Belgen brengen gemiddeld 3,7 uur per dag online door
Statbel, het Belgische statistiekbureau, publiceert de resultaten van de nieuwe enquête over ICT-gebruik in huishoudens, inclusief nieuwe cijfers over de hoeveelheid tijd die dagelijks online wordt doorgebracht. Terwijl de Belg gemiddeld 3,7 uur per dag online doorbrengt, toont de enquête ook generatieverschillen.
In België brengen mensen gemiddeld 3,7 uur per dag online door. Achter dit gemiddelde gaan echter heel verschillende situaties schuil. Bijna een kwart van de bevolking (23%) spendeert een uur of minder per dag. Daarentegen geeft iets meer dan een op de tien personen (11%) aan dat ze meer dan 8 uur per dag naar een (online) scherm kijken.
Tussen deze twee uitersten spendeert 20% van de bevolking tussen 1 en 2 uur per dag online, 15% tussen 2 en 3 uur, 18% tussen 3 en 5 uur en 13% tussen 5 en 8 uur.
Grote verschillen volgens leeftijd
Er is een groot verschil in schermtijd volgens leeftijdsgroep. De leeftijdsgroep van de 16- tot 24-jarigen besteedt de meeste tijd online, met een gemiddelde van meer dan 5 uur per dag. 78% van hen kijkt meer dan 3 uur per dag naar een scherm.
Vanaf 25 jaar neemt de gemiddelde tijd die online wordt doorgebracht geleidelijk af. Het is ongeveer 4,9 uur per dag voor 25-34-jarigen, 4,3 uur voor 35-44-jarigen en 3,6 uur voor 45-54-jarigen. De daling is meer uitgesproken vanaf de leeftijd van 55 jaar. Personen tussen 75 en 89 jaar brengen gemiddeld iets meer dan een uur per dag online door en bijna 7 op de 10 geeft aan een uur of minder tijd aan het scherm te besteden.
De schermtijd volgens het opleidingsniveau
De tijd die online wordt doorgebracht varieert ook volgens het opleidingsniveau. Hooggeschoolden besteden gemiddeld 4,4 uur per dag aan een scherm, meer dan midden- (3,4 uur) of laaggeschoolden (2,9 uur).
Van de laaggeschoolden brengt meer dan een derde (36%) een uur of minder per dag online door. Onder hooggeschoolden is dit percentage daarentegen 14%. En terwijl 5% van de mensen met een laag opleidingsniveau meer dan 8 uur aan schermen besteedt, stijgt dit cijfer tot 16% bij mensen met een hoog opleidingsniveau.
Als we verder kijken dan de gemiddelden, laten de gegevens zien dat de schermtijd niet uniform verdeeld is. Terwijl een deel van de bevolking een beperkt dagelijks gebruik heeft, brengt een ander deel, vooral de jongsten, meerdere uren per dag online door.
De enquête over ICT-gebruik in huishoudens peilt ook naar:
- het gebruik van internet en de activiteiten die daar worden uitgevoerd
- Het gebruik van artificiële intelligentie door particulieren
- E-government
- E-commerce.
Al deze informatie is toegankelijk via de downloadbare tabellen.
Doel en korte beschrijving
Het doel van de gegevensverzameling bij huishoudens en individuen is het opstellen van internationale vergelijkbare statistieken van nationale indicatoren rond de digitale kloof.
De enquête wordt bovendien gesubsidieerd door Eurostat, het Europees Bureau voor de Statistiek.
Onderzoeksveld
De enquête naar het ICT-gebruik bij huishoudens en individuen is als een speciale module 'ICT en Internet' gekoppeld aan de arbeidskrachtenenquête. Een willekeurig aangeduide persoon in het huishouden beantwoordt alle vragen, zowel uit het deel over de situatie in het huishouden als uit het deel over de situatie van de persoon in kwestie.
Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang
Dataverzamelingsmethode
Voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen zijn er sinds 2009 twee methodes van gegevensverzameling: via een webapplicatie, en via een papieren formulier. Na het afnemen van de EAK-enquête bepaalt de enquêteur op basis van de verjaardagen welk gezinslid de vragen over het ICT-gebruik moet beantwoorden. De enquêteur overhandigt een papieren formulier met retouromslag en een document met instructies en toegangscodes voor de webapplicatie. Twee à drie weken na het bezoek van de enquêteur ontvangen huishoudens die nog niet geantwoord hebben een herinneringsbrief. Voor 2009 bevroeg de enquêteur de huishoudens mondeling aansluitend op de EAK-enquête.
Steekproeftrekking
De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is gekoppeld aan de EAK-enquête. Alle huishoudens die deelnemen aan de EAK-enquêtes worden uitgenodigd om de vragen over het ICT-gebruik te beantwoorden.
Respons
De respons voor de ICT-enquête bedraagt 67% ten opzichte van de huishoudens die hebben deelgenomen aan de EAK enquête. Ten opzichte van de initiële brutosteekproef bedraagt de respons 45%.
Frequentie
De ICT-enquête wordt om het jaar georganiseerd.
Timing publicatie
De gegevens moeten tegen begin oktober naar Eurostat worden doorgestuurd. Voor het publiek zijn resultaten beschikbaar op het einde van het jaar.
Definities
Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.