Maandelijkse faillissementen

Faillissementen 2022: resultaten lopen uiteen volgens regio

Ondernemingen
Faillissementen 2022: resultaten lopen uiteen volgens regio

In 2022 werden 9.265 bedrijven failliet verklaard in België. Dat is een stijging van 42% in vergelijking met 2021 (6.533 faillissementen). Dat is ook een daling van 13% in vergelijking met 2019 (10.598 faillissementen), het laatste jaar waarop COVID-19 geen impact had.

Met 800 faillissementen bevestigt de maand december overigens deze jaarlijkse trend (het gedetailleerde verslag met deze maandelijkse cijfers kan hier worden geraadpleegd).

Deze bevindingen moeten echter per gewest worden genuanceerd.

Op gewestelijk niveau valt het op dat het aantal geregistreerde faillissementen in 2022 enkel in het Vlaams Gewest is toegenomen ten opzichte van 2019. De 5.287 faillissementen in dit gewest zijn het hoogste totaal sinds 2013 toen er 5.742 faillissementen werden geregistreerd.

In Wallonië vormen de 2.202 geregistreerde faillissementen het derde laagste resultaat van de afgelopen tien jaar na de "covid-jaren" 2020 en 2021. Dit cijfer is 18% lager dan in 2019.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden 1.776 faillissementen opgetekend, 40% minder dan in 2019. In deze regio tekent 2022 ook de laagste cijfers op na 2020 en 2021.

SECTOREN

Op sectorniveau registreerden alleen de sectoren vervoer en opslag en landbouw en visserij een stijging van het aantal faillissementen in 2022 ten opzichte van 2019. 577 vervoer- en opslagbedrijven werden in 2022 failliet verklaard, tegenover 504 in 2019. Dit is het hoogste aantal faillissementen in de periode 2012-2022. Dit cijfer is met name hoger dan de 571 faillissementen die in 2012 in deze sector werden geregistreerd.

De sector landbouw en visserij telde in 2022 80 faillissementen, twee meer dan in 2019 en het hoogste aantal in deze sector sinds 2015 (104).

Bovendien hebben in het Vlaams Gewest twee activiteitensectoren in de periode 2012-2022 nog nooit zo'n hoog aantal faillissementen gekend, namelijk :

  • De bouwsector met 1.073 faillissementen, of 2% meer dan in 2013 (tweede hoogste waarde van de periode met 1.052 faillissementen);
  • Vervoer en opslag, waarin 310 faillissementen werden geregistreerd, dit is een stijging van 7% ten opzichte van 2012 (289).

In de andere twee gewesten daarentegen is het aantal faillissementen in 2022 in alle activiteitensectoren nooit hoger dan in 2019.

ZELFSTANDIGEN

Terwijl op nationaal niveau alle rechtsvormen een daling van het aantal faillissementen ten opzichte van 2019 optekenen, is het aantal faillissementen bij zelfstandigen het hoogst van de afgelopen tien jaar in het Vlaams Gewest (1.217 tegenover 1.158 in 2019) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (164 in 2022 tegenover 160 in 2019).

BANENVERLIES

Wat het banenverlies betreft, is de waarde van 2022 (22.400) hoger dan in 2021 (17.786), maar lager dan de waarden van 2019 (28.107) en van 2020 (23.022). Anderzijds bedraagt de ratio banenverlies per faillissement in 2022 2,42, wat het laagste cijfer is in de hele periode 2012-2022. Dit betekent dat in 2022 kleinere bedrijven failliet gingen dan in de andere jaren.

In drie activiteitensectoren is het aantal banen dat in 2022 is verloren gegaan echter gestegen ten opzichte van 2019. Dit aantal steeg :

  • Van 1.320 tot 1.705 in de sector vervoer en opslag;
  • Van 169 tot 185 in de sector landbouw en visserij ;
  • Van 1.411 tot 1.423 in de sector vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten.

Naast dit persbericht en het bijkomend verslag publiceert Statbel op zijn website ook meer gedetailleerde maandcijfers, die kunnen worden uitgesplitst per gemeente, per NACEBEL 2008 klasse en die teruggaan tot het jaar 2009. Deze cijfers zijn beschikbaar op be.STAT via het tabblad "Cijfers" van deze publicatie.

