Werkgelegenheid en werkloosheid

Voor het eerst meer dan 5 miljoen personen aan het werk

Werk & Opleiding
Voor het eerst meer dan 5 miljoen personen aan het werk

Werkgelegenheidsgraad bereikt recordhoogte in het derde kwartaal van 2022

In het derde kwartaal van 2022 is 72,1% van de 20-64-jarigen in België aan het werk in vergelijking met 71,4% in zowel het tweede kwartaal van 2022 als het derde kwartaal van 2021. Dat blijkt uit nieuwe resultaten van Statbel op basis van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK).
De IAB-werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen stabiliseert op 5,7% maar daalt sterk in vergelijking met het derde kwartaal van vorig jaar, toen het cijfer nog 6,6% bedroeg. Zowel de werkgelegenheidsgraad als de werkloosheidsgraad evolueren voor de meeste subpopulaties in gunstige zin tussen het derde kwartaal van 2021 en dat van 2022. De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen bereikt een recordhoogte en het aantal werkende personen overschrijdt zelfs voor het eerst de 5 miljoen. Hierbij zijn ook jobstudenten inbegrepen en dat aantal ligt logischerwijs hoger in de zomermaanden. Vandaar ook dat tijdelijk werk meestal een piek vertoont in een derde kwartaal. In het derde kwartaal van 2022 heeft 10,3% van alle loontrekkenden een tijdelijke job. Bij de jonge loontrekkenden gaat het om 54,4% tegenover 7,4% van de 25- tot en met 49-jarigen en 3,9% van de 50-plussers. Van alle jongeren onder de 25 jaar met een tijdelijke job, oefent 65,4% een studentenjob uit.

Verdere details leest u hieronder.

Arbeidsmarkt evolueert erg gunstig in vergelijking met vorig jaar

72,1% van de 20-64-jarigen aan het werk, een recordhoogte

Nadat de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen in het eerste kwartaal van 2022 het niveau bereikte van 71,9% zakte het cijfer in het tweede kwartaal lichtjes tot 71,4%. In het derde kwartaal van 2022 stijgt de werkgelegenheidsgraad naar 72,1%, dit is het hoogste niveau sinds de start van de metingen in 1983. In vergelijking met het derde kwartaal van vorig jaar zien we dezelfde toename, van 71,4% in het derde kwartaal van 2021 naar 72,1% in het derde kwartaal van 2022. In absolute termen betekent dit dat in het derde kwartaal van 2022 4.865.000 mensen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn. Als we de populatie van 15 jaar en ouder bekijken, dan gaat het om 5.010.000 personen. Voor het eerst zijn er dus meer dan 5 miljoen personen die in België wonen aan het werk. Hierbij zijn ook jongeren inbegrepen die een studentenjob uitoefenen. Zij worden in de werkgelegenheidscijfers opgenomen indien ze effectief gewerkt hebben tijdens de referentieweek, dit is de week waarover ze bevraagd worden. Tussen het derde kwartaal van 2021 en dat van 2022 neemt de werkgelegenheidsgraad toe bij zowel vrouwen als mannen, bij 20-54-jarigen en 55-plussers en bij midden- en hooggeschoolden (grafiek 1). De werkgelegenheidsgraad bij laaggeschoolden stabiliseert op 46%. Kijken we naar regio, dan zien we in Brussel een sterke toename van het percentage werkenden in de bevolking van 20 tot 64 jaar, van 62,6% naar 65,8%. In Vlaanderen stijgt de werkgelegenheidsgraad van 76,2% naar 76,8% en in Wallonië noteren we een zeer lichte toename van de werkgelegenheidsgraad, van 65,8% naar 65,9%.

Grafiek 1: Evolutie van de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen volgens verschillende kenmerken (T3 2021 – T3 2022)

IAB-werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen bedraagt 5,7%

In het derde kwartaal van 2022 bedraagt de IAB-werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen 5,7%, wat hetzelfde cijfer is als het voorgaande kwartaal, maar een sterke daling van 0,9 procentpunt ten opzichte van het derde kwartaal van vorig jaar (6,6%). In absolute termen bedraagt het aantal werklozen van 15 tot 64 jaar in het derde kwartaal van 2022 299.000, waarvan 64.000 werklozen in Brussel, 112.000 in Vlaanderen en 123.000 in Wallonië.

