Werkgelegenheid en werkloosheid

72,7% van de 20-64-jarigen aan het werk in het derde kwartaal van 2025

Werk & Opleiding
72,7% van de 20-64-jarigen aan het werk in het derde kwartaal van 2025

De Belgische werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen bedraagt 72,7% in het derde kwartaal van 2025 en de IAB-werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen wordt op 6,5% geschat. Dat blijkt uit de resultaten voor het derde kwartaal van 2025 van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) die Statbel, het Belgische statistiekbureau, publiceert.

België heeft in het regeerakkoord een werkgelegenheidsgraad van 80% in 2029 vooropgesteld. In Vlaanderen zijn 76,5% van de 20-64-jarigen aan het werk in het derde kwartaal van 2025 Voor Wallonië noteren we een werkgelegenheidsgraad van 68,6% en voor Brussel 64,9%. De IAB-werkloosheidsgraad wordt geschat op 4,5% in Vlaanderen, 7,9% in Wallonië en 13,1% in Brussel.

Verdere details met evoluties volgens geslacht, leeftijdsgroep, regio en onderwijsniveau leest u hieronder.

72,7% van de 20-64-jarigen is aan het werk

In het derde kwartaal van 2025 wordt de werkgelegenheidsgraad bij 20-64-jarigen geschat op 72,7%, ten opzichte van 73,3% in het tweede kwartaal van 2025. In absolute termen betekent dit dat er in het derde kwartaal van 2025 naar schatting 4.924.000 mensen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn in België. Als we de populatie van 15 jaar en ouder bekijken, gaat het om 5.146.000 werkende personen.

De werkgelegenheidsgraad van mannen blijft nagenoeg stabiel op 76,4%. Bij vrouwen stellen we een daling vast: 69,0% van de vrouwen van 20 tot en met 64 jaar heeft een job (grafiek 1)

Per leeftijdsgroep zien we dat de stijgende tendens bij de 55- tot 64-jarigen zich in het derde kwartaal van 2025 niet heeft voortgezet (grafiek 2). De werkgelegenheidsgraad van 20-54-jarigen en 55-64-jarigen bedraagt in het derde kwartaal van 2025 respectievelijk 75,8% en 62,1%.

De werkgelegenheidsgraad in Vlaanderen wordt in het derde kwartaal van 2025 geschat op 76,5%, een daling ten opzichte van vorige kwartalen (grafiek 3). In Wallonië en Brussel blijft het percentage relatief stabiel ten opzichte van het vorige kwartaal. De werkgelegenheidsgraad van Wallonië wordt geschat op 68,6% en die van Brussel op 64,9%.

De werkgelegenheidsgraad van laag-, midden- en hooggeschoolden bedraagt respectievelijk 48,4%, 67,5% en 85,4% (grafiek 4).

Werkloosheidsgraad bedraagt 6,5%

De IAB-werkloosheidsgraad wordt in het derde kwartaal van 2025 geschat op 6,5%, ten opzichte van 5,9% in het tweede kwartaal van 2025. Dat de werkloosheidsgraad stijgt in een derde kwartaal is niet uitzonderlijk, omdat dit de periode is waarop schoolverlaters zich aanbieden op de arbeidsmarkt.

Doordat de werkloosheidsgraad vooral stijgt bij vrouwen wordt de kloof tussen mannen en vrouwen kleiner. De werkloosheidsgraad van mannen bedraagt 6,8% ten opzichte van 6,1% bij vrouwen (grafiek 5).

In absolute termen zijn er in het derde kwartaal van 2025 naar schatting 351.000 IAB-werklozen van 15 jaar en ouder: 156.000 vrouwen en 195.000 mannen.

De jeugdwerkloosheidsgraad (15-24-jarigen), die vaak een piek vertoont in een derde kwartaal omdat pas afgestudeerden actief op zoek gaan naar werk, stijgt tussen het tweede en derde kwartaal van 2025 van 14,5% naar 19,8% (grafiek 6). Bij de groep van 25-49-jarigen is 5,6% van de beroepsbevolking IAB-werkloos, ten opzichte van een geschatte werkloosheidsgraad van 5,2% in het vorige kwartaal. De werkloosheidsgraad van 50-plussers evolueert van 4,9% naar 4,0%.

