Structurele ondernemingsstatistieken

Structuur van de ondernemingen in 2015

Ondernemingen
Structurele ondernemingsstatistieken 2015

De Belgische niet-financiële marktgerichte economie telde in 2015 602.153 ondernemingen en 2.769.085 werkzame personen. 54 % van alle ondernemingen en 46 % van de werkzame personen zijn terug te vinden in de dienstensector. De handel is de tweede grootste sector zowel qua aantal ondernemingen (23 %) als qua tewerkstelling (23 %). De industrie is de kleinste sector op vlak van aantal ondernemingen (6 %) maar niet op vlak van het aantal werkzame personen (20 %).

In de industriële sector zijn er per onderneming gemiddeld meer personen tewerkgesteld dan in andere sectoren, namelijk 14,9 werkzame personen. Voor de handel is dit 4,6; voor de diensten 3,9; voor de bouwondernemingen 3,0. Deze lage gemiddelden zijn onder meer het gevolg van het grote aantal zelfstandigen zonder personeel.

De totale waarde van de omzet en de aankopen is het grootst voor de handel (respectievelijk 439 en 394 miljard euro), terwijl de dienstensector de grootste toegevoegde waarde, personeelskosten en brutoexploitatieoverschot vertegenwoordigt (respectievelijk 84 miljard euro, 44 miljard euro en 40 miljard euro). Voor al die indicatoren is het aandeel van de bouwsector het kleinst.

Doel en korte beschrijving

Sinds 1996 voert de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium jaarlijks een enquête uit naar de structuur van de ondernemingen. Daarbij wordt informatie ingezameld over de activiteit, de werkgelegenheid, de opbrengsten, de kosten en de investeringen van het voorgaande boekjaar - dat overigens niet noodzakelijk hoeft samen te vallen met het kalenderjaar.

De aldus ingewonnen informatie laat toe om op Europees niveau vergelijkbare, volledige en betrouwbare statistieken over de structuur van de ondernemingen op te maken. Deze statistieken zijn onmisbaar voor het uitstippelen van het economische beleid, zowel op Europees, nationaal als gewestelijk vlak. Anderzijds kan een onderneming met deze statistische gegevens haar eigen positie binnen de ganse bedrijfstak beter inschatten.

Voor de overheidsinstellingen die in het kader van het Instituut voor de Nationale Rekeningen met de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium geassocieerd zijn, met name de Nationale Bank van België (NBB) en het Federaal Planbureau (FPB), dient dit gegevensmateriaal als basis voor het opstellen van de nationale en regionale rekeningen en van de input-outputtabellen overeenkomstig het Europees Systeem van Rekeningen..

Populatie

Ondernemingen behorende tot secties B tot N (met uitzondering van sectie K) en afdeling 95

Frequentie

Jaarlijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar 18 maanden na de referentieperiode

Definities

Omzet: de omzet omvat alle bedragen (exclusief BTW) die overeenkomen met de verkoop door de BTW-plichtige van goederen en diensten aan derden in België of in het buitenland. Bovendien omvat de omzet alle andere kosten (vervoer, verpakking enz.) die aan de klant worden doorberekend, ook al worden ze apart in rekening gebracht. Kortingen, rabatten en disconto's moeten in mindering worden gebracht, evenals de waarde van teruggekomen producten (via creditnota’s). Inkomen dat als overige bedrijfsopbrengsten, financieel inkomen of uitzonderlijke opbrengsten in de bedrijfsrekeningen voorkomt, wordt niet tot de omzet gerekend.

Personeelskosten: deze variabele komt overeen met de boekhoudrubriek personeelskosten en behelst de totaliteit van de kosten verbonden aan het bezoldigd personeel van de onderneming. Dit omvat de door de onderneming uitbetaalde lonen, sociale premies en pensioenen.

Investeringen; investeringen zijn de uitgaven (exclusief BTW) door de BTW-plichtige voor de verwerving van goederen en diensten die een bedrijfsmiddel uitmaken. Het gaat dus om oprichtingskosten, immateriële vaste activa, terreinen en gebouwen, installaties, machines en uitrusting, meubilair en rollend materieel, vaste activa in leasing en overige vaste activa. De lonen van het personeel (dat b.v. zou worden ingezet om een gebouw op te trekken of te verbouwen) en andere sociale lasten en de aankopen van andere diensten, werk en studies (b.v. ereloon architect) behoren dus niet tot de investeringen.

NUTS : Opdeling in regio’s en provincies

Toegevoegde waarde : De toegevoegde waarde is het verschil tussen de omzet en de aankopen.

Aankoop van goederen en diensten : De “aankopen” zijn de waarde van alle goederen en diensten, aangekocht met het oog op doorverkoop of gebruik in het productieproces.

Werkzame personen : Aantal werknemers plus het aantal niet op de loonlijst voorkomende werkzame personen.

Metadata

structond.svg

Zijn er vragen over dit thema?