Bij de interpretatie van de cijfers moet rekening worden gehouden met het feit dat er een zekere vertraging is tussen de stopzetting van de economische activiteit en de faillietverklaring door de ondernemingsrechtbank. Als gevolg daarvan is de economische impact pas met enige vertraging zichtbaar in de cijfers.

Bovendien werkten als gevolg van de Covid-19-crisis veel ondernemingsrechtbanken en griffies met verminderde capaciteit en waren hun activiteiten beperkt tot 18 mei 2020. Daarnaast was tot 17 juni 2020 een koninklijk besluit van kracht dat heeft geleid tot de bevriezing van de faillissementsprocedures voor de rechtbanken, om ondernemingen die voor 18 maart 2020 gezond waren, te beschermen tegen de gevolgen van de Covid-19-crisis.

Vervolgens heeft de regering op vrijdag 6 november 2020 een nieuw moratorium over faillissementen goedgekeurd tot 31 januari 2021 om bedrijven te beschermen die gedwongen waren hun deuren tijdelijk te sluiten op grond van het ministerieel besluit dat gepubliceerd werd op 1 november 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Om de stopzetting van dit tweede moratorium te compenseren, voerde de federale regering een drieledige hervorming uit om de toegang tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie flexibeler te maken. Ten eerste werd de procedure versoepeld door ondernemingen niet langer te verplichten vanaf het begin al 11 documenten in te dienen, maar slechts 3, waarbij de overige documenten tijdens de procedure kunnen worden verstrekt. Ten tweede is het volgens de procedure niet langer verplicht om in het Belgisch Staatsblad te publiceren. Dit stelt de bemiddelaar in staat om de schuldeisers in volle discretie te ontmoeten en hen te overtuigen af te zien van een snelle terugbetaling van hun vorderingen alvorens een akkoord is bereikt. Ten derde moedigt men de procedure van gerechtelijke reorganisatie op basis van een minnelijke schikking aan met behulp van een belastingvrijstelling die tot dan toe enkel gold voor procedures van gerechtelijke reorganisatie die bij gerechtelijk vonnis werden verkregen. De bepalingen met betrekking tot de eerste twee pijlers van de hervorming zouden initieel maar van kracht zijn tot en met 30 juni 2021, maar werden bij Koninklijk Besluit van 24 juni 2021 tot verlenging van de artikelen 2, 4 tot 12 van de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verlengd tot 16 juli 2022.

Tussen deze twee moratoria in, beslisten zowel de FOD Financiën als de RSZ om een feitelijk moratorium in te stellen, door bedrijven niet failliet te laten gaan als gevolg van schulden bij de belastingdiensten of de sociale zekerheid. Deze regeling is na 1 februari van kracht gebleven. De dagvaardingen werden daarna hervat vanaf oktober 2021 wat de RSZ betreft en rond maart 2022 wat de belastingdienst betreft, waar de dagvaardingen in verschillende provincies geleidelijk werden hervat.

Daarnaast vindt in de maanden juli en augustus het gerechtelijk zomerreces plaats. Gedurende deze periode blijven de rechtbanken open, maar zijn er minder zittingen. Daarom liggen onze faillissementscijfers in deze periode lager.

Verder werden er talrijke maatregelen toegepast - zowel op federaal, gewestelijk als op lokaal niveau – om de ondernemingen tijdens deze Covid-19-periode te ondersteunen. De RSZ heeft bijvoorbeeld minnelijke afbetalingsplannen toegekend met een maximale duur van 24 maanden voor de afbetaling van alle bijdragen en bedragen voor het jaar 2020. Bij de RVA kon de volledige tijdelijke werkloosheid als gevolg van het coronavirus (of het conflict in Oekraïne) tot 30.06.2022 kunnen worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid overmacht corona.

