Werkgelegenheid en werkloosheid

70,5% van de 20-64-jarigen aan het werk in 2019

Werk & Opleiding
70,5% van de 20-64-jarigen aan het werk in 2019

Nieuwe resultaten enquête naar arbeidskrachten België

Statbel, het Belgische statistiekbureau, publiceert vandaag de resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten voor 2019, een periode waarin er in België nog geen sprake was van het coronavirus.

2019 was een gunstig jaar voor de arbeidsmarkt: de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen stijgt met 0,8 procentpunt naar 70,5% en de werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen daalt van 6% in 2018 naar 5,4% in 2019, het laagste jaargemiddelde sinds het begin van de meting in 1983. Bij vrouwen zijn de evoluties het sterkst waardoor de kloof tussen de werkgelegenheidsgraad van mannen en vrouwen verkleint en de werkloosheidsgraad van vrouwen nog iets meer onder die van de mannen komt te liggen.

De evoluties van de werkgelegenheidsgraad en werkloosheidsgraad zijn positief in de drie gewesten maar er blijven grote verschillen bestaan tussen de regio’s. Vlaanderen scoort met een werkgelegenheidsgraad bij 20-64-jarigen van 75,5% en een werkloosheidsgraad bij 15-64-jarigen van 3,3% duidelijk beter dan Brussel en Wallonië. Opvallend is ook de sterke werkloosheidsdaling in Wallonië, van 8,5% in 2018 naar 7,2% in 2019, vooral dankzij een opmerkelijke afname van de werkloosheidsgraad van vrouwen.

De Enquête naar de Arbeidskrachten levert basisinfo voor de opvolging van een aantal doelstellingen rond werk en opleiding in het kader van de EU2020-strategie. We stellen vast dat het moeilijk wordt om de Belgische hoofddoelstelling op vlak van werk, namelijk dat 73,2% van de 20-64-jarigen een job heeft, te behalen tegen het referentiejaar 2020. Daarvoor zouden in 2020 ongeveer 186.000 personen meer aan de slag moeten zijn dan in 2019. Voor wat betreft de nevendoelstellingen in het kader van de EU2020-strategie binnen het domein 'werk', bedraagt de Belgische werkgelegenheidsgraad van vrouwen van 20 tot en met 64 jaar 66,5% in 2019. Daarmee ligt die nog 2,5 procentpunt onder de beoogde 69% in 2020. De nevendoelstelling om de helft van de 55-64-jarigen aan het werk te krijgen, werd reeds behaald in 2018. Toen was 50,3% van de 55-64-jarigen aan het werk en dit percentage stijgt naar 52,1% in 2019.

Een laatste nevendoelstelling binnen het domein ‘werk’ is het verkleinen van de kloof tussen de werkgelegenheidsgraad van Belgen en niet-EU-burgers tot minder dan 16,5 procentpunt. In 2019 bedraagt deze kloof 28,6 procentpunt en die kloof is nog groter dan in 2018. De werkgelegenheidsgraad van Belgen bedraagt in 2019 71,8%, die van niet-EU28-burgers 43,2%.

Twee van de drie EU2020-doelstellingen met betrekking tot het domein ‘onderwijs en opleiding’ werden reeds behaald. Het percentage schoolverlaters ligt sinds 2016 onder de beoogde 9,5%. In 2019 bedraagt het percentage vroegtijdige schoolverlaters 8,4%. Daarnaast ligt het percentage 30-34-jarigen met een diploma van het hoger onderwijs sinds 2018 boven de beoogde 47%. Het percentage bedraagt zowel in 2018 als in 2019 47,5%. Voor beide onderwijsindicatoren scoren vrouwen beduidend beter dan mannen.

Tot slot is er de doelstelling om het percentage jongeren van 15 tot en met 24 jaar dat noch werk heeft en noch onderwijs noch opleiding volgt (NEET-indicator) terug te dringen tot maximaal 8,2%. Dit percentage bedraagt 9,3% in 2019, dit is 0,1 procentpunt meer dan in 2018.

Verdere details leest u hieronder.

Werkgelegenheidsgraad van 20- tot en met 64-jarigen

70,5% van de 20-64-jarigen aan het werk

In 2019 heeft 65,3% van de 15- tot en met 64-jarigen een job. Beperken we ons tot de leeftijdsgroep van 20 tot en met 64 jaar, dit is de doelgroep in het kader van de EU2020-strategie, dan gaat het om 70,5%. Tussen 2018 en 2019 steeg deze werkgelegenheidsgraad met 0,8 procentpunt. Het doel in het kader van de EU2020-strategie is dat tegen 2020 73,2% van de 20- tot en met 64-jarigen een job heeft (zie verder, EU2020-indicatoren werk).