Naar regio evolueert de werkloosheidsgraad in Brussel van 11,9% naar 13,1% en in Vlaanderen van 3,8% naar 4,5%. In Wallonië blijft het cijfer nagenoeg stabiel: van 7,8% naar 7,9%.

De werkloosheidsgraad van laag-, midden- en hooggeschoolden bedraagt respectievelijk 15,5%, 6,7% en 4,1% (grafiek 8).

Transities op de arbeidsmarkt

Op basis van de paneldata waarover de enquête naar de arbeidskrachten beschikt, kunnen we ook verschuivingen of transities in het arbeidsmarktstatuut van individuele personen waarnemen. We stellen bijvoorbeeld vast dat personen die in het derde kwartaal van 2024 niet beroepsactief waren op de arbeidsmarkt, iets vaker een baan hebben gevonden of actief op zoek waren naar werk in vergelijking met een jaar eerder. Meer informatie hierover is hier te vinden.

Methodologische noot

De gerapporteerde cijfers vormen schattingen op basis van een steekproefenquête. Ze zijn gebaseerd op een effectieve steekproef van 24.500 personen (respondenten) tussen 15 en 89 jaar in het derde kwartaal van 2025. Het gaat om ongeveer 11.000 respondenten in Vlaanderen, 10.000 in Wallonië en 3.500 in Brussel.

De Enquête naar de Arbeidskrachten is een continue enquête. Dat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 (referentie)weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De hier gepresenteerde gegevens geven gemiddelden voor het kwartaal weer.

Aangezien de EAK-vragenlijst sinds het eerste kwartaal van 2021 gewijzigd is, net als de IAB-definities over werkgelegenheid en werkloosheid, starten de hier gepresenteerde grafieken vanaf het eerste kwartaal van 2021.

Net als bij alle resultaten op basis van een steekproef, moet men rekening houden met een bepaalde onzekerheidsmarge rondom de geschatte cijfers (). Die onzekerheid komt enerzijds voort uit steekproeffouten, dit zijn toevalsschommelingen te wijten aan het feit dat de resultaten gebaseerd zijn op een steekproef. Had er een andere steekproef getrokken geweest, dan had men een licht verschillende resultaten bekomen. De graad van onzekerheid omwille van steekproeffouten wordt doorgaans uitgedrukt door middel van betrouwbaarheidsintervallen. De betrouwbaarheidsintervallen voor de werkgelegenheids- en werkloosheidsgraad bevinden zich in bijlagen 1 en 2.

We bevelen aan om de trends eerder te analyseren over meerdere kwartalen heen, vanuit de redenering dat bepaalde toevallige steekproeffluctuaties op die manier minder zichtbaar zijn.

Naast steekproeffouten zijn resultaten op basis van een enquête ook onvermijdelijk onderhevig aan niet-steekproeffouten. Deze kunnen verschillende oorzaken hebben zoals bijvoorbeeld enquêteurseffecten, dekkingsfouten, non-responsvertekening. Dit soort fouten zijn veel moeilijker meetbaar en kwantificeerbaar en dienen geëvalueerd te worden op basis van kwaliteitsrapporten en informatie over de methodologie van de enquête.

In dit verband verwijzen we naar de kwaliteitsproblemen die begin 2025 aan het licht kwamen, en die werden besproken naar aanleiding van de publicatie van de cijfers van het vierde kwartaal van 2024. In de afgelopen kwartalen zijn verschillende maatregelen genomen om de kwaliteit van de enquête te verhogen. Op deze pagina geven we een stand van zaken omtrent deze kwaliteitsverhogende initiatieven.

Hoewel deze maatregelen gericht zijn op kwaliteitsverbetering, hebben dergelijke operationele ingrepen onvermijdelijk een impact op het veldwerk en kunnen ze op die manier ook de resultaten beïnvloeden. Om die reden hanteren we momenteel een eerder voorzichtige aanpak bij het interpreteren en beschrijven van kwartaalevoluties.

Definities

De enquête is geharmoniseerd op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd (zie tab “documentatie”) zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd.

De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen geeft het percentage werkende personen in de totale bevolking van 20 tot en met 64 jaar weer.

De werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) van 15 tot en met 64 jaar weer.