Ten slotte werden onlangs tijdens de energiecrisis nieuwe maatregelen getroffen om de bedrijven te ondersteunen. Bij de RSZ kunnen bedrijven onder meer een minnelijk afbetalingsplan aanvragen, terwijl energie-intensieve bedrijven gebruik kunnen maken van een bijzonder stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken voor energie-intensieve bedrijven.

Alle hierboven beschreven overheidsmaatregelen hadden een matigend effect op het aantal faillissementen dat uitgesproken werd sinds maart 2020.

Doel en korte beschrijving

Iedere maand berekent Statbel de faillissementscijfers van de voorgaande maand. De cijfers worden circa 15 dagen na de referentiemaand gepubliceerd. Op deze datum zijn de faillissementscijfers definitief. Aanvullend op de maandelijkse cijfers kan Statbel ook tussentijdse, wekelijkse ramingen maken. Deze weekcijfers maken het mogelijk om snel de eerste trends waar te nemen. Naast de cijfers over het aantal faillissementen berekent Statbel ook steeds het bijhorende banenverlies. Voor het banenverlies doet Statbel een beroep op de laatst beschikbare informatie bij de RSZ.

De door Statbel opgestelde faillissementsstatistieken zijn gebaseerd op gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en het statistisch ondernemingsregister. Bij de interpretatie van de cijfers moet rekening worden gehouden met het feit dat er een zekere vertraging is tussen de stopzetting van de economische activiteit en de faillietverklaring door de ondernemingsrechtbank. Als gevolg daarvan is een economische impact pas met enige vertraging zichtbaar in de cijfers.

Door de genomen maatregelen tijdens de Covid-19-crisis en de daarmee gepaard gaande lockdown, beperkten de ondernemingsrechtbanken en griffies hun activiteiten tot 18 mei 2020. Bovendien was tot 17 juni 2020 een tijdelijk moratorium van kracht om bedrijven die voor 18 maart 2020 in goede gezondheid verkeerden, te beschermen tegen de gevolgen van de COVID-19-crisis.

Vervolgens keurde de federale regering op vrijdag 6 november 2020 een nieuw moratorium op faillissementen goed. Dit moratorium was van kracht tot en met 31 januari 2021 en bood bescherming aan deze bedrijven die hun deuren verplicht moesten sluiten als gevolg van het ministerieel besluit van 1 november 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 betreffende noodmaatregelen ter beperking van de verspreiding van het coronavirus COVID-19.

Om het einde van dit tweede moratorium te compenseren, hervormde de federale regering de toegang tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie. Deze hervorming, die de procedure flexibeler moet maken, bestaat uit drie lijnen. Vooreerst moeten ondernemingen bij aanvang van de procedure slechts 3 in plaats van 11 documenten indienen. De resterende documenten kunnen in de loop van de procedure worden ingediend. Vervolgens zou het niet langer verplicht zijn om de procedure in het Belgisch Staatsblad te publiceren. Dit stelt de bemiddelaar in staat om de schuldeisers in volle discretie te ontmoeten en hen te overtuigen af te zien van een snelle terugbetaling van hun vorderingen alvorens een akkoord is bereikt. Ten slotte moedigt men de procedure voor gerechtelijke reorganisatie op basis van een minnelijke schikking aan, doordat deze procedure recht zal geven op een belastingvrijstelling die momenteel enkel geldt voor reorganisaties die bij gerechtelijk vonnis werden verkregen. De bepalingen met betrekking tot de eerste twee pijlers van de hervorming zouden initieel maar van kracht zijn tot en met 30 juni 2021, maar werden bij Koninklijk Besluit van 24 juni 2021 tot verlenging van de artikelen 2, 4 tot 12 van de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verlengd tot 16 juli 2022.

Tussen deze twee moratoria in, beslisten zowel de FOD Financiën als de RSZ om een feitelijk moratorium in te stellen, door bedrijven niet failliet te laten gaan als gevolg van schulden bij de belastingdiensten of de sociale zekerheid. Deze regeling bleef ook na 1 februari 2021 van kracht, totdat de RSZ vanaf oktober 2021 en de fiscus in verschillende provincies rond maart 2022 de dagvaardingen hervatten.

