SILC FAQ

De armoededrempel in SILC is vastgesteld op 60% van het mediaan equivalent inkomen voor de hele bevolking. Het percentage mensen dat een equivalent inkomen heeft dat lager is dan deze drempel, geeft de totale armoedegraad.

Bijvoorbeeld:

Voor SILC 2018 is het nationaal beschikbaar mediaan inkomen = 23.744 euro.
60% daarvan = 14.246 euro.
Een totaal equivalent inkomen lager dan 14.246 euro verwijst dus naar een armoederisico.

Voor de berekening van het beschikbaar inkomen, worden alle inkomsten per huishouden samengeteld, zowel de gezamenlijke inkomsten, als de individuele inkomsten van de huishoudleden. Meer specifiek gaat het over volgende bruto-inkomsten:

  • Op niveau van elk gezinslid:
    • Wedden en lonen van werknemers
    • Bedrijfswagen
    • Inkomsten of verliezen uit activiteiten als zelfstandigen (inclusief royalty’s)
    • Aanvullend pensioen uit individueel privaat fonds
    • Werkloosheidsuitkeringen
    • Pensioen
    • Overlevingspensioen
    • Uitkering in verband met ziekte of ongeval
    • Uitkering voor arbeidsongeschiktheid
    • Studietoelage
  • Op niveau van het huishouden:
    • Inkomsten van verhuur van een eigendom of grond
    • Gezin en kind gerelateerde toelagen
    • Leefloon
    • Huisvestingstoelagen
    • Regelmatig ontvangen transferten tussen huishoudens
    • Inkomsten uit vermogen
    • Inkomen van gezinsleden jonger dan 16 jaar

Van deze som wordt nog het volgende afgetrokken:

  • Regelmatig betaalde transferten tussen huishoudens
  • Belasting op inkomen en sociale zekerheidsbijdragen

In de kwaliteitsrapporten wordt vermeld waaruit deze componenten van inkomen bestaan.

Voor de berekening worden de richtlijnen van Eurostat strikt gevolgd. De vooropgestelde methodologie laat op deze manier toe om geharmoniseerde en vergelijkbare statistieken te bekomen in alle landen van de EU.

Voor het berekenen van de armoededrempel nemen we het beschikbaar inkomen op niveau van het huishouden. In een volgende stap wordt dit omgezet naar een beschikbaar equivalent inkomen - dit is als het ware het deel van het inkomen dat wordt toegekend aan elk lid van het huishouden. Hiervoor delen we het totale beschikbare inkomen op niveau van het huishouden niet door het aantal huishoudleden omdat deze leden bepaalde kosten delen; we hanteren daarom een equivalentieschaal.

We delen het beschikbaar inkomen van het huishouden door de ‘equivalente’ grootte van het huishouden die als volgt wordt berekend:

  • een gewicht van 1 wordt toegekend aan de referentiepersoon in het huishouden,
  • een gewicht aan 0,5 aan elke andere persoon ouder dan 14 jaar en
  • een gewicht van 0,3 aan elk kind.

Op die manier bekomen we het equivalent beschikbaar inkomen, waarvan 60% van de mediaan wordt gebruikt voor het bepalen van de armoededrempel.
Op basis van SILC 2018 (inkomen 2017) is deze mediaan 23.7484 euro. De armoededrempel is dan 60% hiervan, namelijk 14.246 euro per jaar. Dit is de armoedegrens voor een alleenstaande:

  • 14.246*1= 14.246 euro op jaarbasis
  • (14.246*1)/12 = 1.187 euro op maandbasis.

Voor de berekening worden de richtlijnen van Eurostat strikt gevolgd. De vooropgestelde methodologie laat op deze manier toe om geharmoniseerde en vergelijkbare statistieken te bekomen in alle landen van de EU.

De equivalentieschaal wordt enerzijds gebruikt om het equivalent beschikbaar inkomen te berekenen op basis van het beschikbaar inkomen. 60% van de mediaan van dit equivalent beschikbaar inkomen geldt als de armoededrempel voor een alleenstaande.

Op basis van SILC 2018 (inkomen 2017) is deze mediaan 23.744 euro. De armoededrempel is dan 60% hiervan, namelijk 14.246 euro per jaar. Dit is de armoedegrens voor een alleenstaande:

  • 14.246*1= 14.246 euro op jaarbasis
  • (14.246*1)/12 = 1.187 euro op maandbasis.

