Wekelijkse faillissementen

191 faillissementen in week 24

Ondernemingen
191 faillissementen in week 24

In de week van 13 tot 19 juni (week 24) hebben de ondernemingsrechtbanken 191 faillissementen uitgesproken. Daarbij gingen in totaal 498 arbeidsplaatsen verloren.

De cijfers van week 24 vertonen dus een stijging van het aantal faillissementen en van het verlies aan arbeidsplaatsen ten opzichte van de voorgaande week.

In de eerste 24 weken van 2022 hebben de ondernemingsrechtbanken 4.275 faillissementen uitgesproken. Dat zijn 50,7% meer faillissementen dan in de eerste 24 weken van 2021.

Het banenverlies per faillissement ligt in 2022 21,6% lager dan in het voorgaande jaar. Zo gingen er in de eerste 24 weken van 2022 2,39 banen verloren per faillissement, tegenover 3,05 in dezelfde periode in 2021.

Het aantal faillissementen en banenverlies voor de eerste 24 weken van het jaar

Categorie 2019 2020 2021 2022 2022/2021 2022/2020 2022/2019
Faillissementen 5.036 3.449 2.837 4.275 +50,7% +23,9% -15,1%
Verloren arbeidsplaatsen 13.688 10.863 8.649 10.216 +18,1% -6,0% -25,4%
Verloren arbeidsplaatsen/Faillissementen 2,72 3,15 3,05 2,39 -21,6% -24,1% -12,1%

Dat blijkt uit de wekelijkse faillissementscijfers die Statbel op basis van de vonnissen van de ondernemingsrechtbanken opstelt. Deze tussentijdse, wekelijkse ramingen maken het mogelijk om snel de eerste trends waar te nemen.

Dashboard
Content

Doel en korte beschrijving

Iedere maand berekent Statbel de faillissementscijfers van de voorgaande maand. De cijfers worden circa 15 dagen na de referentiemaand gepubliceerd. Op deze datum zijn de faillissementscijfers definitief. Aanvullend op de maandelijkse cijfers kan Statbel ook tussentijdse, wekelijkse ramingen maken. Deze weekcijfers maken het mogelijk om snel de eerste trends waar te nemen. Naast de cijfers over het aantal faillissementen berekent Statbel ook steeds het bijhorende banenverlies. Voor het banenverlies doet Statbel een beroep op de laatst beschikbare informatie bij de RSZ.

De door Statbel opgestelde faillissementsstatistieken zijn gebaseerd op gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en het statistisch ondernemingsregister. Bij de interpretatie van de cijfers moet rekening worden gehouden met het feit dat er een zekere vertraging is tussen de stopzetting van de economische activiteit en de faillietverklaring door de ondernemingsrechtbank. Als gevolg daarvan is een economische impact pas met enige vertraging zichtbaar in de cijfers.

Door de genomen maatregelen tijdens de Covid-19-crisis en de daarmee gepaard gaande lockdown, beperkten de ondernemingsrechtbanken en griffies hun activiteiten tot 18 mei 2020. Bovendien was tot 17 juni 2020 een tijdelijk moratorium van kracht om bedrijven die voor 18 maart 2020 in goede gezondheid verkeerden, te beschermen tegen de gevolgen van de COVID-19-crisis.

Vervolgens keurde de federale regering op vrijdag 6 november 2020 een nieuw moratorium op faillissementen goed. Dit moratorium was van kracht tot en met 31 januari 2021 en bood bescherming aan deze bedrijven die hun deuren verplicht moesten sluiten als gevolg van het ministerieel besluit van 1 november 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 betreffende noodmaatregelen ter beperking van de verspreiding van het coronavirus COVID-19.

Om het einde van dit tweede moratorium te compenseren, hervormde de federale regering de toegang tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie. Deze hervorming, die de procedure flexibeler moet maken, bestaat uit drie lijnen. Vooreerst moeten ondernemingen bij aanvang van de procedure slechts 3 in plaats van 11 documenten indienen. De resterende documenten kunnen in de loop van de procedure worden ingediend. Vervolgens zou het niet langer verplicht zijn om de procedure in het Belgisch Staatsblad te publiceren. Dit stelt de bemiddelaar in staat om de schuldeisers in volle discretie te ontmoeten en hen te overtuigen af te zien van een snelle terugbetaling van hun vorderingen alvorens een akkoord is bereikt. Ten slotte moedigt men de procedure voor gerechtelijke reorganisatie op basis van een minnelijke schikking aan, doordat deze procedure recht zal geven op een belastingvrijstelling die momenteel enkel geldt voor reorganisaties die bij gerechtelijk vonnis werden verkregen. De bepalingen met betrekking tot de eerste twee pijlers van de hervorming zouden initieel maar van kracht zijn tot en met 30 juni 2021, maar werden bij Koninklijk Besluit van 24 juni 2021 tot verlenging van de artikelen 2, 4 tot 12 van de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verlengd tot 16 juli 2022.