Kloof werkgelegenheidsgraad mannen en vrouwen wordt kleiner

Vooral de vrouwelijke werkgelegenheidsgraad stijgt sterk waardoor de kloof met die van mannen weer iets kleiner wordt. Bij de 20-64-jarigen is momenteel 74,5% van de mannen en 66,5% van de vrouwen aan het werk.

Grote verschillen tussen de gewesten

De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen stijgt in de drie gewesten, al zien we een daling bij vrouwen in Brussel en een stabilisatie bij mannen in Wallonië. De verschillen tussen de gewesten blijven groot: in Vlaanderen is 75,5% van de 20- tot en met 64-jarigen aan het werk, in Wallonië bedraagt de werkgelegenheidsgraad 64,6% en in Brussel 61,7%.

Werkloosheidsgraad 15- tot en met 64-jarigen

De IAB-werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen bedraagt 5,4%

De werkloosheidsgraad van 15- tot en met 64-jarigen volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (zie tab “Documentatie”) bedraagt 5,4% in 2019, dit is het laagste jaargemiddelde sinds het begin van de meting in 1983. In het vierde kwartaal van 2019 werd met een werkloosheidsgraad van 5,2% een recordlaagte op kwartaalbasis bereikt.

De jaarlijkse werkloosheidsgraad daalt met 0,6 procentpunt ten opzichte van 2018 toen het percentage 6,0% bedroeg.

Werkloosheidsgraad vrouwen 0,8 procentpunt onder die van mannen

De werkloosheidsgraad van vrouwen ligt 0,8 procentpunt onder die van mannen. Het cijfer van de vrouwen bedraagt in 2019 5,0% tegenover 5,8% bij mannen. De kloof tussen beide geslachten is nog iets groter geworden in 2019. In 2018 bedroeg het verschil tussen de werkloosheidsgraad van vrouwen en mannen 0,7 procentpunt.

Jeugdwerkloosheidsgraad daalt naar 14,2%

De Belgische werkloosheidsgraad daalt in alle leeftijdsgroepen. Ook bij jongeren (15-24 jaar), die de hoogste werkloosheidsgraad hebben, is het percentage sterk gedaald. . In 2018 ging het nog om 15,8% terwijl dit in 2019 gedaald is naar 14,2%.De werkloosheidsgraad van 25-49-jarigen daalt tussen 2018 en 2019 van 5,7% naar 5,0% en die van 50-64-jarigen van 4,0% naar 3,8%.

Sterkste daling werkloosheidsgraad in Wallonië

De werkloosheidsgraad neemt in alle regio’s af, maar de daling is het sterkst in Wallonië. Daar neemt de werkloosheidsgraad tussen 2018 en 2019 af van 8,5% naar 7,2%, vooral dankzij een sterke afname bij vrouwen, namelijk van 8,0% in 2018 naar 6,0% in 2019. In Brussel daalt de werkloosheidsgraad van 13,4% naar 12,7% en in Vlaanderen van 3,5% naar 3,3%.

EU2020-indicatoren werk

Hoofddoel werk moeilijk haalbaar tegen 2020

De Enquête naar de Arbeidskrachten levert basisinfo voor de opvolging van een aantal doelstellingen rond werk en opleiding in het kader van de EU2020-strategie. Als hoofddoelstelling op het vlak van werk werd in het kader van deze Europa 2020-strategie vastgelegd dat tegen 2020 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zou moeten zijn. België heeft, zoals alle Europese lidstaten, een nationale doelstelling vastgelegd. Die bedraagt 73,2%.

Zoals hoger gemeld, heeft in 2019 70,5% van de 20- tot en met 64-jarigen een job. Om volgend jaar het nationale doel te bereiken, moeten naar schatting zo’n 186.000 personen van 20 tot en met 64 jaar extra aan het werk zijn (tabel 1).

Raming van het aantal bijkomende werkenden tussen 20-64 jaar die nodig zijn om in 2020 een werkgelegenheidsgraad van 73,2% te behalen

  2019 2020 Evolutie 2019-2020
Werkend 4.708.364 4.894.423 +186.059
Totale bevolking van 20-64 jaar in private huishoudens 6.678.770 6.686.370* +7.600
Werkgelegenheidsgraad 70,5% 73,2% +2,7 procentpunt
Geschatte aantallen staan in het blauw
* Cijfer voor 2020 geschat op basis van de bevolkingsvooruitzichten 2019-2070 gepubliceerd door het Federaal Planbureau en Statbel.