De equivalentieschaal wordt eveneens gebruikt om de armoedegrens voor een alleenstaande ter herrekenen naar andere types huishoudens:

  • Voor een huishouden met 2 volwassenen en 2 kinderen onder 14 jaar is de equivalente grootte 1 + 0.5 + 0.3 + 0.3. Dit geeft een factor van 2.1. In dat geval doen we 14.246*2.1 en bekomen we als armoedegrens 29.917 euro op jaarbasis of 2.493 op maandbasis.
  • Voor een huishouden met 2 volwassenen: equivalente grootte = 1 + 0.5. Hier doen we 14.246*1.5 en bekomen we als armoedegrens 21.369 euro op jaarbasis.
  • Voor een huishouden met 1 volwassene, 1 kind van 17, 1 kind van 14 en 1 kind van 12 is de equivalente grootte 1 + 0.5 + 0.5 + 0.3. Hier doen we 14.246*2.3 en bekomen we als armoedegrens 32.766 euro op jaarbasis
  • ...

Deze berekeningsmethode kan aldus naar analogie toegepast worden voor om het even welke gezinssamenstelling, rekening houdend met de bijhorende equivalentieschaal.

SILC verschaft indicatoren voor België en de Europese Unie om het sociale beleid mee te helpen evalueren en plannen, o.a. in het domein van de armoede en de sociale uitsluiting.

De meest gekende is de AROPE indicator (Risico op armoede of sociale uitsluiting), samengesteld uit de armoederisicograad (AROP), de lage werkintensiteit (LWI) en de ernstige materiele deprivatie (SMD). (SILC definitions)

Andere indicatoren zijn:

  • Armoederisico voor sociale transfers, inclusief pensioenen
  • Armoederisico voor sociale transfers, exclusief pensioenen
  • Gemiddeld equivalent beschikbaar inkomen
  • S80/20 Aandeelverhouding in het inkomenskwintiel
  • Gini coëfficiënt
  • Armoede-intensiteit of relatieve mediane armoederisicokloof (RMG)
  • Problematische huisvestingskost
  • Overbezetting van de woning
  • Huisvestingsdeprivatie
  • Subjectieve armoede
  • Zelf-gerapporteerde onvervulde behoefte aan medische zorg

EU-SILC indicatoren worden (beleidsmatig) o.a. ook gebruikt voor/door:

  • Lenterapport Europese Raad (Open Methode Coördinatie),
  • Sociaal scorebord van de Europese Commissie,
  • Nationaal Hervormingsprogramma,
  • Europa 2020 strategie,
  • Social development goals 2030,
  • Interfederale armoedebarometer,
  • Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (Feiten en Cijfers),
  • Social situation and social protection in Belgium (FOD Sociale Zekerheid).

SILC wordt eveneens gebruikt door de gewesten, het Federaal Planbureau, de FOD Werkgelegenheid en onderzoekers van verschillende universiteiten.

Statbel verspreidt momenteel de SILC-resultaten niet op regionaal niveau, omdat de verkregen resultaten niet voldoende nauwkeurig zijn. De resultaten laten uiteraard verschillen in armoedepercentages tussen regio's zien. Vanwege de beperkte omvang van de steekproeven per regio, zijn de fluctuaties als gevolg van steekproeftrekking echter te groot. Zo zijn de verschillen tussen opeenvolgende jaren niet significant en zouden ze leiden tot vertekende interpretaties van de evoluties die in de resultaten worden waargenomen.

Er zijn twee soorten variabelen in EU-SILC: de primaire en de secundaire variabelen.

Primaire variabelen worden elk jaar verzameld; hieronder een opsomming van de domeinen en onderwerpen in de survey. Ze worden op twee verschillende niveaus verzameld, het huishoud- en individuele niveau:

Huishoudniveau:

BASISGEGEVENS (B) Basis huishoudgegevens
INKOMEN (Y) Totaal huishoudinkomen (bruto en netto)
Bruto inkomen componenten op huishoudniveau
HUISVESTING (H) Woningtype, eigenaar statuut en woningkenmerken
Voorzieningen in de woning
Huisvestingskosten
SOCIALE UITSLUITING (S) Huisvesting en niet-huisvesting-gerelateerde achterstand
Niet-monetaire huishouddeprivatie-indicatoren, inclusief problemen met eindjes aan elkaar knopen, mate van schuldenlast en gedwongen gebrek aan basisbehoeften
Fysieke en sociale omgeving

Individueel niveau:

BASISGEGEVENS (B) Basis individuele gegevens
Demografische gegevens
ONDERWIJS (E) Huidige opleiding en hoogst bereikte ISCED niveau
ARBEIDSINFORMATIE (L) Basis arbeidsinformatie over huidige en verleden activiteit status en over huidige job, alsook informatie over laatste hoofdberoep van voorheen actieve personen
Basis informative over huidige activiteitsstatut tijdens de inkomensreferentieperiode
Totaal aantal uren gewerkt voor huidige tweede/derde … jobs
Gedetailleerde arbeidsinformatie
Activiteitengeschiedenis
Activiteitengeschiedenis
GEZONDHEID (H) Gezondheid, inclusief gezondheidsstatus en chronische ziekte of staat
Toegang tot gezondheidszorg
INKOMEN (Y) Bruto individueel inkomen, totaal en componenten op individueel niveau

Secundaire variabelen worden om de vijf jaar of minder verzameld in ad hoc modules. Op huishoud- of individueel niveau worden specifieke onderwerpen aangekaart.

