Moedersterfte

4,6 maternale overlijdens per 100.000 levendgeboorten

Bevolking
4,6 maternale overlijdens per 100.000 levendgeboorten

Na de publicatie van de statistieken over de doodsoorzaken kan Statbel nu de statistieken over moedersterfte voor de periode 2011-2015 publiceren. Met 4 directe maternale overlijdens en 1 laat maternaal overlijden (na 42 dagen) in 2015, bedraagt de moedersterftecoëfficiënt voor deze vijfjarige periode (met als middelpunt 2013) 4,6 sterfgevallen per 100.000 levendgeborenen, een significante daling ten opzichte van de voorgaande 3-4 jaar (5,2 sterfgevallen per 100.000 levendgeborenen in 2012, maar 6,1 in 2009). In 2015 is er geen indirecte moedersterfte of moedersterfte van niet-ingezeten moeders vastgesteld.

Grafiek
Content

matmort_nl.png

Tabel
Content

België, Moedersterfte, 1998-2015

Jaar Moedersterfte bij residenten (ingezeten vrouwen)
Recht-streekse <=42 d Onrecht-streekse <=42 d Maternale overlijdens Laattijdige Levend-geborenen Periode Moeder-sterfteratio
1998 11 2 13 1 114.276 - -
1999 6 1 7 1 113.469 - -
2000 4 0 4 1 114.883 1998-2002 6,7
2001 10 1 11 2 114.172 1999-2003 5,8
2002 1 2 3 2 111.225 2000-2004 4,9
2003 7 1 8 0 112.149 2001-2005 5,3
2004 2 0 2 0 115.618 2002-2006 4,5
2005 4 2 6 0 118.002 2003-2007 5,1
2006 6 1 7 2 121.382 2004-2008 4,8
2007 7 0 7 1 125.228 2005-2009 5,3
2008 7 0 7 0 128.049 2006-2010 5,5
2009 6 0 6 0 127.297 2007-2011 6,1
2010 5 3 8 0 130.100 2008-2012 5,6
2011 9 2 11 0 128.705 2009-2013 5,0
2012 4 0 4 2 128.051 2010-2014 5,2
2013 3 0 3 0 125.606 2011-2015 4,6
2014 5 2 7 1 125.014 2012-2016 -
2015 4 0 4 1 122.274 - -
Moedersterfteratio = (rechtstreekse MO's + onrechtstreekse MO's) / Levendgeborenen * 100000, over 5 jaar.
Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium); op basis van de statistische overlijdensformulieren, verwerkt door de deelstaten na nazicht door de COD-werkgroep.

De statistiek van de moedersterfte wordt opgesteld op basis van de gegevensbank van de doodsoorzaken. Uit die databank worden de “maternale sterfgevallen” geselecteerd volgens een complexe procedure. Deze houdt rekening met de WGO-definitie en wordt in de metadata uitvoerig beschreven. In de tiende herziening van de Internationale Classificatie van Ziekten (ICD-10) wordt maternaal overlijden m.n. gedefinieerd als “de dood van een vrouw tijdens haar zwangerschap of binnen de 42 dagen na het beëindigen van de zwangerschap, ongeacht de duur of de lokalisatie van de zwangerschap, door iedere oorzaak gerelateerd aan of verergerd door de zwangerschap of haar gevolgen of behandeling; overlijden door ongeval of andere incidentele oorzaken zijn uitgezonderd”.

“Moedersterfte wordt in twee groepen opgedeeld. Maternale overlijdens door een rechtstreekse obstetrische oorzaak zijn overlijdens die het gevolg zijn van obstetrische verwikkelingen (zwangerschap, arbeid en nasleep van de bevalling), van medische handelingen, van het uitblijven van medische handelingen, van een ongepaste behandeling of van een aaneenschakeling van gebeurtenissen voortvloeiend uit een van de voornoemde factoren. Maternale overlijdens door een onrechtstreekse obstetrische oorzaak zijn overlijdens die het gevolg zijn van een vooraf bestaande ziekte of van een aandoening die zich in de loop van de zwangerschap ontwikkelde en niet het gevolg was van rechtstreekse obstetrische oorzaken, maar door de fysiologische effecten van de zwangerschap werd verergerd.”

Verder definieert de ICD-10 ook het laattijdige maternale overlijden, m.n. als “het overlijden van een vrouw door rechtstreekse of onrechtstreekse obstetrische oorzaken meer dan 42 dagen, maar minder dan een jaar, na beëindiging van de zwangerschap.”

De moedersterfteratio is de verhouding tussen het aantal waargenomen rechtstreekse en onrechtstreekse maternale overlijdens in de loop van één jaar en het aantal levendgeborenen in datzelfde jaar, hier uitgedrukt per 100.000 levendgeborenen. Laattijdige maternale overlijdens worden bij het berekenen van die ratio niet in aanmerking genomen. Gelet op het geringe en uitgesproken wisselend aantal gevallen dat jaarlijks in België wordt vastgesteld, is ervoor gekozen om genoemde ratio te berekenen op basis van de gecumuleerde maternale overlijdens en levendgeborenen van vijf opeenvolgende jaren, waarbij dan de daaruit berekende ratio op het middelste jaar geboekt wordt.

Bij het identificeren van deze maternale overlijdens sloot de ad-hocwerkgroep, die alle gefedereerde entiteiten die gegevens produceren verzamelt rond het Belgische statistiekbureau, het risico niet uit op een onderschatting van deze sterfgevallen op basis van enkel het statistiekformulier dat als belangrijkste bron dient. De werkgroep roept daarom op tot verdere inspanningen om het toezicht op de maternale overlijdens verder te verbeteren en steunt het recente initiatief van de orde van artsen voor moeders en pasgeborenen om de mogelijkheid te onderzoeken om een moedersterfteregister op te richten.

Metadata

De statistiek van de moedersterfte

moedersterfte.svg

Zijn er vragen over dit thema?