In vlaanderen bedraagt de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen 75,5%. In Wallonië gaat het om 64,6% en in Brussel 61,7%.

Werkgelegenheidsgraad vrouwen stijgt met 1 procentpunt

Voor de vrouwelijke werkgelegenheidsgraad werd een Belgische nevendoelstelling van 69% vastgelegd. In 2019 is 66,5% van de vrouwen tussen 20 en 64 jaar aan het werk, hetgeen een stijging met 1 procentpunt betekent ten opzichte van 2018.

71,5% van de Vlaamse vrouwen van 20 tot en met 64 jaar heeft in 2019 een job. Bij Brusselse en Waalse vrouwen bedragen de percentages respectievelijk 56,0% en 61,1%.

52,1% van de 55-64-jarigen aan het werk

Het doel om de helft van de 55-64-jarigen aan het werk te krijgen werd in 2018 voor het eerst bereikt. In 2018 werkte 50,3% van deze leeftijdsgroep. Tussen 2018 en 2019 steeg het percentage verder tot 52,1% in 2019 . Er blijven grote verschillen tussen de werkgelegenheidsgraden van 55-59-jarigen en die van 60-64-jarigen. In 2019 heeft 69,5% van de 55-59-jarigen een job tegenover 32,8% van de 60-64-jarigen.

Van alle 55-64-jarigen in Vlaanderen heeft 54,9% een job tegenover percentages van 49,6% in Brussel en 47,4% in Wallonië.

De kloof tussen de werkgelegenheidsgraad van Belgen en niet-EU-burgers bedraagt 28,6 procentpunt

Een laatste nevendoelstelling binnen het domein ‘werk’ is het verkleinen van de kloof tussen de werkgelegenheidsgraad van Belgen en niet-EU-burgers tot minder dan 16,5 procentpunt. In 2019 bedraagt deze kloof 28,6 procentpunt. De werkgelegenheidsgraad van Belgen bedraagt 71,8%, die van niet-EU28-burgers 43,2%. De kloof tussen beide werkgelegenheidsgraden bedroeg in 2018 27,5 procentpunt.

De kloof tussen de werkgelegenheidsgraad van Belgen en niet-EU-burgers is met 19,3% het kleinst in Brussel. In Vlaanderen bedraagt die kloof 25,8% en in Wallonië 34,1%.

EU2020-indicatoren onderwijs en opleiding

8,4% van de 18-24-jarigen zijn vroegtijdige schoolverlaters

De EU2020-strategie bevat ook een aantal doelstellingen rond onderwijs en opleiding. Een eerste doel betreft het verminderen van het percentage vroegtijdige schoolverlaters tot minder dan 9,5%. Sinds 2016 behaalt België dit doel. In 2019 bedraagt het percentage 18-24-jarigen dat vroegtijdig de schoolbanken verlaat 8,4%, in 2018 was dit 8,6%. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters is hoger bij mannen (10,5%) dan bij vrouwen (6,2%).

Het percentage vroegtijdige schoolverlaters bedraagt 11,8% bij 18-24-jarigen met woonplaats in Brussel, 10,9% in Wallonië en 6,2% in Vlaanderen.

47,5% van de 30-34-jarigen in België heeft een diploma van het hoger onderwijs; Brussel behaalt 55,6%

Een andere doelstelling is dat het percentage 30-34-jarigen met een diploma van het hoger onderwijs tegen 2020 minstens 47% bedraagt in België. De beoogde 47% werd vorig jaar voor het eerst bereikt met een percentage van 47,5%. Dit cijfer stabiliseert in 2019. Ook hier is er een groot verschil tussen de percentages van vrouwen en mannen. 55,2% van de vrouwen van 30 tot en met 34 jaar heeft een diploma van het hoger onderwijs tegenover 39,8% van de mannen.

Het percentage 30-34-jarigen met een diploma van het hoger onderwijs is met 55,6% het hoogst in Brussel. De percentages in Vlaanderen en Wallonië bedragen respectievelijk 48,5% en 42,2%.

9,3% van de 15-24-jarigen heeft geen werk en volgt geen onderwijs of opleiding

Tot slot is er de nevendoelstelling om het percentage jongeren van 15 tot en met 24 jaar dat noch werk heeft en noch onderwijs noch opleiding volgt (NEET-indicator) terug te dringen tot maximaal 8,2 %. Dit percentage bedraagt 9,3% in 2019, dit is 0,1 procentpunt meer dan in 2018.

