Volwasseneneducatie

38% van de volwassenen nam in 2011 deel aan vorming

Werk & Opleiding
Enquête Volwasseneneducatie

Eerste resultaten van de Enquête Volwasseneneducatie

Het belang van Onderwijs en Vorming staat opnieuw hoog op de Europese en nationale agenda’s. Investeren in menselijk kapitaal is onontbeerlijk geworden in onze huidige kennismaatschappij gekenmerkt door een razendsnelle technologische evolutie. Productiviteit en economische groei hangen immers samen met levenslang leren.

De Algemene Directie Statistiek voerde in 2011 een enquête over de vorming en opleiding van volwassen personen van 25 tot en met 64 jaar. 5 526 mensen hebben deelgenomen aan de enquête. De belangrijkste conclusies zijn:

  • 7,4% van de 25 tot 64-jarigen neemt deel aan formeel leren. Jongvolwassenen zijn hier oververtegenwoordigd;
  • 33,1% van de volwassenen participeert aan nietformeel leren. De cursussen en (beroeps)opleidingen zijn hier het meest populair;
  • 37,7% van de volwassenen neemt aan één of andere vorm van formeel of nietformeel leren deel;
  • 27,1% van de volwassenen doet aan zelfstudie;
  • De meer kwetsbare groepen zoals laagopgeleiden, inactieven en werklozen participeren het minst aan vorming;
  • De verschillen per geslacht in deelname aan levenslang leren zijn klein. Vrouwen nemen iets meer dan mannen deel aan formeel leren. Het omgekeerde geldt voor het nietformeel leren;
  • België scoort beter dan het Europese gemiddelde wat het formele leren betreft maar hinkt achterop wat het nietformele leren betreft.

Dat blijkt uit de eerste resultaten van de Enquête Volwasseneneducatie (Adult Education Survey (AES)) van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (FOD Economie). Deze enquête peilde naar de opleidingsinspanningen van volwassenen tussen 25 en 64 jaar met betrekking tot het referentiejaar 2011.

1. Levenslang Leren in een notendop

Leren neemt vele vormen aan: van formeel leren op de schoolbanken tot niet-formeel leren op de werkplek of tijdens de vrije tijd of zelfstandig leren. Al die vormen van leren vatten we onder de naam ‘Levenslang Leren’ (zie onderstaande figuur 1).

PB_aes2011-1_nl.png

Figuur1: Levenslang leren: de drie vormen (formeel, niet-formeel, informeel).

Toevallig leren is een natuurlijke manier van leren en gebeurt dagdagelijks. Mensen zijn soms niet eens bewust dat ze iets geleerd hebben. In tegenstelling tot formeel en niet-formeel leren, omvat toevallig leren leeractiviteiten die niet op voorhand en doelbewust gepland zijn. Dit gebeurt bv. via media- en communicatiekanalen, op het werk, in het gezin, via kennissen… Deze vorm van leren is uiterst moeilijk te meten en wordt daarom hierna niet verder besproken. Aldus vatten we samen dat Levenslang Leren alle zinvolle en doelgerichte leeractiviteiten omvat die mensen ondernemen gedurende hun hele leven en die tot doel hebben om hun competenties (kennis, vaardigheden en attitudes) te verbeteren. Dit kan in het kader van het werk zijn, maar evenzeer voor persoonlijke of sociale doeleinden.

2. Levenslang leren in België: wie en hoeveel?

7,4% van de 25- tot 64-jarigen neemt deel aan formeel leren

Het formeel leren kenmerkt zich door een geplande en georganiseerde structuur waarbij de deelnemers tot doel hebben om iets te leren met het oog op het behalen van een officieel erkend diploma of certificaat. Het gemiddelde deelnamepercentage in België bedraagt 7,4% in 2011. Binnen de verschillende leeftijdsgroepen en naargelang het geslacht, is de deelname echter heel divers: vrouwen participeren in het algemeen ietsje meer (7,7%) en jong volwassenen zijn oververtegenwoordigd op dit vlak. 55- tot 64-jarigen daarentegen laten een deelnamegraad van 3,6% optekenen (zie Figuur 2).

PB_aes2011-2_nl.png

Figuur 2: Participatiegraden aan formeel leren in België, volgens leeftijd en geslacht.