Laaggeschoolden zijn personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Bijlage 1: Betrouwbaarheidsintervallen voor de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen (T3 2025)

  Schatting T3 2025 Betrouwbaarheidsinterval
Ondergrens Bovengrens
België 72,7% 71,9% 73,5%
Mannen 76,4% 75,4% 77,4%
Vrouwen 69,0% 67,8% 70,1%
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 64,9% 62,8% 67,0%
Vlaams Gewest 76,5% 75,4% 77,6%
Waals Gewest 68,6% 67,3% 69,9%
20-54 jaar 75,8% 74,9% 76,7%
55-64 jaar 62,1% 60,4% 63,8%
Laaggeschoold 48,4% 45,9% 50,9%
Middengeschoold 67,5% 66,1% 68,8%
Hooggeschoold 85,4% 84,4% 86,3%

Bijlage 2: Betrouwbaarheidsintervallen voor de werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen (T3 2025)

  Schatting T3 2025 Betrouwbaarheidsinterval
Ondergrens Bovengrens
België 6,5% 6,0% 6,9%
Mannen 6,8% 6,1% 7,5%
Vrouwen 6,1% 5,5% 6,7%
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 13,1% 11,2% 15,0%
Vlaams Gewest 4,5% 4,0% 5,1%
Waals Gewest 7,9% 7,0% 8,7%
15-24 jaar 19,8% 16,9% 22,7%
25-49 jaar 5,6% 5,1% 6,2%
50-64 jaar 4,0% 3,3% 4,7%
Laaggeschoold 15,5% 13,3% 17,7%
Middengeschoold 6,7% 5,9% 7,4%
Hooggeschoold 4,1% 3,5% 4,6%
Overzicht
Content
Tabel 1

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De steekproefenquête naar de arbeidskrachten is een enquête bij particuliere huishoudens, die gedurende het hele jaar wordt gehouden. Ze is gebaseerd op de antwoorden van ongeveer 110.000 personen (respondenten) van 15-89 jaar.

Haar voornaamste doelstelling is de populatie van 15-89 jaar op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-beroepsactieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium). De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15-89 jaar

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het Rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit niet-beroepsactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks nemen in België ongeveer 34.000 unieke huishoudens deel aan deze enquête.

Respons

Gemiddeld bedraagt de respons in de eerste bevraging 68% en in de opvolgbevragingen tussen de 90% en 95%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Definities

De enquête is geharmoniseerd op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd.

  • Personen met een job (werkende personen) zijn personen die gedurende de referentieweek arbeid verrichtten ‘tegen betaling’ of met als doel ‘winst te maken’ ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren. Men kan bijvoorbeeld tijdelijk afwezig zijn omwille van vakantie, ziekte, technische of economische redenen (tijdelijke werkloosheid),….

Ook de meewerkende familieleden worden tot de werkenden gerekend.

Sinds 2021 worden personen die een ononderbroken periode van langer dan drie maanden tijdelijke werkloos zijn bij de werklozen of niet-beroepsactieven gerekend en niet meer bij de werkenden.

  • Werklozen zijn alle personen die:

(a) tijdens de referentieweek geen werk hadden, d.w.z. niet in loondienst of als zelfstandige werkten;

(b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek;

(c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Opgelet! De IAB‐werkloosheidscijfers staan los van een eventuele inschrijving bij VDAB, Actiris, FOREM of ADG, evenals van het ontvangen van een uitkering van de RVA, en zijn dus niet vergelijkbaar met de administratieve werkloosheidscijfers.

  • De beroepsbevolking is samengesteld uit de werkloze en de werkende bevolking.
  • Niet‐beroepsactieven zijn alle personen die niet beschouwd worden als personen met een betrekking of als werklozen.
  • De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage werkende personen in een bepaalde leeftijdsgroep weer. 
  • De werkgelegenheidsgraad in het kader van de Europa 2020‐strategie geeft het percentage werkende personen in de bevolking van 20 tot 64 jaar weer. 
  • De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.
  • De activiteitsgraad geeft het percentage beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) in de totale bevolking binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.

Bovenstaande indicatoren (werkgelegenheidsgraad, werkloosheidsgraad en activiteitsgraad) zijn de belangrijkste indicatoren om de arbeidsmarktevolutie op internationaal niveau te vergelijken.

Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Metadata

Rapporten en artikels

Methodologie enquêtes

Wetgeving