Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt

Statbel DataLab: nieuwe statistieken, methoden en gegevensbronnen in beta-versie

Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt – augustus 2021

DataLab
Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt –augustus 2021

De voorlopige resultaten voor de maandelijkse indicatoren op basis van de Enquête naar de Arbeidskrachten van Statbel, het Belgische statistiekbureau, wijzen op positieve evoluties op de arbeidsmarkt. De werkgelegenheidsgraad bij 20-64-jarigen wordt geschat op 70,9% en de werkloosheidsgraad zit opnieuw op een laag niveau met 6,0%.

Werkgelegenheidsgraad bedraagt 70,9%

Op basis van voorlopige resultaten uit de Enquête naar de Arbeidskrachten wordt de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen voor de maand augustus geschat op 70,9%. Nadat het cijfer in de maand juli lichtjes gedaald was, benadert het nu opnieuw het niveau van juni 2021, toen we het hoogste niveau zagen sinds de uitbraak van de Covid-19 pandemie.

Begin 2021 trad een nieuw Europees kaderreglement in voege. Dat zorgde voor aanpassingen aan de enquête. De werkgelegenheidsgraad van 2021 kan daarom niet zomaar vergeleken worden met de cijfers vóór 2021. Eén van de belangrijke wijzigingen: vanaf dit jaar worden personen in tijdelijke werkloosheid voor langer dan drie maanden niet meer bij de werkenden gerekend, maar bij de werklozen of inactieven, afhankelijk van de antwoorden op de vragen naar het zoeken naar werk en het beschikbaar zijn. Om de impact van deze gewijzigde behandeling van langdurig tijdelijk werklozen te illustreren berekenen we, naast de officiële werkgelegenheidsgraad ook een alternatieve werkgelegenheidsgraad, waarbij langdurig tijdelijk werklozen zoals vroeger ingedeeld worden bij de werkenden.

Sinds mei 2021 zien we dat het aantal langdurig tijdelijk werklozen sterk begint te dalen, waardoor het verschil tussen de officiële en alternatieve werkgelegenheidsgraad ook kleiner wordt. Voor de maand augustus, waar nog amper sprake is van langdurige tijdelijke werkloosheid, ligt de alternatieve werkgelegenheidsgraad met 71% nog slechts 0,1 procentpunt hoger dan de officiële.

Werkloosheidsgraad daalt naar 6%

De stijging van de werkloosheidsgraad in de maand juli heeft zich, op basis van deze voorlopige cijfers, niet doorgezet in de maand augustus. In augustus komt de schatting terug op het niveau te liggen van de maand juni met een werkloosheidsgraad van 6,0%. Merk op dat de steekproeven waarop de maandelijkse cijfers gebaseerd zijn veel kleiner zijn dan deze van de kwartaalcijfers en dat dit dus ook gepaard kan gaan met grotere steekproeffluctuaties. Net zoals bij de werkgelegenheidsgraad heeft de gewijzigde behandeling van tijdelijk werklozen vanaf 2021 ook amper nog een impact op de berekening van de werkloosheidsgraad. Ook hier zien we een verschil van amper 0,1 procentpunt tussen de officiële en alternatieve werkloosheidsgraad. Ook dit houdt logischerwijs verband met de sterke daling van het aantal langdurig tijdelijk werklozen.

Daling van aandeel thuiswerkers in juli zet zich nog niet verder door in augustus

In de maand juli zagen we voor het eerst een duidelijke impact van de versoepeling van de recente telewerkverplichting van overheidswege. De cijfers van augustus 2021 blijven stabiliseren op hetzelfde niveau van de maand ervoor. Het percentage van de werkende bevolking dat soms of gewoonlijk thuiswerkt wordt in de maand augustus geschat op 37,6%. Kijken we uitsluitend naar de loontrekkenden, dan gaat het om 33,6%.

Effect van vakantieperiodes op de arbeidsduur

Net zoals in de maand juli zien we voor de cijfers over arbeidsduur en afwezigheden in de maand augustus logischerwijs een sterk effect van de vakantieperiodes. Heel wat werkenden geven aan tijdens de referentieweek niet of minder gewerkt te hebben omwille van verlof, vakantie of feestdagen. Toch zijn het er een pak minder dan in de maand juli. Zo'n 780.000 werkenden was in augustus de volledige referentiemaand afwezig omwille van verlof, vakantie of feestdagen, terwijl het in de maand juli nog om 1.180.000 werkenden ging, ofwel een verschil van 34%. Ook het aantal personen dat wel gewerkt heeft, maar niet de volledige referentieweek ligt met 640.000 in augustus 28% lager dan in juli.