De werkloosheidsgraad daalt tussen het derde kwartaal van 2021 en het derde kwartaal van 2022 bij alle subgroepen: zowel bij vrouwen als bij mannen, bij de diverse leeftijdsgroepen, bij laag-, midden- en hooggeschoolden en in de drie regio’s. In Brussel daalt de werkloosheidsgraad van 13,8% naar 11,3%, in Vlaanderen van 4% naar 3,6% en in Wallonië van 9,1% naar 8%.

Grafiek 2: Evolutie van de werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen volgens verschillende kenmerken (T3 2021 – T3 2022)

Tijdelijk werk

54,4% van de jonge loontrekkenden heeft een tijdelijke job

Het aandeel van tijdelijk werk in het totaal aantal loontrekkenden bereikt in een derde kwartaal meestal een piek. Dat is ook in 2022 het geval, al ligt het percentage tijdelijk werkenden binnen de loontrekkende bevolking er lager dan vorig jaar. In het derde kwartaal van 2022 heeft 10,3% van de loontrekkenden een tijdelijke job terwijl dat in het derde kwartaal van 2021 11,1% was. In absolute cijfers gaat het in het derde kwartaal van 2022 om 435.000 van de in totaal 4.234.000 loontrekkenden.

Het blijken vooral de jongeren te zijn die geen vast werk hebben (grafiek 3). Gemiddeld genomen, dit is over de verschillende kwartalen heen, heeft ongeveer de helft van de loontrekkenden van 15 tot en met 24 jaar een tijdelijke job. Dat percentage is het hoogst in de zomermaanden omdat veel jongeren dan een studentenjob uitoefenen. In het derde kwartaal van 2022 heeft 54,4% van de jonge loontrekkenden tijdelijk werk. Dat percentage ligt veel lager bij de andere leeftijdsgroepen. Van de loontrekkenden van 25 tot en met 49 jaar heeft in het derde kwartaal van 2022 7,4% geen vast werk. Bij de 50-plussers gaat het om 3,9%.

Grafiek 3: percentage tijdelijk werk bij loontrekkenden volgens leeftijdsgroep (T1 2017 - T3 2022)

Het type tijdelijk werk verschilt sterk volgens leeftijdsgroep

Ook het type tijdelijk werk dat men uitvoert verschilt sterk naargelang de leeftijdsgroep (grafiek 4). In het derde kwartaal van 2022 oefent 65,4% van alle jongeren met een tijdelijke job een studentenjob uit, 21,1% heeft een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald werk, 8,6% doet interimarbeid, 2,8% doet gelegenheidswerk zonder arbeidsovereenkomst en 2,1% werkt in het kader van een opleiding (bv. leercontract, duaal leren, stage,…). Bij de 25-49-jarigen en de 50-plussers is een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald werk veruit het belangrijkste type tijdelijk werk met percentages van respectievelijk 67,9% en 64%. Daarnaast maken interimcontracten ruim één vijfde van de tijdelijke jobs in deze leeftijdsgroepen uit. 15,2 % van de 50-plussers met tijdelijk werk doet gelegenheidswerk zonder formele arbeidsovereenkomst. In absolute cijfers gaat het echter om een vrij kleine aantallen, gezien het beperkt aandeel van tijdelijk werk bij loontrekkende 50-plussers.

Grafiek 4: Loontrekkenden met tijdelijk werk: soort tijdelijk werk volgens leeftijdsgroep (T3 2022)

Transities op de arbeidsmarkt

Op basis van de paneldata waarover de enquête naar de arbeidskrachten beschikt, kunnen we ook verschuivingen of transities in het arbeidsmarktstatuut van individuele personen waarnemen. Meer informatie hierover is hier te vinden. De analyse van deze verschuivingen tussen het derde kwartaal van 2021 en 2022 bevestigt de gunstige evoluties op de arbeidsmarkt.

