Gemiddelde bruto maandlonen

Verder studeren loont

Werk & Opleiding
Verder studeren loont

Een voltijds tewerkgestelde werknemer verdiende in België in 2017 gemiddeld 3.558 euro bruto per maand, een stijging met 15% in vergelijking met 2010 (3.103 bruto per maand). Dat blijkt uit nieuwe resultaten van Statbel, het Belgische statistiekbureau. De cijfers tonen aan dat verder studeren loont. Met een maandloon van 5.330 euro verdienen loontrekkenden met een master-diploma 50% meer dan de gemiddelde werknemer. Bovendien zagen bachelors en masters hun loon de voorbije jaren sterker stijgen in vergelijking met werknemers zonder een hogere opleiding. Ook de functie speelt een grote rol bij de omvang van het loonzakje: directeurs van grote ondernemingen zien hun loon het snelste stijgen (+21,6% op 7 jaar tijd). De loontoename was een pak lager bij ongeschoolde arbeiders in transport en opslag (+7,2%) en bij kassiers (+8,2%).

Opmerking 

Indien er in deze publicatie sprake is van een loon, dan gaat het steeds om het bruto maandloon. Dit loonconcept bevat de periodieke premies die iedere betalingsperiode worden uitbetaald. Premies voor nacht- of weekendwerk zijn hier voorbeelden van. Premies die slechts op uitzonderlijke basis worden uitgekeerd, zoals een dertiende maand of het dubbel vakantiegeld, werden uit het gehanteerde concept geweerd. De extralegale voordelen worden evenmin in rekening gebracht.

Tenzij anders vermeld, beperkt de analyse zich tot voltijds tewerkgestelde loontrekkenden die werkzaam zijn in ondernemingen met minstens tien werknemers. Bepaalde sectoren, met name landbouw, visserij, openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg en overige persoonlijke diensten maken geen deel uit van deze studie. Oktober 2017 fungeert als referentieperiode. Alle data zijn gebaseerd op de jaarlijkse loonenquête, die sinds 1999 door Statbel wordt georganiseerd. Wegens een wijziging in de beroepen- en sectornomenclaturen in 2009, beperken de historische reeksen in deze publicatie zich tot 2010. De opdeling naar regio’s en arrondissementen gebeurt op basis van de plaats van tewerkstelling.

Het gemiddelde bruto maandloon bedraagt 3.558 euro

In 2017 verdiende een voltijds tewerkgestelde werknemer in België gemiddeld 3.558 euro bruto per maand. Werknemers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdienen 4.174 euro, terwijl werkgevers in Vlaanderen en Wallonië een salaris van respectievelijk 3.499 euro en 3.308 euro betalen.

Grafiek 1: gemiddeld en mediaan bruto maandloon in 2017

2017_ses_graf 1_NL

Het gemiddelde vormt echter geen goede waardemeter voor de reële loonspreiding. Zo bedraagt de mediaan 3.140 euro. Dit bedrag houdt in dat 50% van de werknemers maximaal 3.140 euro verdient, terwijl de andere helft een hoger salaris ontvangt. De mediaan ligt met 3.664 euro het hoogst in Brussel en bedraagt respectievelijk 3.120 euro en 2.994 euro in Vlaanderen en Wallonië.

Het classificeren van werknemers in loonklassen van 250 euro geeft een nog gedetailleerder beeld van de loonverdeling. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat veruit de grootste groep, namelijk 45% van alle werknemers, een bedrag verdient dat zich situeert tussen de 2.250 euro en de 3.250 euro per maand. Voorts stellen we vast dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de lagere loonklassen (tot 2.500 euro).

Grafiek 2: verdeling van vrouwen en mannen in loonklassen van 250 euro

2017_ses_graf 2_NL

Directeurs van grote ondernemingen zagen hun loon het sterkst toenemen

In de periode 2010 - 2017 nam het gemiddelde bruto maandloon van een voltijds werkende loontrekkende met 15% toe. Bepaalde beroepen kenden echter een sterkere toename, terwijl andere functies onder het gemiddelde blijven. Uit de cijfers blijkt dat vooral de hogere profielen een meer uitgesproken loontoename kenden. Directeurs van grote ondernemingen spannen hierbij de kroon. Niet enkel ontvangen deze werknemers met 10.124 euro het hoogste bruto maandloon, ze zagen in de afgelopen zeven jaar hun loonzakje eveneens het sterkst toenemen. Aan de andere kant van het spectrum vinden we de ongeschoolde arbeiders op het gebied van transport en opslag (+7,2%) en kassiers terug (+8,2%).