Volgende onderwerpen kwamen reeds aan bod:

Module Onderwerp
2018 Materiële deprivatie, welzijn en huisvestingsproblemen
2017 Gezondheid en de gezondheid van kinderen
2016 Toegang tot diensten
2015 Sociale en culturele participatie en materiële deprivatie
2014 Materiële deprivatie
2013 Welzijn
2012 Huisvestingsomstandigheden
2011 Intergenerationele overdracht van armoede
2010 Gedeeld gebruik van middelen binnen het huishouden
2009 Materiële deprivatie
2008 Overmatige schuldenlast en financiële uitsluiting
2007 Huisvestingsomstandigheden
2006 Sociale participatie
2005 Intergenerationele overdracht van armoede

Er zijn 4 databestanden die jaarlijks aan Eurostat geleverd worden:

  • P-file: Individuele variabelen voor alle respondenten vanaf 16j
  • H-file: Huishoudvariabelen
  • R-file: Beschrijvende informatie omtrent alle respondenten
  • D-file: Methodologische informatie omtrent alle geselecteerde huishoudens

Naast deze 4 bestanden zijn er nog 2 Belgische bestanden die niet aan Eurostat geleverd worden, maar wel bij Statbel aangevraagd kunnen worden:

  • INDV-file: De concrete vragen die in de individuele vragenlijst gesteld worden om de variabelen in het P-file te construeren, en ook een aantal bijkomende vragen voor de Belgische gebruikers
  • HH-file: De concrete vragen die in de huishoudvragenlijst gesteld worden om de variabelen in het H-file en sommige uit het R-file te construeren

EU-SILC wordt georganiseerd onder een kaderverordening en is dus verplicht voor alle EU lidstaten: VERORDENING (EG) Nr. 1177/2003 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 juni 2003 inzake de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC).

De doelstelling is te komen tot een globaal kader voor de productie van 'communautaire' statistische gegevens betreffende inkomen en levensomstandigheden (EU-SILC), met inbegrip van zowel coherente cross-sectionele als longitudinale gegevens over inkomen en armoede (niveau, samenstelling, ...) op nationaal en Europees niveau.
Dit reglement bevat richtlijnen omtrent de SILC productie die in alle EU-landen gevolgd moeten worden zodat de resultaten internationaal maximaal vergelijkbaar zijn. Het gaat bijvoorbeeld over de steekproeftrekking, imputaties, definities van concepten en variabelen, classificaties, etc. Dit reglement bepaalt eveneens het design van de enquête (panel) dat toelaat jaarlijks zowel cross-sectionele als longitudinale resultaten te verspreiden.

De jaarlijkse steekproef SILC bevat ongeveer 9.000 huishoudens, waarvan er elk jaar een 6.000-tal private huishoudens deelnemen. Elk huishoudlid van 16 jaar en ouder wordt individueel bevraagd. Er zijn geen collectieve huishoudens (klooster, rusthuis, gevangenis, …) in de steekproef.

SILC is een panel enquête en biedt eveneens longitudinale informatie. Daarom bestaat de steekproef uit vier roterende groepen. Huishoudens nemen deel aan de enquête voor vier opeenvolgende jaren. Elk jaar verlaat ongeveer een kwart van de steekproef het panel, dat met een nieuwe roterende groep wordt aangevuld.

De evolutie van het aantal respondenten over de jaren heen en opgesplitst per regio is terug vinden in de verschillende kwaliteitsrapporten, alsook in de volgende tabel:

Aantal respondenten (totaal)

  2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Brussel 1.882 1.858 1.979 2.114 2.259 2.369 2.422 2.432 2.619 2.388
Vlaanderen 7.855 7.923 7.504 7.201 7.752 7.512 7.480 7.188 7.268 7.025
Wallonië 4.984 4.973 4.817 4.636 4.612 4.465 4.307 4.153 4.141 4.313
Totaal 14.721 14.754 14.300 13.951 14.623 14.346 14.209 13.773 14.028 13.726

Aantal respondenten (16 jaar en ouder)

