Onderwijsniveau

In 2020 heeft 47,8% van de 30-34-jarigen in België een diploma van het hoger onderwijs

Werk & Opleiding
In 2020 heeft 47,8% van de 30-34-jarigen in België een diploma van het hoger onderwijs

Een EU-kerndoelstelling is dat het percentage 30-34-jarigen met een diploma van het hoger onderwijs tegen 2020 minstens 47% bedraagt in België. De beoogde 47% werd in 2018 voor het eerst bereikt met een percentage van 47,5%. Dat cijfer ligt in 2020 nog iets hoger (47,8%). Ook hier is er een groot verschil tussen de percentages van vrouwen en mannen. 55,5% van de vrouwen van 30 tot en met 34 jaar heeft een diploma van het hoger onderwijs tegenover 40,2% van de mannen.

Het percentage 30-34-jarigen met een diploma van het hoger onderwijs is met 58,2% het hoogst in Brussel. De percentages in Vlaanderen en Wallonië bedragen respectievelijk 49,3% en 40,6%.

Onderwijsniveau
Hoger onderwijs
Content

Aandeel 30-34-jarigen dat een diploma van het hoger onderwijs heeft behaald

België 2000 2005 2010 2015 2017 (a) 2018 2019 2020
Totaal 35,2% 39,2% 44,4% 42,7% 45,9% 47,5% 47,5% 47,8%
Mannen 33,3% 35,1% 39,0% 36,7% 40,8% 40,6% 39,8% 40,2%
Vrouwen 37,2% 43,5% 50,0% 48,7% 50,9% 54,4% 55,2% 55,5%
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2000 2005 2010 2015 2017 (a) 2018 2019 2020
Totaal 43,9% 49,8% 48,7% 48,4% 54,4% 56,2% 55,6% 58,2%
Mannen 41,2% 49,1% 48,0% 47,1% 55,9% 54,6% 52,8% 55,9%
Vrouwen 46,8% 50,6% 49,4% 49,7% 52,9% 57,7% 58,2% 60,4%
Vlaams Gewest 2000 2005 2010 2015 2017 (a) 2018 2019 2020
Totaal 36,4% 40,0% 45,0% 43,2% 46,4% 48,2% 48,5% 49,3%
Mannen 34,9% 35,5% 38,6% 36,0% 39,7% 39,4% 39,8% 40,8%
Vrouwen 38,0% 44,6% 51,4% 50,4% 53,2% 56,9% 57,2% 57,8%
Waals Gewest 2000 2005 2010 2015 2017 (a) 2018 2019 2020
Totaal 30,0% 33,9% 41,5% 39,1% 40,9% 42,5% 42,2% 40,6%
Mannen 27,6% 28,9% 35,6% 33,2% 36,2% 36,4% 34,1% 32,1%
Vrouwen 32,5% 38,9% 47,5% 45,0% 45,7% 48,6% 50,3% 49,1%
(a) Breuk in de resultaten wegens een grondige hervorming van de enquête naar de arbeidskrachten

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De enquête naar de arbeidskrachten (EAK) is een sociaal-economische steekproefenquête bij huishoudens. Haar voornaamste doelstelling is de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door Statbel van de FOD Economie. De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15 jaar oud of meer

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit inactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks worden in België ongeveer 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Respons

De respons bedraagt + 75%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Metadata

Methodologie enquêtes

Wetgeving