Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt

Statbel DataLab: nieuwe statistieken, methoden en gegevensbronnen in beta-versie

Datalab: werkgelegenheidsgraad neemt opnieuw toe in december

DataLab
Datalab: werkgelegenheidsgraad neemt opnieuw toe in december

Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt – december 2020

Met deze reeks snelle, indicatieve cijfers brengt Statbel de impact van de Covid-19-crisis op de arbeidsmarkt mee in kaart.
De belangrijkste conclusies voor december, zijn de volgende:

  • de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen neemt na een sterke daling vorige maand opnieuw toe en bedraagt 69,5%.
  • de werkloosheidgraad van 15-64-jarigen daalt van 6,2% naar 5,2%.
  • 38,7% van de personen met een job werkte niet of minder dan gewoonlijk. Vakantie is hiervoor veruit de belangrijkste reden maar ook tijdelijke werkloosheid is een vaak voorkomende reden van afwezigheid.
  • 38,9% van de werkenden werkt soms, gewoonlijk of altijd thuis, dit is hetzelfde percentage als in november.

Meer details leest u hieronder.

Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen neemt opnieuw toe

Na twee opeenvolgende maanden met een stijging van de werkgelegenheidsgraad in september en oktober, gaven voorlopige cijfers voor de maand november een sterke daling van de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen aan. Voorlopige cijfers voor december tonen opnieuw een toename van de werkgelegenheidsgraad, van 68,2% in november naar 69,5% in december. De werkgelegenheidsgraad ligt hiermee 1,4 procentpunt onder het niveau van december 2019 (grafiek 1).
Tussen november en december stijgt de werkgelegenheidsgraad iets sterker bij vrouwen (+1,8 procentpunt) dan bij mannen (+0,9 procentpunt).
De toename doet zich vooral voor bij de jongere leeftijdsgroepen. De werkgelegenheidsgraad van 55-plussers daarentegen, vertoont een daling.
De werkgelegenheidsgraad neemt tussen november en december van dit jaar toe in Vlaanderen en Wallonië maar neemt af in Brussel. De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen wordt voor december geschat op 59,7% in Brussel, 74,4% in Vlaanderen en 64,2% in Wallonië.

IAB-werkloosheidsgraad bedraagt 5,2% in december

Sinds juli lag de IAB-werkloosheidsgraad>[1] van 15-64-jarigen boven de 6%. In augustus behaalde de werkloosheidsgraad met 6,9% zijn hoogste niveau sinds de Covid-crisis waarna een daling volgde naar 6,2% in september. Daarna bleef de werkloosheidsgraad vrij stabiel tot in november. Voorlopige cijfers voor december geven een daling van de werkloosheidsgraad naar 5,2% aan, wat ongeveer hetzelfde niveau is als in december 2019 (5,3%).
Tussen november en december van 2020 daalt de werkloosheidsgraad in Vlaanderen en Wallonië. In Brussel noteert Statbel een toename van de werkloosheidsgraad. De werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen wordt voor december geschat op 14,7% in Brussel, 2,8% in Vlaanderen en 6,5% in Wallonië.

Activiteitsgraad neemt toe

Na een sterke daling van de activiteitsgraad in november, noteert Statbel opnieuw een lichte toename van de activiteitsgraad, van 67,0% in november naar 67,6% in december van 2020. De activiteitsgraad of het aandeel van werkenden en werklozen in de totale bevolking van 15 tot en met 64 jaar komt hiermee 1,8 procentpunt onder het niveau van december 2019 te liggen (grafiek 3).

38,7% van de werkenden werkte niet of minder dan gewoonlijk in december

De tweede lockdown heeft net zoals de eerste lockdown een duidelijk effect op de gewerkte uren, zoals al bleek uit de cijfers van november. Toen werkte 27% van de werkenden niet of minder uren dan gewoonlijk. In december loopt dit percentage op tot 38,7% van de werkenden (grafiek 4). Enkel in april lag dit percentage nog hoger met 44,2%. Naast het effect van de lockdown speelt in december ook het effect van de kerstperiode. We zien dan ook dat vakantie veel vaker de belangrijkste reden was om niet (715.000 personen) of minder (541.000 personen) te werken dan in april het geval was. Daarnaast werd tijdelijke werkloosheid in december door 141.000 personen als belangrijkste reden aangehaald om niet te werken en door 57.000 personen om minder te werken dan gewoonlijk. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met die van november. In april lag het aantal personen dat tijdelijke werkloosheid aangaf als belangrijkste reden om niet (575.000 personen) of minder te werken (281.000 personen) veel hoger.