Ook volgens opleidingsniveau en socio-economische status zijn er verschillen waar te nemen in de participatiegraad aan formeel leren (zie Tabel 1). Zo zijn ook hier zoals verwacht hoogopgeleiden meer vertegenwoordigd (11.4%). Ondanks hun kwetsbare status en de nood om zich constant aan te passen aan veranderingen, zijn laagopgeleiden met 3,9% ver verwijderd van het gemiddelde.

Laagopgeleid Middenopgeleid Hoogopgeleid Werkend Werkloos Inactief Totaal

3,9%

6,6%

11,4%

7,3%

6,9%

7,9%

7,4%

Tabel 1: Participatiegraden aan formeel leren in België, volgens opleidingsniveau en socio-economische status.

33,1% van de volwassenen neemt deel aan niet-formeel leren

Het niet-formeel leren kenmerkt zich eveneens door een geplande en georganiseerde structuur waarbij de deelnemers tot doel hebben om iets te leren. Een attest en certificaat wordt niet noodzakelijk beoogd. Er wordt hier  eerder vanuit de werkgerelateerde of persoonlijke behoeften aan competenties van de participant uitgegaan. Het gemiddelde deelnamepercentage in België bedraagt 33,1%. Volgens leeftijd en geslacht zijn er ook hier discrepanties waar te nemen. Zo zijn jonge vrouwen tussen 25-34 jaar veel meer actief op dit terrein (45,7%). Aan het andere uiteinde zien we de oudere generatie vrouwen (55-64 jaar) met een participatiegraad van 14,1% (zie Figuur 3).

PB_aes2011-3_nl.png

Figuur 3: Participatiegraden aan niet-formeel leren in België, volgens leeftijd en geslacht.

Ook volgens opleidingsniveau en socio-economische status zijn er verschillen waar te nemen in de participatiegraad aan niet-formeel leren (zie Tabel 2). 57% van de hoogopgeleiden participeert aan niet-formeel leren. De meer kwetsbare groepen zoals laagopgeleiden, inactieven en werklozen participeren het minst.

 

Laagopgeleid Middenopgeleid Hoogopgeleid Werkend Werkloos Inactief Totaal

12,0%

28,7%

57,0%

42,2%

21,0%

10,6%

33,1%

Tabel 2: Participatiegraden aan niet-formeel leren in België, volgens opleidingsniveau en socio-economische status.

Cursussen of (beroeps)opleidingen het meest populair

Het niet-formeel leren kan diverse vormen aannemen. We onderscheiden cursussen, seminaries, werkplekleren en privé-lessen. Onderstaande figuur 4 geeft de verdeling over deze vier types. Een lerende kan aan één of aan meerdere types deelgenomen hebben.

PB_aes2011-4_nl.png

Figuur 4: Participatiegraden aan niet-formeel leren in België, volgens type en geslacht.

Het meest populair zijn de cursussen of (beroeps)opleidingen. 20% van de 25- tot 64-jarigen nam daaraan deel in de loop van 2011.  Workshops en seminaries zijn goed voor 14,5%. On-the-job-training (werkplekleren) volgt met 12,1%. Het aandeel van de privé-lessen is zeer miniem (1,5%).

27,1% van de volwassenen doet aan zelfstudie

Het informeel leren kenmerkt zich door zelfsturing of zelfstudie, d.w.z. het leren is doelbewust en gepland, maar wordt niet georganiseerd door een instelling. Men leert eerder zelfstandig en het leren kan overal plaatsvinden. Het gemiddelde deelnamepercentage aan informeel leren in België bedraagt 27,1% (zie figuur 5). Globaal genomen leren mannen (28,5%) iets meer dan vrouwen (25,7%) op zelfstandige basis en dit patroon is terug te vinden binnen alle leeftijdsgroepen. Vrouwen binnen de leeftijdscategorie van 55 tot 64 jaar leren het minst op zelfstandige basis (16.7%).

PB_aes2011-5_nl.png

Figuur 5: Participatiegraden aan informeel leren in België, volgens leeftijd en geslacht.

Uit tabel 3 kunnen we ook afleiden dat laagopgeleiden en inactieven het minst vertrouwd zijn met informeel leren.

Laagopgeleid Middenopgeleid Hoogopgeleid Werkend Werkloos Inactief Totaal

14,7%

22,0%

43,7%

29,9%

25,6%

19,6%

27,1%

Tabel 3: Participatiegraden aan informeel leren in België, volgens opleidingsniveau en socio-economische status.