Het NEET-percentage bedraagt 7,5% in Vlaanderen, 11,0% in Wallonië en 12,9% in Brussel.

Bijlage 1: kerncijfers over de arbeidsmarkt 2019

 

België Percentage 2019 Evolutie tov 2018 in procentpunt
Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen Totaal 70,5% +0,8
Mannen 74,5% +0,6
Vrouwen 66,5% +1,0
Werkgelegenheidsgraad 55-64-jarigen Totaal 52,1% +1,8
Mannen 57,3% +2,2
Vrouwen 47,0% +1,4
Werkloosheidsgraad 15-64-jarigen Totaal 5,4% -0,6
Mannen 5,8% -0,5
Vrouwen 5,0% -0,6
Werkloosheidsgraad 15-24-jarigen Totaal 14,2% -1,6
Mannen 16,0% -0,2
Vrouwen 12,3% -3,0
Brussels Hoofdstedelijk Gewest Percentage 2019 Evolutie tov 2018 in procentpunt
Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen Brussels Hoofdstedelijk Gewest Totaal 61,7% +0,3
Mannen 67,4% +1,1
Vrouwen 56,0% -0,6
Werkloosheidsgraad 15-64-jarigen Brussels Hoofdstedelijk Gewest Totaal 12,7% -0,7
Mannen 12,8% -1,7
Vrouwen 12,6% +0,7
Vlaams Gewest Percentage 2019 Evolutie tov 2018 in procentpunt
Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen Vlaams Gewest Totaal 75,5% +0,9
Mannen 79,3% +0,8
Vrouwen 71,5% +0,8
Werkloosheidsgraad 15-64-jarigen Vlaams Gewest Totaal 3,3% -0,2
Mannen 3,3% -0,2
Vrouwen 3,1% -0,2
Waals Gewest Percentage 2019 Evolutie tov 2018 in procentpunt
Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen Waals Gewest Totaal 64,6% +0,9
Mannen 68,2% +0,0
Vrouwen 61,1% +1,8
Werkloosheidsgraad 15-64-jarigen Waals Gewest Totaal 7,2% -1,3
Mannen 8,2% -0,8
Vrouwen 6,0% -2,0

Bijlage 2

Overzicht
Content
Tabel 1

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De steekproefenquête naar de arbeidskrachten is een enquête bij particuliere huishoudens, die over het hele jaar wordt gehouden. Ze is gebaseerd op de antwoorden van bijna 123.000 personen (respondenten) op actieve leeftijd (15 jaar en ouder).

Haar voornaamste doelstelling is de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium). De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15 jaar oud of meer

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het Rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit inactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks worden in België ongeveer 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Respons

De respons bedraagt + 75%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Definities

De enquête is geharmoniseerd op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd.

  • Personen met een betrekking (werkende personen) zijn personen die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor loon of salaris of voor winst, of die een baan hadden maar tijdelijk afwezig waren. Men kan bijvoorbeeld tijdelijk afwezig zijn omwille van vakantie, ziekte, technische of economische redenen (tijdelijke werkloosheid),….

    Ook de meewerkende familieleden worden tot de werkenden gerekend.

  • Werklozen zijn alle personen die:

(a) tijdens de referentieweek geen werk hadden, d.w.z. niet in loondienst of als zelfstandige werkten;

(b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek;

(c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Opgelet! De IAB‐werkloosheidscijfers staan los van een eventuele inschrijving bij VDAB, Actiris, FOREM of ADG, evenals van het ontvangen van een uitkering van de RVA, en zijn dus niet vergelijkbaar met de administratieve werkloosheidscijfers.

  • De beroepsbevolking is samengesteld uit de werkloze en de werkende bevolking.
  • Niet‐actieven zijn alle personen die niet beschouwd worden als personen met een betrekking of als werklozen.

 

  • De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage werkende personen in een bepaalde leeftijdsgroep weer. 
  • De werkgelegenheidsgraad in het kader van de Europa 2020‐strategie geeft het percentage werkende personen in de bevolking van 20 tot 64 jaar weer. 
  • De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.
  • De activiteitsgraad geeft het percentage beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) in de totale bevolking binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.

 

Bovenstaande indicatoren (werkgelegenheidsgraad, werkloosheidsgraad en activiteitsgraad) zijn de belangrijkste indicatoren om de arbeidsmarktevolutie op internationaal niveau te vergelijken.

Metadata

Methodologie enquêtes

Wetgeving