Daarnaast vinden in de maanden juli en augustus het gerechtelijk zomerreces plaats. De rechtbanken blijven gedurende deze periode open, maar het aantal hoorzittingen word verminderd. Daarom liggen de faillissementscijfers in deze periode lager.

Bovendien waren verschillende maatregelen van kracht – zowel op federaal, op gewestelijk als op lokaal niveau – om de ondernemingen te ondersteunen tijdens de Covid-19 crisisperiode. De RSZ kende bijvoorbeeld minnelijke afbetalingsplannen toe met een maximale duur van 24 maanden voor de afbetaling van alle bijdragen en bedragen voor het jaar 2020. En op het niveau van de RVA kon de volledige tijdelijke werkloosheid ten gevolge van het coronavirus of het conflict in Oekraïne tot 30 juni 2022 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid ten gevolge van overmacht corona.

Ten slotte ontstonden recentelijk nieuwe steunmaatregelen om bedrijven te ondersteunen tijdens de energiecrisis. Op het niveau van de RSZ kunnen ondernemingen onder meer een minnelijk afbetalingsplan aanvragen terwijl energie-intensieve bedrijven gebruik kunnen maken van een bijzonder stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken voor energie-intensieve bedrijven.

Alle hierboven beschreven overheidsmaatregelen hebben een matigend effect op het aantal faillissementen uitgesproken sinds maart 2020.

Populatie

Ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, zoals verschenen in het Belgisch Staatsblad op 11 september 2017. Titel VI van Boek XX bevat de regeling van het faillissement.

Frequentie

Maandelijks.

Timing publicatie

De publicatie van de maandelijkse faillissementscijfers vindt circa 15 dagen na de referentiemaand plaats.

Definities

Faillissement

Een onderneming is failliet als twee voorwaarden zijn vervuld: enerzijds heeft de onderneming opgehouden te betalen, d.w.z. de onderneming betaalt haar schuldeisers niet meer. Anderzijds zijn ook de leningen aan de onderneming stopgezet. Met andere woorden, de onderneming heeft het vertrouwen van zijn schuldeisers verloren. De bank weigert dan bijvoorbeeld om haar een nieuwe lening te verstrekken. Een faillissement betreft steeds één bedrijf. Een juridische constructie waarbij meerdere personen een vennootschap hebben opgericht, zoals een vennootschap onder firma (VOF), kan dus slechts tot één faillissement leiden.

Banenverlies

Het verlies van voltijd- en deeltijdbanen is afkomstig van de RSZ. Het banenverlies wordt vastgesteld op basis van de laatst bekende situatie van de onderneming, d.w.z. op het tijdstip van het faillissement. Dit totale banenverlies bestaat uit de som van 3 afzonderlijke categorieën (verlies van voltijdbanen + verlies van deeltijdbanen + verlies van banen van loontrekkende werkgevers). Loontrekkende werkgevers zijn werkgevers die zichzelf een salaris uitbetalen. Informatie over het aantal loontrekkende werkgevers is niet beschikbaar bij de RSZ en bijgevolg moet Statbel hiervan een schatting maken. Hiervoor baseert Statbel zich op de schattingsregel die Eurostat aanhaalt in het document "OECD Manual on Business Demography Statistics » en dit voor de volgende 2 ondernemingscategorieën :

  • Zelfstandige (Type1): 1 loontrekkende werkgever
  • Partnerschap en andere rechtsvormen (Type3): 2 loontrekkende werkgevers

Op basis van de resultaten van januari 2022, na een grondige analyse van de in België beschikbare rechtsvormen besloot Statbel om, en dit in overeenstemming met de hierboven vermeldde internationale schattingsregel, 1 tot 3 loontrekkende werkgever(s) toe te kennen bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (Type2). en dit met terugwerkende kracht, volgens de Belgische wettelijke voorschriften met betrekking tot de oprichting van een vennootschap (voorheen werden er “0” loontrekkende werkgevers toegewezen). Een identieke benadering wordt reeds toegepast in andere statistieken (bv. demografie van de ondernemingen, BTW-plichtige ondernemingen, ...).

Metadata