Geharmoniseerde consumptieprijsindex – februari 2026
- De Belgische inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) bedraagt 1,4% in februari net zoals in januari.
- De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in februari 2,3% tegenover 2,5% in januari.
- De inflatie volgens de consumptieprijsindex (CPI) voor de maand februari bedraagt 1,4% ten opzichte van 1,1% in januari.
- De subindices met de grootste positieve impact op de inflatie zijn geneesmiddelen, restaurants en cafés, woninghuur en vliegtuigtickets.
- De subindices die deze maand de grootste negatieve impact hebben op de inflatie zijn aardgas, motorbrandstoffen, elektriciteit en huisbrandolie.
- Eurostat zal op 18 maart de geharmoniseerde consumptieprijsindex van de EU-landen voor februari publiceren.
De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP)[1] blijft in februari stabiel met 1,4% net zoals in januari. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT)[2] bedroeg 1,4% in februari, net als in januari.
De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 2,3% in februari, tegenover 2,5% in januari en 2,9% in december. De inflatie zonder energieproducten bedraagt 2,3%, tegenover 2,5% in januari.
De inflatie voor voeding bedraagt deze maand 0,6%, tegenover 0,5% vorige maand. De inflatie van olie bedroeg deze maand -3,7% tegenover -3,1% in januari. Voor zuivelproducten ging de inflatie naar -3,1% tegenover -3,7% vorige maand. Vis heeft deze maand een inflatie van 1,1% tegenover -0,2% in januari. De inflatie van brood en granen bedroeg in februari -0,5% tegenover -0,2% in januari. De inflatie van vlees steeg van 3,4% vorige maand naar 4,1% in februari.
De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu
-0,7%, een stijging ten opzichte van vorige maand (-0,9%). Voeding, daarentegen, levert een bijdrage van 0,1%.
Elektriciteit is nu 2,1% goedkoper dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van -14,1% ten opzichte van februari vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 10,2% gedaald ten opzichte van vorig jaar.
Inflatie en impact van de 13 hoofdgroepen op de inflatie
Op basis van de opsplitsing in de 13 hoofdgroepen wordt de hoogste inflatie in februari gemeten voor “Hotels, cafés en restaurants” (4,1%). De laagste inflatie werd gemeten voor de groep “Huisvesting, water en energie” (-1,0%). De groep “Hotels, cafés en restaurants” is de hoofdgroep die in februari de grootste positieve impact had op de inflatie, met 0,3 procentpunt. De groep “Huisvesting, water en energie” heeft de grootste negatieve impact uitgeoefend met -0,5 procentpunt.
Inflatie[3] en impact[4] op de inflatie voor de globale HICP en de 13 hoofdgroepen
| Productgroep | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | Impact op inflatie (%-punt) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| HICP | HICP-CT | ||||||||
| dec/25 | jan/26 | feb/26 | feb/26 | dec/25 | jan/26 | feb/26 | |||
| 0 | Totaal bestedingen | 1.000,0 | 2,2 | 1,4 | 1,4 | ||||
| 1 | Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken | 140,8 | 2,7 | 0,5 | 0,6 | 0,6 | 0,1 | -0,2 | -0,1 |
| 2 | Alcoholische dranken en tabak | 54,8 | 2,2 | 1,3 | 2,0 | 2,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| 3 | Kleding en schoenen | 65,4 | 0,2 | 9,3 | 0,7 | 0,7 | -0,1 | 0,3 | -0,1 |
| 4 | Huisvesting, water en energie | 157,3 | 0,9 | -1,6 | -1,0 | -1,0 | -0,3 | -0,6 | -0,5 |
| 5 | Stoffering en huishoudelijke apparaten | 62,7 | 2,8 | 0,1 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | -0,1 | -0,1 |
| 6 | Gezondheid | 100,6 | 2,3 | 2,8 | 3,4 | 3,4 | 0,0 | 0,2 | 0,2 |
| 7 | Vervoer | 111,0 | 1,8 | 0,3 | 1,5 | 1,5 | 0,0 | -0,1 | 0,0 |
| 8 | Informatie en communicatie | 42,0 | -0,2 | 3,3 | 2,8 | 2,8 | -0,1 | 0,1 | 0,1 |
| 9 | Recreatie, sport en cultuur | 96,3 | 4,1 | 2,6 | 2,1 | 2,1 | 0,2 | 0,1 | 0,1 |
| 10 | Onderwijs | 4,6 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| 11 | Hotels, cafés en restaurants | 84,1 | 4,0 | 3,7 | 4,1 | 4,1 | 0,2 | 0,2 | 0,3 |
| 12 | Verzekeringen en financiële diensten | 28,5 | 2,6 | 2,3 | 2,2 | 2,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| 13 | Lichaamsverzorging en overige diensten | 51,9 | 2,6 | 1,3 | 1,5 | 1,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Inflatie volgens specifieke aggregaten
De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.
- De inflatie voor energieproducten is gestegen ten opzichte van vorige maand. Ze bedraagt in februari -6,8% ten opzichte van -8,9% in januari en -4,4% in december. Ten opzichte van de voorgaande maand stegen de prijzen gemiddeld met 3,7%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 0,6% voor de laatste twaalf maanden.