  2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Brussel 1.472 1.447 1.526 1.614 1.728 1.830 1.860 1.861 2.619 1.822
Vlaanderen 6.373 6.442 6.108 5.889 6.270 6.068 6.052 5.841 7.268 5.715
Wallonië 3.992 3.927 3.930 3.689 3.713 3.563 3.452 3.352 4.141 3.545
Totaal 11.767 11.816 11.464 11.192 11.711 11.461 11.364 11.054 14.028 11.082

Aantal huishoudens

  2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Brussel 832 816 837 880 963 997 1.019 1.017 2.619 995
Vlaanderen 3.268 3.274 3.088 3.024 3.242 3.129 3.142 3.063 7.268 3.054
Wallonië 2.035 2.042 1.985 1.913 1.954 1.895 1.845 1.825 4.141 1.897
Totaal 6.135 6.132 5.910 5.817 6.159 6.021 6.006 5.905 14.028 5.946

We verspreiden momenteel geen regionale resultaten gezien de kwaliteit van de schattingen niet voldoende betrouwbaar is. De enquête wordt grondig hervormd in 2019 waardoor dit vanaf dan wel mogelijk zal zijn.

Er is een tweetrapssteekproef. Eerst werden 275 Belgische gemeenten op toevallige wijze getrokken (geen wijzigingen sinds 2004). Vervolgens zijn op basis van het Rijksregister in elk van deze gemeenten een aantal huishoudens op toevallig wijze geselecteerd.

Gezien het om een roterend panelonderzoek gaat worden de geselecteerde huishoudens gedurende 4 jaar gevolgd, ¼ wordt elk jaar vernieuwd. Men verzamelt dezelfde soort informatie bij dezelfde personen, gaat dit nauwkeurig registreren en veranderingen verklaren.

Verdere informatie is beschikbaar in het jaarlijkse kwaliteitsrapport.

Er is een roterend panelonderzoek (geselecteerde huishoudens wordt gedurende 4 jaren gevolgd, ¼ wordt elk jaar vernieuwd). Men verzamelt dezelfde soort informatie bij dezelfde personen, gaat dit nauwkeurig registreren en veranderingen verklaren.

De personen worden gevolgd, ook wanneer ze verhuizen of het huishouden verlaten.

Men berekent een betrouwbaarheidsinterval om zo zeker mogelijk te zijn van het resultaat dat op basis van een steekproef werd bekomen. Vandaar dat men meestal een betrouwbaarheidsniveau van 95% of hoger kiest.

Het armoederisico voor België dat werd berekend op basis van onze steekproef voor SILC 2018 bedraagt 16,4% (met ondergrens 15,9 en bovengrens 17,9). Mochten we het armoederisico opnieuw berekenen op basis van andere toevalsteekproeven, dan zal het armoederisico in 95% van de gevallen telkens tussen het betrouwbaarheidsinterval 15,9% en 17,9% liggen.

Kortweg: In 95% van de gevallen zal het armoederisico tussen 15,9% en 17,9% bedragen.

De betrouwbaarheidsintervallen (of standaardfouten) voor de gemeenschappelijke cross-sectionele EU-indicatoren zijn terug te vinden in de annex van de kwaliteitsrapporten.

Als een indicator berekend is op basis van kleine subgroepen dan zien we vaak onstabiele evoluties door heen de tijd. De groepen zijn in dergelijke gevallen te klein om betrouwbaar te vergelijken.

Wijzigingen worden zo veel mogelijk vermeden om de tijdsreeksen intact te houden, maar in sommige situaties is een breuk onvermijdelijk. Gedurende de jaren zijn er een aantal breuken geweest in SILC. Volgende twee hebben betrekking op indicatoren die op de website staan:

1. Stijging armoede-indicatoren bij werklozen in 2013: Tot en met 2012 werden de bruggepensioneerden tot de werklozen gerekend. Vanaf 2013 worden zij tot de gepensioneerden gerekend. Dit heeft ervoor gezorgd dat de werklozen vanaf 2013 systematisch een lager inkomen hebben en dus zijn de armoede-indicatoren AROP en AROPE eveneens gestegen.

2. Ernstige materiële deprivatie: Deze indicator kent een breuk in 2005 en opnieuw een in 2008. In 2005 werd een wijziging doorgevoerd voor het item ‘zijn woning voldoende kunnen verwarmen’. In 2004 werd de vraag geformuleerd als ‘kan u uw woning voldoende verwarmen’, zonder referentie naar de financiële oorzaak hiervan. Van 2005 tot en met 2007 werd dit wel gedaan onder de vraag ‘Hebt u financieel gezien moeilijkheden om uw woning voldoende te verwarmen’. Sinds 2008 is deze vraag op een andere plaats in de vragenlijst gezet, samen met andere materiële deprivatievragen onder de vorm van ‘kan uw huishouden indien u dat zou wensen zich volgende zaken veroorloven? Uw woning voldoende verwarmen’.