Tussen deze twee moratoria in, beslisten zowel de FOD Financiën als de RSZ om een feitelijk moratorium in te stellen, door bedrijven niet failliet te laten gaan als gevolg van schulden bij de belastingdiensten of de sociale zekerheid. Deze regeling bleef ook na 1 februari 2021 van kracht, totdat de RSZ vanaf oktober 2021 en de fiscus in verschillende provincies rond maart 2022 de dagvaardingen hervatten.

Daarnaast vinden in de maanden juli en augustus het gerechtelijk zomerreces plaats. De rechtbanken blijven gedurende deze periode open, maar het aantal hoorzittingen word verminderd. Daarom liggen de faillissementscijfers in deze periode lager.

Ten slotte gelden momenteel verschillende maatregelen - zowel op federaal, op gewestelijk als op lokaal niveau – om de ondernemingen te ondersteunen tijdens deze crisisperiode. De RSZ kent bijvoorbeeld minnelijke afbetalingsplannen toe met een maximale duur van 24 maanden voor de afbetaling van alle bijdragen en bedragen voor het jaar 2020. Op het niveau van de RVA kan de volledige tijdelijke werkloosheid ten gevolge van het coronavirus of het conflict in Oekraïne tot 30 juni 2022 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid ten gevolge van overmacht corona.

Alle hierboven beschreven overheidsmaatregelen hebben een matigend effect op het aantal faillissementen uitgesproken sinds maart 2020.

Populatie

Ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, zoals verschenen in het Belgisch Staatsblad op 11 september 2017. Titel VI van Boek XX bevat de regeling van het faillissement.

Frequentie

Wekelijks

Timing publicatie

De wekelijkse faillissementscijfers zijn drie werkdagen na de referentieweek beschikbaar. Aangezien de referentieweek loopt van maandag tot en met zondag, publiceert Statbel iedere woensdag de faillissementen van de afgelopen week.

Definitie

Faillissement

Een onderneming is failliet als twee voorwaarden zijn vervuld: enerzijds heeft de onderneming opgehouden te betalen, d.w.z. de onderneming betaalt haar schuldeisers niet meer. Anderzijds zijn ook de leningen aan de onderneming stopgezet. Met andere woorden, de onderneming heeft het vertrouwen van zijn schuldeisers verloren. De bank weigert dan bijvoorbeeld om haar een nieuwe lening te verstrekken. Een faillissement betreft steeds één bedrijf. Een juridische constructie waarbij meerdere personen een vennootschap hebben opgericht, zoals een vennootschap onder firma (VOF), kan dus slechts tot één faillissement leiden.

Banenverlies

Het verlies van voltijd- en deeltijdbanen is afkomstig van de RSZ. Het banenverlies wordt vastgesteld op basis van de laatst bekende situatie van de onderneming, d.w.z. op het tijdstip van het faillissement. Dit totale banenverlies bestaat uit de som van 3 afzonderlijke categorieën (verlies van voltijdbanen + verlies van deeltijdbanen + verlies van banen van loontrekkende werkgevers). Loontrekkende werkgevers zijn werkgevers die zichzelf een salaris uitbetalen. Informatie over het aantal loontrekkende werkgevers is niet beschikbaar bij de RSZ en bijgevolg moet Statbel hiervan een schatting maken. Hiervoor baseert Statbel zich op de schattingsregel die Eurostat aanhaalt in het document "OECD Manual on Business Demography Statistics » en dit voor de volgende 2 ondernemingscategorieën :

  • Zelfstandige (Type1): 1 loontrekkende werkgever
  • Partnerschap en andere rechtsvormen (Type3): 2 loontrekkende werkgevers

Op basis van de resultaten van januari 2022, na een grondige analyse van de in België beschikbare rechtsvormen besloot Statbel om, en dit in overeenstemming met de hierboven vermeldde internationale schattingsregel, 1 tot 3 loontrekkende werkgever(s) toe te kennen bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (Type2) en dit met terugwerkende kracht, volgens de Belgische wettelijke voorschriften met betrekking tot de oprichting van een vennootschap (voorheen werden er “0” loontrekkende werkgevers toegewezen). Een identieke benadering wordt reeds toegepast in andere statistieken (bv. demografie van de ondernemingen, BTW-plichtige ondernemingen, ...).

Referentieweek

Bij de opmaak van de wekelijkse faillissementscijfers maakt Statbel gebruik van een referentieweek. Deze referentieweek loopt steeds van maandag tot en met zondag. De jaarlijkse resultaten op basis van de referentieweek kunnen dus licht afwijken van de jaarcijfers, aangezien het kalenderjaar meestal niet op een maandag aanvangt.

Metadata