Dit effect van de vakantieperiode is ook zichtbaar in de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur. Deze wordt voor augustus geschat op 27,2 uur, tegenover 33 à 34 uur in de maanden waarin geen verlofperiodes vallen. We zien ook dat de gemiddelde arbeidsduur in augustus hoger ligt dan in de maand juli, toen die op 24,0 geschat werd.

Kijken we tot slot nog naar de evolutie van het aantal tijdelijk werklozen, dan zien we deze categorie ook in augustus nog verder krimpen. Afwezigheid wegens tijdelijke werkloosheid gedurende de volledige referentieweek komt nog amper voor (5000 werkenden) en ook het aantal dat voor een gedeelte van de referentieweek in tijdelijke werkloosheid was daalt verder tot nog zo'n 30.000 werkenden. Merk op dat het hier gaat om een andere groep dan deze van de langdurig tijdelijk werklozen waarvan sprake in het begin van dit bericht. Wanneer de totale onafgebroken duur van de tijdelijke werkloosheid maximaal 3 maanden bedraagt, dan worden tijdelijk werklozen, net zoals vroeger, nog steeds bij de werkenden gerekend.

Methodologische info

De hier gepresenteerde cijfers zijn resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), dit is een enquête die geharmoniseerd is op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd. De gehanteerde definities bevinden zich hier: https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/werkgelegenheid-en-werkloosheid#documents.

De enquête naar de arbeidskrachten is een continue enquête, wat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De resultaten op maandbasis kunnen beschouwd worden als het gemiddelde van de maand.

Voor de opmaak van de maandelijkse indicatoren werden de antwoorden van de respondenten voor een bepaalde “maand” (d.i. een set van 4 of 5 opeenvolgende volledige kalender- of referentieweken, bv. maart 2020 bestaat uit referentieweken 10-13) gekalibreerd op basis van volgend model: Prov*Sex*Agecat + Regio*Educat3c waarbij Prov= provincie, Sex= geslacht, Agecat= leeftijdsgroep per 5 jaar, Regio= 3 gewesten, Educat3c= onderwijsniveau (laag, midden, hoog). Hiervoor worden twee frames voor berekening van kalibratietotalen (benchmarks) gebruikt:

  • Uit het Rijksregister: populatiecijfers op de eerste dag van het kwartaal, volgens de kruising Prov*Sex*Agecat.
  • Uit EAK: geschatte populatiecijfers volgens de kruising Regio*Educat3c, m.a.w. een geschatte verdeling van het onderwijsniveau per regio; hiervoor baseren we ons op gekalibreerde EAK-steekproeven voor de 4 meest recent beschikbare kwartalen (bv. voor januari-maart 2020 zijn dat de kwartalen 2018T4 t.e.m. 2019T3).

De gepresenteerde cijfers zijn geen effectieve populatiecijfers, maar benaderingen die gebaseerd zijn op de extrapolatie van een toevalssteekproef uit de Belgische bevolking. Bij de interpretatie van de cijfers dient hiermee rekening te worden gehouden. De resultaten die hier gepresenteerd worden zijn indicatieve resultaten op maandbasis en zijn onderhevig aan grotere toevalsschommelingen dan de resultaten op kwartaal- en op jaarbasis omdat ze gebaseerd zijn op een twaalfde van de steekproef op jaarbasis. Voor maart 2020 gaat het om ruim 8600 respondenten. Kleine aantallen en kleine verschuivingen doorheen de tijd dienen dan ook met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden omdat ze gebaseerd zijn op de antwoorden van een beperkt aantal respondenten.

De in dit bestand opgenomen maandelijkse statistieken zijn experimentele statistieken en worden geproduceerd met het specifiek doel tot monitoring van de Coronacrisis. Het is belangrijk voor ogen te houden dat het steeds gaat om voorlopige cijfers, die geproduceerd werden op een eerste versie van de gegevens en waarbij de snelheid primeert op de volledigheid en kwaliteit van de binnengekomen gegevens. De maandelijkse cijfers zullen dit voorlopig karakter behouden tot na de publicatie van de officiële kwartaalresultaten.

Meer info over de enquête naar de arbeidskrachten is te vinden op:

https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/werkgelegenheid-en-werkloosheid#documents

De hervormde enquête naar de arbeidskrachten in 2017