3. Een vergelijking in internationaal perspectief

Via de Enquête Volwasseneneducatie kan de deelname aan levenslang leren in ons land geplaatst worden t.o.v. alle Europese landen. Uit de recentste cijfers met referentiejaar 2011 blijkt dat België veel beter presteert in het formeel leren dan het Europees gemiddelde van 4,9%, maar buurland Nederland doet het nog heel wat beter (12,3%). Wat het niet-formeel leren betreft, hinkt België met 33,1% achterop. Het Europees gemiddelde bedraagt 38,4% en de buurlanden presteren beter dan België (zie Figuur 6).

PB_aes2011-6_nl.png

Figuur 6: Participatiegraden aan formeel en niet-formeel leren in België en de buurlanden.

Wanneer we beide participatiegraden (formeel en niet-formeel) samennemen, komt België op een deelnameratio van 37,7%. Ongeveer 38% van de volwassenen neemt dus deel aan één of meerdere vormen van formeel of niet-formeel leren. Dit percentage ligt heel wat lager dan bv. in de Scandinavische landen en in onze buurlanden.

Tabel
Content

AES - Participatiegraden in opleiding en vorming volgens onderwijsniveau en geslacht (in %)

Doelgroep: 25-64-jarigen, over een referentieperiode van 12 maanden

AES1 (2011) Formeel leren Niet-formeel leren Formeel of niet-formeel leren Informeel leren
Totaal Totaal 7,4% 33,1% 37,7% 27,1%
Mannen 7,1% 34,1% 38,6% 28,5%
Vrouwen 7,7% 32,2% 36,9% 25,7%
Laag Totaal 3,9% 12,0% 15,2% 14,7%
Mannen 4,7% 14,0% 17,9% 16,8%
Vrouwen 3,1% 9,9% 12,6% 12,7%
Midden Totaal 6,6% 28,7% 33,2% 22,0%
Mannen 5,8% 30,2% 34,2% 23,2%
Vrouwen 7,5% 26,9% 32,1% 20,6%
Hoog Totaal 11,4% 57,0% 62,9% 43,7%
Mannen 11,0% 57,7% 63,6% 45,9%
Vrouwen 11,8% 56,3% 62,4% 41,7%

Enquête Volwasseneneducatie (AES)

Doel en korte beschrijving

Opleiding en vorming van volwassenen wordt tegenwoordig als een belangrijke troef beschouwd om economische groei en sociale (persoonlijke) ontwikkeling te bevorderen. In beleidskringen is hierdoor de nood ontstaan om statistische gegevens te verzamelen over de gevolgde opleidingen om zo de ontwikkeling van de bevolking (het opgebouwde human-capital) op te volgen en de verworven kennis, vaardigheden en competenties te meten. De omvang van de gevolgde vormingsactiviteiten wordt immers als een belangrijke investering aanzien om door het beleid vooropgestelde doelstellingen te bereiken. Het aantal gevolgde vormingsactiviteiten moet daarom gemeten en gewaardeerd kunnen worden waardoor een bijsturing en efficiënte afstemming van het beleid mogelijk wordt. De Enquête Volwasseneneducatie heeft meer bepaald tot doel om de participatie van de Belgische bevolking aan levenslang leren te meten. De bedoeling is om de participatiegraden in allerlei opleidingsvormen te achterhalen: welke respondenten welk type opleidingen volgen. In de enquête wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds formeel en niet-formeel onderwijs en anderzijds informeel leren. De Adult Education Survey (in het Nederlands 'Enquête Volwasseneneducatie') is voor het eerst in 2008 door de AD Statistiek - Statistics Belgium uitgevoerd. In 2011 volgde een tweede editie. Ze heeft betrekking op alle soorten opleidingen en vormingsactiviteiten van volwassenen. Deze enquête wordt in opdracht van Eurostat uitgevoerd. Het is de bedoeling om informatie te verzamelen die in alle deelnemende landen vergelijkbaar is: participatiegraden aan opleiding en vorming uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en type opleiding, kenmerken van de gevolgde opleidingen enz.

Populatie

Individuen tussen 25 en 64 jaar; optionele groep van 18-24 jaar

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefname

Enquête-techniek gebaseerd op het gebruik van vragenlijsten op papier

Frequentie

Vijfjaarlijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar 9-12 maanden na de referentieperiode

Definities

Economische activiteit (NACE-BEL) : Officiële nomenclatuur met een 'X' op het einde van het nummer daar de informatie slechts 4 posities is.

Metadata

aes.svg

Zijn er vragen over dit thema?