Methodologische noot

De gerapporteerde cijfers vormen schattingen op basis van een steekproefenquête. Ze zijn gebaseerd op een effectieve steekproef van ongeveer 25.900 personen (respondenten) tussen 15 en 89 jaar in het derde kwartaal van 2022. Het gaat om ongeveer 12.800 respondenten in Vlaanderen, 9.700 in Wallonië en 3.400 in Brussel.

De Enquête naar de Arbeidskrachten is een continue enquête. Dat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 (referentie)weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De hier gepresenteerde gegevens geven gemiddelden voor het kwartaal weer.

Ondanks de grote steekproef waarop de cijfers gebaseerd zijn, moet men (zoals bij alle resultaten op basis van een steekproef) rekening houden met een bepaalde onzekerheidsmarge rondom de geschatte cijfers. Om de leesbaarheid te verhogen wordt niet steeds verwezen naar het al dan niet significant zijn van bepaalde evoluties. Toch dient men er rekening mee te houden dat kleine evoluties van kwartaal op kwartaal meestal niet significant zijn. Daarom bevelen we aan de trends eerder te evalueren over meerdere kwartalen heen, vanuit de redenering dat bepaalde toevallige steekproeffluctuaties op die manier minder zichtbaar zijn.

Definities

De enquête is geharmoniseerd op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd (zie tab “documentatie”) zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd.

De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen geeft het percentage werkende personen in de totale bevolking van 20 tot en met 64 jaar weer.

De werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) van 15 tot en met 64 jaar weer.

Laaggeschoolden zijn personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Overzicht
Content
Tabel 1

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De steekproefenquête naar de arbeidskrachten is een enquête bij particuliere huishoudens, die over het hele jaar wordt gehouden. Ze is gebaseerd op de antwoorden van bijna 123.000 personen (respondenten) op actieve leeftijd (15 jaar en ouder).

Haar voornaamste doelstelling is de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium). De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15 jaar oud of meer

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het Rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit inactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks worden in België ongeveer 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Respons

De respons bedraagt + 75%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Definities

De enquête is geharmoniseerd op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd.

  • Personen met een job (werkende personen) zijn personen die gedurende de referentieweek arbeid verrichtten ‘tegen betaling’ of met als doel ‘winst te maken’ ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren. Men kan bijvoorbeeld tijdelijk afwezig zijn omwille van vakantie, ziekte, technische of economische redenen (tijdelijke werkloosheid),….

Ook de meewerkende familieleden worden tot de werkenden gerekend.

Sinds 2021 worden personen die een ononderbroken periode van langer dan drie maanden tijdelijke werkloos zijn bij de werklozen of inactieven gerekend en niet meer bij de werkenden.

  • Werklozen zijn alle personen die:

(a) tijdens de referentieweek geen werk hadden, d.w.z. niet in loondienst of als zelfstandige werkten;

(b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek;

(c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Opgelet! De IAB‐werkloosheidscijfers staan los van een eventuele inschrijving bij VDAB, Actiris, FOREM of ADG, evenals van het ontvangen van een uitkering van de RVA, en zijn dus niet vergelijkbaar met de administratieve werkloosheidscijfers.

  • De beroepsbevolking is samengesteld uit de werkloze en de werkende bevolking.
  • Niet‐actieven zijn alle personen die niet beschouwd worden als personen met een betrekking of als werklozen.
  • De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage werkende personen in een bepaalde leeftijdsgroep weer. 
  • De werkgelegenheidsgraad in het kader van de Europa 2020‐strategie geeft het percentage werkende personen in de bevolking van 20 tot 64 jaar weer. 
  • De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.
  • De activiteitsgraad geeft het percentage beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) in de totale bevolking binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.

Bovenstaande indicatoren (werkgelegenheidsgraad, werkloosheidsgraad en activiteitsgraad) zijn de belangrijkste indicatoren om de arbeidsmarktevolutie op internationaal niveau te vergelijken.

Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Metadata

Methodologie enquêtes

Wetgeving