Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt

Statbel DataLab: nieuwe statistieken, methoden en gegevensbronnen in beta-versie

Datalab: 39% van de werkenden werkt thuis in november

DataLab
Datalab: 39% van de werkenden werkt thuis in november

Maandelijkse cijfers over de arbeidsmarkt – november 2020

Met deze reeks snelle, indicatieve cijfers brengt Statbel de impact van de Covid-19-crisis op de arbeidsmarkt mee in kaart.
De belangrijkste conclusies voor november, een periode waarin België zich opnieuw in lockdown bevond, zijn de volgende:

  • de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen neemt sterk af.
  • de werkloosheidgraad van 15-64-jarigen blijft vrij hoog, boven de 6%.
  • 27,5% van de personen met een job werkte niet of minder dan gewoonlijk, dit is een sterke toename in vergelijking met oktober.
  • 39% van de werkenden werkt soms, gewoonlijk of altijd thuis.

Meer details leest u hieronder.

Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen daalt sterk

Na twee opeenvolgende maanden met een stijging van de werkgelegenheidsgraad, geven voorlopige cijfers voor de maand november een sterke daling van de werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen aan. De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen wordt voor november geschat op 68,3%, het laagste niveau sinds het begin van de gezondheidscrisis (grafiek 1). De afname van de werkgelegenheidsgraad is iets sterker bij vrouwen (-2,8 procentpunt) dan bij mannen (-2 procentpunt). De daling doet zich vooral voor bij de jongere leeftijdsgroepen.
De werkgelegenheidsgraad van 55-plussers daarentegen, vertoont nog een lichte toename. De werkgelegenheidsgraad neemt tussen oktober en november van dit jaar af in de drie regio’s, maar het sterkst in Vlaanderen. De werkgelegenheidsgraad van 20-64-jarigen wordt voor november geschat op 60% in Brussel, 72,5% in Vlaanderen en 63,5% in Wallonië.

IAB-werkloosheidsgraad bedraagt 6,2% in november

Sinds juli ligt de IAB-werkloosheidsgraad[1] van 15-64-jarigen boven de 6%. In augustus behaalde de werkloosheidsgraad met 6,9% zijn hoogste niveau sinds de Covid-crisis waarna een daling volgde naar 6,2% in september. Daarna bleef de werkloosheidsgraad vrij stabiel en voorlopige cijfers geven ook voor november een werkloosheidsgraad van 6,2% weer. In november vorig jaar bedroeg de werkloosheidsgraad 5,1%.
Tussen oktober en november van 2020 stijgt de werkloosheidsgraad enkel in Vlaanderen. In Brussel en Wallonië noteert Statbel een daling van de werkloosheidsgraad. De werkloosheidsgraad van 15-64-jarigen wordt voor november geschat op 12% in Brussel, 3,9% in Vlaanderen en 8,7% in Wallonië.

Activiteitsgraad op hetzelfde niveau als in april en mei

De sterke afname van de werkgelegenheidsgraad en de stabilisatie van de werkloosheidsgraad heeft een sterke daling van de activiteitsgraad tot gevolg, van 69,7% in oktober naar 67,1% in november van 2020. De activiteitsgraad of het aandeel van werkenden en werklozen in de totale bevolking van 15 tot en met 64 jaar komt hiermee op hetzelfde niveau te liggen van april en mei van 2020, een periode waarin we ons ook in lockdown bevonden (grafiek 3).

27,5% van de werkenden werkte niet of minder dan gewoonlijk in november

De tweede lockdown heeft net zoals de eerste lockdown een duidelijk effect op de gewerkte uren. Tijdens de eerste lockdown werkte een groot deel van de werkenden niet of minder uren dan gewoonlijk. In april ging het om 44,2% van de werkenden, in mei om 33,4%. Sinds juli lag het percentage van de werkenden dat niet of minder werkte op ongeveer hetzelfde niveau als in dezelfde maand het jaar voordien, maar in november zien we opnieuw een duidelijk effect van de nieuwe lockdown (grafiek 4). In november werkt 27,5% van de werkenden niet of minder dan gewoonlijk tijdens de referentieweek, dit is de week waarover ze bevraagd werden. Dit percentage ligt een stuk hoger dan in oktober dit jaar (14,2%) en ook in vergelijking met november vorig jaar (16,4%) is er een groot verschil.

Van degene die niet gewerkt hebben tijdens de referentieweek (704.000 personen), is vakantie de belangrijkste reden om niet te werken (201.000 personen). Dit heeft te maken met de herfstvakantie die in 2020 volledig in november viel. De tweede belangrijkste reden is ziekte (165.000 personen), gevolgd door tijdelijke werkloosheid. Ongeveer 144.000 personen hebben in november niet gewerkt omwille van tijdelijke werkloosheid, in vergelijking met 52.000 personen in oktober. Daarnaast hebben in november 122.000 personen niet gewerkt omwille van andere redenen waarbij de respondent aangaf dat ze met corona te maken hadden.

Bij de groep werkenden die aangeeft minder te hebben gewerkt tijdens de referentieweek (579.000 personen), is vakantie de belangrijkste reden (386.000 personen). Op de tweede plaats komt tijdelijke werkloosheid met ongeveer 65.000 personen. Daarnaast werkte nog een kleine 61.000 personen minder dan gewoonlijk omwille van andere redenen waarbij de respondent aangaf dat ze met corona te maken hadden.

