ICT-gebruik in huishoudens

Digitale kloof blijft breed tussen laag- en hooggeschoolden

Huishoudens
Digitale kloof blijft breed tussen laag- en hooggeschoolden

Voor de eerste maal publiceert Statbel cijfers over de digitale vaardigheden[1] van de Belgen op basis van de ICT-enquête huishoudens.  Op dit moment zijn gegevens beschikbaar voor de jaren 2015-2019. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen vier verschillende types vaardigheden.

Enkele opvallende totaalresultaten waarbij de geïnterviewden aangeven over meer dan basiskennis voor digitale vaardigheden te beschikken:

  • Eén derde van de Belgen zegt in 2019 over meer dan basiskennis te beschikken;
  • De kloof tussen vrouwen en mannen is met respectievelijk 32% en 37% relatief klein;
  • De kloof tussen laag- en hooggeschoolden is met respectievelijk 15% en 57% hoog en is niet afgenomen tussen 2015 en 2019;
  • Studenten scoren met 61% het hoogst, inactieven met 11% het laagst;
  •  Brussel en Vlaanderen hebben een kleine voorsprong op Wallonië wat betreft het hebben van meer dan basiskennis voor digitale vaardigheden.

Informatievaardigheden houden activiteiten in zoals kopiëren of verplaatsen van bestanden of folders, gebruik van opslagruimte op het internet, zoeken naar informatie op websites van de overheid, zoeken naar  informatie over goederen of diensten, zoeken naar informatie in verband met gezondheid:

  • Drie op vier Belgen zeggen in 2019 over meer dan basiskennis informatie te beschikken;
  • Er is nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen qua informatievaardigheden;
  • Meer dan 90% van de hoogopgeleiden zegt over meer dan basiskennis te beschikken tegenover slechts de helft van de laagopgeleiden;
  • 47% van de 65-plussers zeggen in 2019 meer dan basiskennis te hebben. In 2015 was dit slechts 37%.

Communicatievaardigheden zijn activiteiten zoals versturen en/of ontvangen van e-mails, gebruiken van sociale netwerken, telefoneren of videogesprekken voeren over het internet, uploaden van eigen gecreëerd materiaal:

  • Bijna vier op vijf Belgen zeggen in 2019 over meer dan basiskennis communicatie te beschikken;
  • Er is nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen qua communicatievaardigheden;
  • Meer dan 90% van de hoogopgeleiden zegt over meer dan basiskennis te beschikken tegenover iets meer dan 60% van de laagopgeleiden;
  • 48% van de 65-plussers zeggen in 2019 meer dan basiskennis te hebben. In 2015 was dit slechts 32%.

Daarnaast werd er ook gepeild naar softwarevaardigheden en probleemoplossende vaardigheden. Alle details vindt u terug in de downloadbare tabellen.


[1]Er werd een onderscheid gemaakt tussen ‘geen kennis’, ‘basiskennis’ en ‘meer dan basis kennis’

Doel en korte beschrijving

Het doel van de gegevensverzameling bij huishoudens en individuen is het opstellen van internationale vergelijkbare statistieken van nationale indicatoren rond de digitale kloof.

De enquête wordt bovendien gesubsidieerd door Eurostat, het Europees Bureau voor de Statistiek.

Onderzoeksveld

De enquête naar het ICT-gebruik bij huishoudens en individuen is als een speciale module 'ICT en Internet' gekoppeld aan de arbeidskrachtenenquête. Een willekeurig aangeduide persoon in het huishouden beantwoordt alle vragen, zowel uit het deel over de situatie in het huishouden als uit het deel over de situatie van de persoon in kwestie.

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

Dataverzamelingsmethode

Voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen zijn er sinds 2009 twee methodes van gegevensverzameling: via een webapplicatie, en via een papieren formulier. Na het afnemen van de EAK-enquête bepaalt de enquêteur op basis van de verjaardagen welk gezinslid de vragen over het ICT-gebruik moet beantwoorden. De enquêteur overhandigt een papieren formulier met retouromslag en een document met instructies en toegangscodes voor de webapplicatie. Twee à drie weken na het bezoek van de enquêteur ontvangen huishoudens die nog niet geantwoord hebben een herinneringsbrief. Voor 2009 bevroeg de enquêteur de huishoudens mondeling aansluitend op de EAK-enquête.

Steekproeftrekking

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is gekoppeld aan de EAK-enquête. Alle huishoudens die deelnemen aan de EAK-enquêtes worden uitgenodigd om de vragen over het ICT-gebruik te beantwoorden.

Respons

De respons voor de ICT-enquête bedraagt 67% ten opzichte van de huishoudens die hebben deelgenomen aan de EAK enquête. Ten opzichte van de initiële brutosteekproef bedraagt de respons 45%.

Frequentie

De ICT-enquête wordt om het jaar georganiseerd.

Timing publicatie

De gegevens moeten tegen begin oktober naar Eurostat worden doorgestuurd. Voor het publiek zijn resultaten beschikbaar op het einde van het jaar.

Vragenlijst

Metadata