Tabel 1: de vijf beroepen met de grootste / kleinste loontoename sinds 2010

Beroep 2010 2017 % toename 2010 - 2017
1 Directeurs van grote ondernemingen 8.329 10.124 21,6%
2 Hotel- en restaurantmanagers 3.362 4.047 20,4%
3 Managers op het gebied van verkoop, marketing, reclame, public relations en research en development 5.665 6.806 20,1%
4 Managers in de industrie, de delfstoffenwinning, de bouwnijverheid en de logistiek 5.541 6.640 19,8%
5 Architecten, planologen en landmeters 3.620 4.238 17,1%
Beroep 2010 2017 % toename 2010 - 2017
1 Ongeschoolde arbeiders op het gebied van transport en opslag 2.433 2.609 7,2%
2 Kassiers 2.179 2.357 8,2%
3 Technici voor het beheer en de controle van industriële processen 3.588 3.901 8,7%
4 Loketbedienden 2.717 2.955 8,8%
5 Huishoudelijke hulpen en schoonmakers 2.090 2.279 9,0%

Financieel voordeel van een diploma neemt toe

Een diploma van het hoger onderwijs resulteert op het einde van de maand in een omvangrijker loon. Met een maandloon van 5.330 euro levert een universitair diploma in 2017 een surplus van 50% op ten opzichte van het nationaal gemiddelde. Bovendien neemt dit financieel voordeel sinds 2010 verder toe. Werknemers met een bachelor-diploma zagen hun loon in deze periode het sterkst toenemen (+11,1%), op de voet gevolgd door masters (+10,7%). Voor loontrekkenden met een diploma van het lager secundair onderwijs bleef de toename dan weer beperkt tot 6,6%.

Grafiek 3: procentuele toename van het bruto maandloon sinds 2010 naar opleidingsniveau

2017_ses_graf 3_NL

Kleinste loonstijging in de sector van de gespecialiseerde bouwwerkzaamheden

Met een maandloon van 5.489 euro betaalt de petrochemie de hoogste lonen uit. Ook werknemers in de bedrijfstak “Activiteiten van hoofdkantoren en adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer” ontvangen op maandbasis meer dan 5.000 euro (5.087 euro). In 2017 vinden we de laagste lonen terug bij eet- en drinkgelegenheden (2.538 euro), verschaffen van accommodatie (2.631 euro) en de detailhandel (2.796 euro).

Als we kijken naar de loonevolutie sinds 2010, valt op dat de best betalende sectoren niet noodzakelijk een sterke stijging laten optekenen. In drie sectoren neemt het gemiddelde loon sinds 2010 met meer dan 20% toe. Concreet gaat het om de dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie, het vervoer over water en de productie van films en televisieprogramma’s. Hiertegenover staat de sector van de gespecialiseerde bouwwerkzaamheden, die met een toename van 10% als hekkensluiter fungeert. Loodgieterswerk, schrijnwerk en schilderwerken zijn enkele voorbeelden van functies die onder deze bedrijfstak vallen.

Tabel 2: de vijf sectoren met de grootste / kleinste loontoename sinds 2010

Sector 2010 2017 % toename 2010 - 2017
1 Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie 3.607 4.361 20,9%
2 Vervoer over water 3.250 3.923 20,7%
3 Productie van films en video- en televisieprogramma's, maken van geluidsopnamen en uitgeverijen van muziekopnamen 2.644 3.190 20,7%
4 Vervaardiging van kleding 2.587 3.101 19,9%
5 Vervaardiging van andere transportmiddelen 3.116 3.717 19,3%
Sector 2010 2017 % toename 2010 - 2017
1 Gespecialiseerde bouwwerkzaamheden 2.747 3.032 10,4%
2 Diensten in verband met gebouwen en landschapsverzorging 2.585 2.861 10,7%
3 Eet- en drinkgelegenheden 2.289 2.538 10,9%
4 Vervaardiging en assemblage van motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers 3.188 3.577 12,2%
5 Drukkerijen, reproductie van opgenomen media 3.170 3.560 12,3%

Brussel spant de kroon

Werkgevers uit Brussel betalen traditioneel de hoogste lonen. In 2017 bedraagt het bruto maandloon er 4.174 euro (17% meer dan het nationaal gemiddelde). Bovendien zagen werknemers in Brussel hun loon sinds 2010 sterker toenemen (+16,9%) in vergelijking met andere arrondissementen. Ook andere centraal gelegen gebieden, zoals Mechelen en Leuven, kenden een bovengemiddelde loonstijging. Met een toename van 15,6% valt het arrondissement Borgworm net uit de top 5.

In drie arrondissementen uit de provincie Luxemburg deed zich de kleinste loonstijging voor sinds 2010. Ook werknemers in Hasselt en Brugge zagen de afgelopen jaren hun loonzakje proportioneel minder sterk toenemen. De laagste gemiddelde lonen zijn in 2017 te vinden in het arrondissement Dinant (2.703 euro).

