ICT-gebruik in huishoudens

66% van de Belgen koopt online

Huishoudens
Toegang tot internet van huishoudens stijgt tot 90%

Het percentage huishoudens[1] dat toegang heeft tot internet is in 2019 verder gestegen tot 90%. Vijf jaar geleden was dat nog 83% en tien jaar geleden slechts 67%.

Er zijn lichte regionale verschillen. In Vlaanderen bedraagt dit aandeel 92%, in Brussel 89% en in Wallonië 87%.

66% van de Belgen koopt online

Het aantal landgenoten dat (een deel van) zijn aankopen online doet, blijft stijgen. In 2019 heeft 66% van de Belgen online geshopt, wat een stijging is van 5 procentpunt in één jaar tijd. 71% van de Vlamingen heeft het voorbije jaar online aankopen gedaan tegenover 60% van de Brusselaars en de Walen.

ICTHH-2019a_NL

De jongeren doen meer online aankopen dan de ouderen. Tot de leeftijd van 44 jaar koopt ongeveer 80% van de bevolking online. Bij personen tussen de 45 en 54 jaar is dat nog 68% en daarna daalt het sterk. Vanaf 55 jaar kopen mannen trouwens meer online dan vrouwen.

Percentage personen dat het voorbije jaar online aankocht, naar geslacht en leeftijdsklasse

  Man Vrouw Totaal
16-24 jaar 79% 81% 80%
25-34 jaar 78% 83% 80%
35-44 jaar 77% 79% 78%
45-54 jaar 68% 68% 68%
55-64 jaar 56% 47% 52%
65-74 jaar 39% 30% 34%
Totaal 67% 65% 66%

Ook e-government in de lift

Het gebruik van e-government blijft stijgen. 45 % van de Belgen heeft het afgelopen jaar informatie gezocht op een website of app van eender welke overheid. 40% geeft aan formulieren ingevuld en verstuurd te hebben via een web of app.

ICTHH-2019b_NL

Percentage personen dat het voorbije jaar formulieren invulde en verstuurde via website van de overheid

  Man Vrouw
16-24 jaar 28% 25%
25-54 jaar 52% 49%
55-74 jaar 37% 23%
Totaal 44% 37%


[1] Huishoudens waarbij minstens één persoon zich in de leeftijdsklasse 16-74 jaar bevindt

Tabel 1
Content

Percentage personen dat het voorbije jaar online aankocht, naar geslacht en leeftijdsklasse

  Man Vrouw Totaal
16-24 jaar 79% 81% 80%
25-34 jaar 78% 83% 80%
35-44 jaar 77% 79% 78%
45-54 jaar 68% 68% 68%
55-64 jaar 56% 47% 52%
65-74 jaar 39% 30% 34%
Totaal 67% 65% 66%
Grafiek
Content

ICTHH-2019a

Tabel 2
Tabel 4

Doel en korte beschrijving

Het doel van de gegevensverzameling bij huishoudens en individuen is het opstellen van internationale vergelijkbare statistieken van nationale indicatoren rond de digitale kloof.

Onderzoeksveld

De enquête naar het ICT-gebruik bij huishoudens en individuen is als een speciale module 'ICT en Internet' gekoppeld aan de arbeidskrachtenenquête. Een willekeurig aangeduide persoon in het huishouden beantwoordt alle vragen, zowel uit het deel over de situatie in het huishouden als uit het deel over de situatie van de persoon in kwestie.

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

Dataverzamelingsmethode

Voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen zijn er sinds 2009 twee methodes van gegevensverzameling: via een webapplicatie, en via een papieren formulier. Na het afnemen van de EAK-enquête bepaalt de enquêteur op basis van de verjaardagen welk gezinslid de vragen over het ICT-gebruik moet beantwoorden. De enquêteur overhandigt een papieren formulier met retouromslag en een document met instructies en toegangscodes voor de webapplicatie. Twee à drie weken na het bezoek van de enquêteur ontvangen huishoudens die nog niet geantwoord hebben een herinneringsbrief. Voor 2009 bevroeg de enquêteur de huishoudens mondeling aansluitend op de EAK-enquête.

Steekproeftrekking

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is gekoppeld aan de EAK-enquête. Alle huishoudens die deelnemen aan de EAK-enquêtes worden uitgenodigd om de vragen over het ICT-gebruik te beantwoorden.

Respons

De respons voor de ICT-enquête bedraagt 67% ten opzichte van de huishoudens die hebben deelgenomen aan de EAK enquête. Ten opzichte van de initiële brutosteekproef bedraagt de respons 45%.

Frequentie

De ICT-enquête wordt om het jaar georganiseerd.

Timing publicatie

De gegevens moeten tegen begin oktober naar Eurostat worden doorgestuurd. Voor het publiek zijn resultaten beschikbaar op het einde van het jaar.

Vragenlijst

Metadata