39% van de werkenden werkt thuis

Net als in de eerste lockdown is thuiswerk sinds november opnieuw verplicht voor alle werkenden wiens functie er zich toe leent. Als gevolg daarvan stijgt het percentage werkenden dat soms of gewoonlijk van thuis uit werkt van 34,9% in oktober naar 39% in november (grafiek 5), dit is ongeveer hetzelfde niveau als in mei toen het percentage thuiswerkers het hoogst lag. Het percentage vrouwen dat thuiswerk verricht (41,7%) ligt duidelijk hoger dan het percentage mannen dat thuiswerkt (36,6%). Wie zijn/haar normale werkplek in Brussel heeft, werkt vaker van thuis uit (54,8%) dan wie in Vlaanderen (37,4%) of Wallonië (33,1%) werkt. Tussen oktober en november van 2020 stijgt het percentage vooral bij loontrekkenden in de publieke sector. Daarvan werkte de helft (soms, gewoonlijk of altijd) thuis in november. Ook bij de loontrekkenden in de privésector noteren we een toename, van 27,8% naar 31,1%. Het percentage zelfstandigen dat soms of gewoonlijk van thuis uit werkt stijgt van 53,5% naar 56,9%. In november gaf 36,3% van de thuiswerkers aan dat ze tijdens de Covid-crisis voor het eerst aan thuiswerk deden. 46% van de thuiswerkers deed vroeger al aan thuiswerk maar doet dat tijdens de Covid-crisis meer en bij 17,6% had de Covid-crisis geen invloed op de mate van thuiswerk.

(b) Breuk in de resultaten in juni 2020. De cijfers tot en met mei 2020 zijn gebaseerd op een kleinere steekproef en kunnen daardoor niet zomaar vergeleken worden met de cijfers vanaf juni 2020


[1] IAB-werklozen zijn alle personen die geen werk hebben, actief op zoek zijn naar werk én beschikbaar zijn om binnen de twee weken te beginnen werken.

Methodologische info

De hier gepresenteerde cijfers zijn resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), dit is een enquête die geharmoniseerd is op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd. De gehanteerde definities bevinden zich hier: https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/werkgelegenheid-en-werkloosheid#documents.

Merk op dat tijdelijk werklozen tijdelijk afwezig zijn van hun werk en tot de werkenden worden gerekend.

De enquête naar de arbeidskrachten is een continue enquête, wat wil zeggen dat de steekproef gelijk verdeeld is over de 52 weken van het jaar. De geselecteerde respondenten beantwoorden een vragenlijst die hoofdzakelijk betrekking heeft op hun activiteit in de loop van een gegeven referentieweek. De resultaten op maandbasis kunnen beschouwd worden als het gemiddelde van de maand.

Voor de opmaak van de maandelijkse indicatoren werden de antwoorden van de respondenten voor een bepaalde “maand” (d.i. een set van 4 of 5 opeenvolgende volledige kalender- of referentieweken, bv. maart 2020 bestaat uit referentieweken 10-13) gekalibreerd op basis van volgend model: Prov*Sex*Agecat + Regio*Educat3c waarbij Prov= provincie, Sex= geslacht, Agecat= leeftijdsgroep per 5 jaar, Regio= 3 gewesten, Educat3c= onderwijsniveau (laag, midden, hoog). Hiervoor worden twee frames voor berekening van kalibratietotalen (benchmarks) gebruikt:

  • Uit het Rijksregister: populatiecijfers op de eerste dag van het kwartaal, volgens de kruising Prov*Sex*Agecat.
  • Uit EAK: geschatte populatiecijfers volgens de kruising Regio*Educat3c, m.a.w. een geschatte verdeling van het onderwijsniveau per regio; hiervoor baseren we ons op gekalibreerde EAK-steekproeven voor de 4 meest recent beschikbare kwartalen (bv. voor januari-maart 2020 zijn dat de kwartalen 2018T4 t.e.m. 2019T3).

De gepresenteerde cijfers zijn geen effectieve populatiecijfers, maar benaderingen die gebaseerd zijn op de extrapolatie van een toevalssteekproef uit de Belgische bevolking. Bij de interpretatie van de cijfers dient hiermee rekening te worden gehouden. De resultaten die hier gepresenteerd worden zijn indicatieve resultaten op maandbasis en zijn onderhevig aan grotere toevalsschommelingen dan de resultaten op kwartaal- en op jaarbasis omdat ze gebaseerd zijn op een twaalfde van de steekproef op jaarbasis. Voor maart 2020 gaat het om ruim 8600 respondenten. Kleine aantallen en kleine verschuivingen doorheen de tijd dienen dan ook met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden omdat ze gebaseerd zijn op de antwoorden van een beperkt aantal respondenten.

De in dit bestand opgenomen maandelijkse statistieken zijn experimentele statistieken en worden geproduceerd met het specifiek doel tot monitoring van de Coronacrisis. Het is belangrijk voor ogen te houden dat het steeds gaat om voorlopige cijfers, die geproduceerd werden op een eerste versie van de gegevens en waarbij de snelheid primeert op de volledigheid en kwaliteit van de binnengekomen gegevens. De maandelijkse cijfers zullen dit voorlopig karakter behouden tot na de publicatie van de officiële kwartaalresultaten.

Meer info over de enquête naar de arbeidskrachten is te vinden op:

https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/werkgelegenheid-en-werkloosheid#documents

De hervormde enquête naar de arbeidskrachten in 2017