- De inflatie voor de bewerkte levensmiddelen bedraagt in februari 0,7% ten opzichte van 0,5% in januari en 2,6% in december. Ten opzichte van januari stegen de prijzen gemiddeld met 0,1%. De gemiddelde inflatie bedraagt 3,8% voor de laatste twaalf maanden.
- De inflatie voor de niet-bewerkte levensmiddelen (fruit, groenten, vlees en vis) bedraagt in februari 2,1% ten opzichte van 1,5% in januari en 2,7% in december. Ten opzichte van januari stegen de prijzen gemiddeld met 0,9%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 2,3% voor de laatste twaalf maanden.
- De inflatie voor niet-energetische industriële goederen bedraagt in februari 1,1% ten opzichte van 2,3% in januari en 0,7% in december. Ten opzichte van de vorige maand stegen de prijzen gemiddeld met 6,8%.
- Voor diensten (inclusief huur) bedraagt de inflatie in februari 3,6% ten opzichte van 3,4% in januari en 4,2% in december. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 3,6% voor de laatste twaalf maanden.
De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in februari 2,3%. Dat is een daling ten opzichte van de 2,5% in januari. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 2,7%. Ten opzichte van vorige maand stegen de prijzen van dit subaggregaat met 2,4%.
Inflatie volgens specifieke aggregaten
| Specifieke aggregaten | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | 12 maandelijks gemiddelde (%) | Maandelijkse wijziging | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| dec/25 | jan/26 | feb/26 | feb/26 | feb/26 | ||
| Totaal bestedingen | 1.000,0 | 2,2 | 1,4 | 1,4 | 2,5 | 2,5 |
| Energiedragers | 80,4 | -4,4 | -8,9 | -6,8 | 0,6 | 3,7 |
| Bewerkte levensmiddelen | 149,3 | 2,6 | 0,5 | 0,7 | 3,8 | 0,1 |
| Niet-bewerkte levensmiddelen | 46,3 | 2,7 | 1,5 | 2,1 | 2,3 | 0,9 |
| Niet-energetische industriële goederen | 259,4 | 0,7 | 2,3 | 1,1 | 0,5 | 6,8 |
| Diensten | 464,6 | 4,2 | 3,4 | 3,6 | 3,6 | 0,9 |
| HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie) | 873,3 | 2,9 | 2,5 | 2,3 | 2,7 | 2,4 |
Impact van de subindices op de inflatie
De grootste positieve impact op de inflatie wordt gerealiseerd door geneesmiddelen, namelijk met 0,22 procentpunt. Restaurants en cafés hebben een positieve impact van 0,21 procentpunt. Woninghuur heeft een positieve impact van 0,17 procentpunt. Vliegtuigtickets hebben een positieve impact van 0,12 procentpunt.
Subindices met de grootste positieve impact op de inflatie
| Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
|---|---|---|---|
| 2026 | feb/26 | ||
| 06.1.1 | Geneesmiddelen | 13,8 | 0,22 |
| 11.1.1 | Restaurants en cafés | 75,2 | 0,21 |
| 04.1.1 | Woninghuur | 74,4 | 0,17 |
| 07.3.3 | Vliegtuigtickets | 6,2 | 0,12 |
De negatieve impact op de inflatie was het grootst voor aardgas, namelijk -0,38 procentpunt. Motorbrandstoffen hadden een impact van -0,20 procentpunt. Elektriciteit had een negatieve impact van -0,13 procentpunt. Huisbrandolie had een negatieve impact van -0,12 procentpunt.
Subindices met de grootste negatieve impact op de inflatie
| Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
|---|---|---|---|
| 2026 | feb/26 | ||
| 04.5.2 | Aardgas | 17,8 | -0,38 |
| 07.2.2 | Motorbrandstoffen | 23,7 | -0,2 |
| 04.5.1 | Elektriciteit | 31,1 | -0,13 |
| 04.5.3 | Huisbrandolie | 6,9 | -0,12 |
Vergelijking tussen België en de buurlanden
Aangezien de definitieve HICP van onze buurlanden pas later wordt bekendgemaakt, kan er slechts een vergelijking gemaakt worden op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van februari. In België bedroeg deze inflatie 1,4% in februari net zoals in januari. Nederland tekende een inflatie op van 2,3% in februari, dit is een lichte stijging ten opzichte van de 2,2% in januari. In Frankrijk bedroeg de inflatie in februari 1,1%; ze steeg daarmee ten opzichte van de 0,4% in januari. De eerste snelle inflatieraming van de HICP van februari voor Duitsland bedroeg 2,0%, een lichte daling ten opzichte van januari toen de inflatie 2,1% bedroeg.
Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor februari nog niet publiceerde, is januari de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. De inflatie op basis van de HICP-CT bedroeg in België in januari 1,4%. Ze daalde daarmee ten opzichte van de 2,2% in december. In januari bedroeg deze inflatie in Duitsland 2,4%. Dat is een stijging ten opzichte van december, toen de inflatie 1,9% bedroeg. De inflatie in Frankrijk daalde van 0,4% in december naar 0,1% in januari. In Nederland daalde ze tot 1,8% in januari. In december bedroeg deze inflatie 2,7%
[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonised Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.
Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:
- De weging van het pakket aan goederen en diensten in de HICP is hoofdzakelijk gebaseerd op de nationale rekeningen. Op de lagere gedetailleerde niveaus wordt gebruikt gemaakt van het huishoudbudgetonderzoek. De CPI gebruikt hoofdzakelijk het huishoudbudgetonderzoek op alle niveaus.
- De referentiepopulatie van de HICP bestaat uit particuliere huishoudens (incl. toeristen in België) en bewoners van institutionele huishoudens (o.a. rusthuizen en instellingen). Voor de CPI zijn dit momenteel particuliere huishoudens met een leeftijdsgrens voor de referentiepersoon.
- In de HICP wordt een binnenlands bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan in België door de referentiepopulatie. Voor de CPI wordt een nationaal bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan door de referentiepopulatie ongeacht de locatie.
- Voor de HICP wordt geen seizoenscorrectie toegepast, voor de CPI wordt dit gedaan voor buitenlandse reizen en vakantiedorpen.
- De solden werden in de CPI geneutraliseerd, in de HICP worden deze in de maand opgenomen.
- Voor huisbrandolie wordt de huidige prijs gebruikt in de berekening van de HICP. In de berekening van de CPI wordt een gewogen 12-maandelijks gemiddelde gehanteerd.
[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP. In deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.
[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.
[4] De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het integreren van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).
Doel en korte beschrijving
De geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) is een economische indicator die als doel heeft de prijsevolutie van goederen en diensten, gekocht door huishoudens, doorheen de tijd te meten. De HICP maakt dan ook een vergelijkbare meting van inflatie mogelijk in de eurozone, de EU, de Europese Economische Ruimte en voor alle andere landen inclusief kandidaat Lidstaten voor de Europese Unie. De HICP wordt berekend op een geharmoniseerde wijze en op basis van gemeenschappelijke concepten. De HICP is de officiële maatstaf van de inflatie in de eurozone om de Europese Centrale Bank in staat te stellen haar monetair beleid te voeren.
Populatie
Uiteindelijke gezinsuitgaven van gezinnen die op Belgisch grondgebied wonen.
Frequentie
Maandelijks.
Timing publicatie
Resultaten beschikbaar 15 dagen na de referentieperiode
Definities
Geharmoniseerde prijsindex (HICP) : Het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen (HICP) werd in 1997 opgericht om over een vergelijkbare meting van de inflatie tussen de deelnemende landen uit de toekomstige eurozone te beschikken. Sinds het begin van de euro is het HICP één van de belangrijkste meetinstrumenten van de Europese Centrale Bank (ECB) bij het voeren van haar monetaire beleid. De opgenomen prijzen zijn de prijzen zoals ze werkelijk door de consumenten worden gedragen inclusief bv. de belastingen op de producten, zoals de belasting op de toegevoegde waarde, en houden rekening met de koopjesperiodes.
Inflatie : Inflatie wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de waarde van het indexcijfer van de consumptieprijzen van een gegeven maand en het indexcijfer van dezelfde maand het jaar voordien. De inflatie meet dus het tempo waarin het algemene niveau van de prijzen evolueert.
COICOP ; COICOP is een nomenclatuur ontwikkeld door de Verenigde Naties welke tot doel heeft om individuele consumptie uitgaven van gezinnen te classificeren volgens gebruiksdoel.
Geharmoniseerd indexcijfer met constante belastingvoeten : Het geharmoniseerd indexcijfer van de consumptieprijzen met constante belastingvoeten is afgeleid van de HICP en wordt berekend door het niveau van indirecte belastingen (hoofdzakelijk accijnzen en BTW) constant te houden ten opzichte van het niveau dat in december van het jaar voordien werd waargenomen. Dit indexcijfer laat toe het maximum effect op de inflatie te meten bij wijzigingen in de belastingen door te veronderstellen dat deze rechtstreeks en integraal worden doorberekend op de eindprijs die wordt betaald door de consumenten.
Weging : Gewicht in de korf van goederen en diensten bepaald door de resultaten van de nationale rekeningen (uitgaven optiek) en die van het huishoudbudgetonderzoek.
Inflatie met constante belastingvoeten : Inflatie wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de waarde van het indexcijfer van de consumptieprijzen van een gegeven maand en het indexcijfer van dezelfde maand het jaar voordien. De inflatie meet dus het tempo waarin het algemene niveau van de prijzen evolueert.
Metadata
- Geharmoniseerd indexcijfer van de consumptieprijzen.pdf
- Maandelijkse opname van consumptieprijzen door enquêteurs in winkels .pdf
- Enquête 'Private huur'.pdf
- Enquête 'sociale huur'.pdf
- Verschillende overige bronnen (Internet, catalogi, scannerdata , ...).pdf