/of jaar?

Indien men dus spreekt van een bepaalde status in een bepaald kwartaal, is het per definitie de status in de referentieweek. Indien men aangeeft te werken in de referentieweek van kwartaal T en in de referentieweek van kwartaal T+1, dan wordt men tweemaal als werkend geteld. Er zijn natuurlijk een aantal gevallen die intussen bv. werkloos waren, maar dit ligt buiten het bestek van onze data.

De kwartaaltransities zijn de sommen van gewogen observaties van respondenten die in opeenvolgende kwartalen deelnemen (bv. 2019T4-2020T1, 2020T1-2020T2).

De kwartaalspecifieke jaartransities zijn de sommen van gewogen observaties van respondenten die in hetzelfde kwartaal van twee opeenvolgende jaren deelnemen (bv. 2019T1-2020T1).

De jaartransities zijn de gemiddelden van vier kwartaalspecifieke jaartransities voor twee opeenvolgende jaren (bv. 2019-2020).

Respondenten die in één van beide golven (= bevragingen) niet deelnamen, kunnen niet gebruikt worden in deze analyse. Respondenten in de longitudinale steekproef zijn in beide kwartalen minstens 15 en hoogstens 74 jaar oud.

De longitudinale steekproef wordt gekalibreerd naar de geschatte verdelingen van IAB-arbeidsmarktstatuut naar leeftijd, geslacht, regio, opleidingsniveau en nationaliteit in het begin- en eindkwartaal. De gepubliceerde cijfers zijn gebaseerd op de Enquête naar de Arbeidskrachten. Het zijn geen exacte cijfers maar benaderingen die gebaseerd zijn op de extrapolatie van een toevalssteekproef uit de Belgische bevolking. Bij de interpretatie van de cijfers dient hiermee rekening gehouden te worden . Wanneer het ongewogen aantal personen kleiner is dan 30, moeten de gegevens met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd.