ICT-gebruik in huishoudens

Covid-crisis versnelt digitalisering

Huishoudens
Covid-crisis versnelt digitalisering

Tijdens de eerste helft van 2020 peilde Statbel, het Belgische statistiekbureau, het gebruik van ICT bij huishoudens[1] in zijn jaarlijkse enquête. De resultaten laten toe om het digitale veranderingsproces in kaart te brengen dat op gang kwam tijdens de lockdown ten gevolge van de Covid-19-epidemie.

Telefoneren via internet of videogesprekken via webcam zijn, uiteraard, de activiteiten die het meest toegenomen zijn. 68% van de bevolking maakte hier gebruik van, tegenover 58% een jaar eerder. Het percentage Belgen dat een online cursus volgde, verdubbelde tot 18% in 2020.

E-commerce blijft sterk stijgen

73% van de Belgen[2] heeft het voorbije jaar minstens één aankoop online uitgevoerd. Dat is een stijging van 7 procentpunten in een jaar tijd.

Ook de hogere leeftijdsklassen, 55-64 jaar en 65-74 jaar gaan steeds meer digitaal shoppen. In 2020 kocht respectievelijk 61% (+9 punten) en 43% (+8 punten) van hen online.

Ook het bedrag dat uitgegeven wordt, is gestegen. 26% van de e-shoppers geeft aan de voorbije 3 maanden meer dan 500 euro te hebben gespendeerd aan online aankopen (+7 punten).

Online beleggingsproducten worden door 4% van de Belgen aangekocht. Het zijn vooral hoger opgeleide mannen (11%) die online beleggen. De top 10 van online aangekochte[3] producten:

  1. 40%    Kleding , schoenen en accessoires
  2. 17%    Leveringen van restaurants, fastfoodketens, traiteurs
  3. 15%    Cosmetica, schoonheids- of wellnessproducten
  4. 14%    Papieren boeken, tijdschriften of dagbladen
  5. 13%    Computers, tablets, mobiele telefonie en accessoires
  6. 13%    Speelgoed en artikelen voor kinderen
  7. 12%    Meubels, huisbenodigheden en tuinartikelen
  8. 12%    Consumentenelectronica en huishoudelijke apparaten
  9. 12%    Sportartikelen (geen kledij)
  10.  11%    Medicatie of voedingssupplementen

Niet iedereen beschikt thuis over internet

Tijdens het eerste semester van 2020 beschikte 91% van de huishoudens over internet, een lichte stijging (+1 procentpunten) tegenover 2019. Al zijn er grote verschillen in de types huishoudens. Gezinnen met kinderen (98%) en gezinnen in het hoogste inkomenskwartiel (99%) beschikken veel vaker over internet dan alleenstaanden (81%) en dan huishoudens met een maandelijks netto-inkomen lager dan €1.500 (74%).


[1] Waarvan minstens één persoon in leeftijdsklasse 16 tot 74 jaar

[2] Leeftijd 16 tot 74 jaar

[3] In de voorbije 3 maanden

Doel en korte beschrijving

Het doel van de gegevensverzameling bij huishoudens en individuen is het opstellen van internationale vergelijkbare statistieken van nationale indicatoren rond de digitale kloof.

De enquête wordt bovendien gesubsidieerd door Eurostat, het Europees Bureau voor de Statistiek.

Onderzoeksveld

De enquête naar het ICT-gebruik bij huishoudens en individuen is als een speciale module 'ICT en Internet' gekoppeld aan de arbeidskrachtenenquête. Een willekeurig aangeduide persoon in het huishouden beantwoordt alle vragen, zowel uit het deel over de situatie in het huishouden als uit het deel over de situatie van de persoon in kwestie.

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

Dataverzamelingsmethode

Voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen zijn er sinds 2009 twee methodes van gegevensverzameling: via een webapplicatie, en via een papieren formulier. Na het afnemen van de EAK-enquête bepaalt de enquêteur op basis van de verjaardagen welk gezinslid de vragen over het ICT-gebruik moet beantwoorden. De enquêteur overhandigt een papieren formulier met retouromslag en een document met instructies en toegangscodes voor de webapplicatie. Twee à drie weken na het bezoek van de enquêteur ontvangen huishoudens die nog niet geantwoord hebben een herinneringsbrief. Voor 2009 bevroeg de enquêteur de huishoudens mondeling aansluitend op de EAK-enquête.

Steekproeftrekking

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is gekoppeld aan de EAK-enquête. Alle huishoudens die deelnemen aan de EAK-enquêtes worden uitgenodigd om de vragen over het ICT-gebruik te beantwoorden.

Respons

De respons voor de ICT-enquête bedraagt 67% ten opzichte van de huishoudens die hebben deelgenomen aan de EAK enquête. Ten opzichte van de initiële brutosteekproef bedraagt de respons 45%.

Frequentie

De ICT-enquête wordt om het jaar georganiseerd.

Timing publicatie

De gegevens moeten tegen begin oktober naar Eurostat worden doorgestuurd. Voor het publiek zijn resultaten beschikbaar op het einde van het jaar.

Vragenlijst

Metadata