Tabel 3: de vijf arrondissementen met de grootste / kleinste loontoename sinds 2010

Arrondissement 2010 2017 % toename 2010 - 2017
1 Brussel 3.571 4.174 16,9%
2 Mechelen 3.102 3.610 16,4%
3 Leuven 3.238 3.766 16,3%
4 Halle-Vilvoorde 3.263 3.792 16,2%
5 Antwerpen 3.190 3.696 15,9%
Arrondissement 2010 2017 % toename 2010 - 2017
1 Virton 2.911 3.208 10,2%
2 Aarlen 2.714 3.012 11,0%
3 Bastenaken 2.514 2.795 11,2%
4 Hasselt 3.075 3.432 11,6%
5 Brugge 2.948 3.304 12,1%

De loonspanning tussen de hoogste en de laagste lonen neemt toe

In deze publicatie presenteerden we de loonevolutie tussen 2010 en 2017 naar enkele verklarende factoren. Uit deze presentatie blijkt dat vooral hogere profielen hun loon sterker dan het nationale gemiddelde zagen toenemen. Bijgevolg is het interessant om ook de decielenverdeling onder de loep te nemen. Bij een dergelijke verdeling sorteren we alle lonen van laag naar hoog en verdelen we de werknemers vervolgens in tien gelijke groepen. Het eerste deciel weerspiegelt met andere woorden het bedrag waarbij 10% van de loontrekkenden minder verdient en 90% van de werknemers een hoger salaris ontvangt.

In lijn met de overige indicatoren, neemt de procentuele loontoename sinds 2010 sterker toe bij de hogere decielen. Of anders verwoord: de loonspanning tussen de laagste en de hoogste lonen is de afgelopen zeven jaar toegenomen.

Tabel 4: de decielenverdeling in 2010 en 2017 en de bijhorende procentuele loontoename

Deciel 2010 2017 % toename 2017 - 2010
1 (= 10% verdient minder en 90% verdient meer) 1.967 2.261 14,9%
2 (= 20% verdient minder en 80% verdient meer) 2.165 2.502 15,6%
3 (= 30% verdient minder en 70% verdient meer) 2.341 2.703 15,5%
4 (= 40% verdient minder en 60% verdient meer) 2.519 2.894 14,9%
5 (= 50% verdient minder en 50% verdient meer) 2.700 3.140 16,3%
6 (= 60% verdient minder en 40% verdient meer) 2.925 3.405 16,4%
7 (= 70% verdient minder en 30% verdient meer) 3.243 3.787 16,8%
8 (= 80% verdient minder en 20% verdient meer) 3.751 4.403 17,4%
9 (= 90% verdient minder en 10% verdient meer) 4.679 5.544 18,5%
beSTAT

Doel en korte beschrijving

Sinds 1999 voert de Algemene Directie Statistiek ´ Statistics Belgium van de FOD Economie jaarlijks een onderzoek uit naar de structuur en de verdeling van de lonen. Het doel van deze enquête bestaat erin om kwalitatieve informatie te verzamelen om de effecten van individuele- en werkgeverseigenschappen op de verloning te meten..

Populatie

De lokale eenheden en de individuele werknemers werkzaam in deze vestigingen

Frequentie

Jaarlijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar 18 maanden na de referentieperiode

Definities

 

Het bruto maandloon omvat alle betalingen die betrekking hebben op de maand oktober van het referentiejaar. Het loon voor overuren, premies voor ploeg-, nacht- en weekendwerk en overige regelmatig uitbetaalde premies zitten in dit concept vervat. Jaarlijkse of niet-regelmatige premies zoals het vakantiegeld of een dertiende maand worden uitgesloten. 

De anciënniteit van de werknemer slaat op de lengte van tewerkstelling binnen de onderneming.

Gemiddeld bruto maandloon : Het gemiddeld bruto maandloon (€) van de werknemers

Gemiddeld bruto uurloon : Het gemiddeld bruto uurloon (€) van de werknemers

Mediaan van het maandloon ; De mediaan van het bruto maandloon (€) van de werknemers

Totaal aantal loontrekkenden : Het totaal aantal loontrekkenden

Plaats van tewerkstelling : De regio waar de werknemer is tewerkgesteld

Anciënniteit : Het aantal jaren dat de werknemer in dienst is bij de huidige werkgever

Bedrijfstak : De voornaamste economische activiteit van de vestiging

Beroepscategorie : De functie die door de werknemer wordt uitgeoefend

Opleidingsniveau : Het hoogst behaalde diploma van de werknemer. Deze variabele wordt uitgedrukt in 4 klassen: maximaal een diploma van het lager secundair onderwijs, maximaal een diploma van het hoger secundair onderwijs, maximaal een diploma van het hoger onderwijs van het korte type (bachelor) en tenslotte minimaal een diploma van het hoger onderwijs lange type of van het universitair onderwijs (master)..

Metadata