Het percentage thuiswerkers stabiliseert op 38,9%

Net als in de eerste lockdown is thuiswerk sinds november opnieuw verplicht voor alle werkenden wiens functie er zich toe leent. Zowel in november als in december werkt 38,9% van de werkenden soms of gewoonlijk van thuis uit (grafiek 5), dit is ongeveer hetzelfde niveau als in mei. Wie zijn/haar normale werkplek in Brussel heeft, werkt vaker van thuis uit (60,4%) dan wie in Vlaanderen (35,2%) of Wallonië (32,4%) werkt. Met een percentage van 57,4% werken zelfstandigen het vaakst thuis. Bij loontrekkenden in de publieke sector en loontrekkenden in de privésector bedragen de percentages respectievelijk 49% en 30,8%.
In december gaf 39,4% van de thuiswerkers aan dat ze tijdens de Covid-crisis voor het eerst aan thuiswerk deden. 43,9% van de thuiswerkers deed vroeger al aan thuiswerk maar doet dat tijdens de Covid-crisis meer en bij 16,7% had de Covid-crisis geen invloed op de mate van thuiswerk.

(b) Breuk in de resultaten in juni 2020. De cijfers tot en met mei 2020 zijn gebaseerd op een kleinere steekproef en kunnen daardoor niet zomaar vergeleken worden met de cijfers vanaf juni 2020


[1] IAB-werklozen zijn alle personen die geen werk hebben, actief op zoek zijn naar werk én beschikbaar zijn om binnen de twee weken te beginnen werken

Methodologische info

De hier gepresenteerde cijfers zijn resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), dit is een enquête die geharmoniseerd is op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd. De gehanteerde definities bevinden zich hier: https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/werkgelegenheid-en-werkloosheid#documents.

Merk op dat tijdelijk werklozen tijdelijk afwezig zijn van hun werk en tot de werkenden worden gerekend.

De enquête naar de arbeidskrachten is een continue enquête, wat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De resultaten op maandbasis kunnen beschouwd worden als het gemiddelde van de maand.

Voor de opmaak van de maandelijkse indicatoren werden de antwoorden van de respondenten voor een bepaalde “maand” (d.i. een set van 4 of 5 opeenvolgende volledige kalender- of referentieweken, bv. maart 2020 bestaat uit referentieweken 10-13) gekalibreerd op basis van volgend model: Prov*Sex*Agecat + Regio*Educat3c waarbij Prov= provincie, Sex= geslacht, Agecat= leeftijdsgroep per 5 jaar, Regio= 3 gewesten, Educat3c= onderwijsniveau (laag, midden, hoog). Hiervoor worden twee frames voor berekening van kalibratietotalen (benchmarks) gebruikt:

  • Uit het Rijksregister: populatiecijfers op de eerste dag van het kwartaal, volgens de kruising Prov*Sex*Agecat.
  • Uit EAK: geschatte populatiecijfers volgens de kruising Regio*Educat3c, m.a.w. een geschatte verdeling van het onderwijsniveau per regio; hiervoor baseren we ons op gekalibreerde EAK-steekproeven voor de 4 meest recent beschikbare kwartalen (bv. voor januari-maart 2020 zijn dat de kwartalen 2018T4 t.e.m. 2019T3).

De gepresenteerde cijfers zijn geen effectieve populatiecijfers, maar benaderingen die gebaseerd zijn op de extrapolatie van een toevalssteekproef uit de Belgische bevolking. Bij de interpretatie van de cijfers dient hiermee rekening te worden gehouden. De resultaten die hier gepresenteerd worden zijn indicatieve resultaten op maandbasis en zijn onderhevig aan grotere toevalsschommelingen dan de resultaten op kwartaal- en op jaarbasis omdat ze gebaseerd zijn op een twaalfde van de steekproef op jaarbasis. Voor maart 2020 gaat het om ruim 8600 respondenten. Kleine aantallen en kleine verschuivingen doorheen de tijd dienen dan ook met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden omdat ze gebaseerd zijn op de antwoorden van een beperkt aantal respondenten.

De in dit bestand opgenomen maandelijkse statistieken zijn experimentele statistieken en worden geproduceerd met het specifiek doel tot monitoring van de Coronacrisis. Het is belangrijk voor ogen te houden dat het steeds gaat om voorlopige cijfers, die geproduceerd werden op een eerste versie van de gegevens en waarbij de snelheid primeert op de volledigheid en kwaliteit van de binnengekomen gegevens. De maandelijkse cijfers zullen dit voorlopig karakter behouden tot na de publicatie van de officiële kwartaalresultaten.

Meer info over de enquête naar de arbeidskrachten is te vinden op:

https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/werkgelegenheid-en-werkloosheid#documents

De hervormde enquête naar de arbeidskrachten in 2017