Maandelijkse faillissementen

December 2021: 706 faillissementen

Ondernemingen
In december 2021 registreerden de ondernemingsrechtbanken 706 faillissementen. Dit is een stijging met 4,4% ten opzichte van november.

In december 2021 registreerden de ondernemingsrechtbanken 706 faillissementen. Dit is een stijging met 4,4% ten opzichte van november.

Statbel, het Belgische statistiekbureau, publiceert eveneens een uitgebreid rapport met de belangrijkste evoluties in de maandelijkse faillissementscijfers, dat u hier kunt raadplegen.

Het aantal geregistreerde faillissementen in december 2021 ligt hoger in vergelijking met dezelfde maand in 2020 (+44,4%) maar lager dan het aantal faillissementen in december 2019 (-31,1%).

Op regionaal niveau steeg enkel in het Vlaamse Gewest het aantal faillissementen ten opzichte van november 2021 (+18,0%), maar dit aantal bleef onder het niveau van december 2019 (-10,1%).

Het aantal in december 2021 geregistreerde faillissementen nam ten opzichte van november 2021 toe in 6 sectoren, maar in deze sectoren lag het aantal faillissementen lager in vergelijking met december 2019.

Bovendien werden in december 2021 240 faillissementen van Belgische zelfstandigen uitgesproken. Dit is na september 2019 (247) het hoogste cijfer voor de periode 2000-2021 en voor het Vlaamse Gewest (146) zelfs een record.

Het aantal banen dat in december 2021 verloren ging ten gevolge van faillissementen bedroeg 1.422. Dit betekent een stijging met 26,5% ten opzichte van november 2021. Dit betekent ook een toename ten opzichte van december 2020 (+2,8%) en een afname ten opzichte van december 2019 (-24,2%).

In vergelijking met november 2021 steeg het aantal verloren arbeidsplaatsen in het Vlaamse Gewest (+73,0%) en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (+53,2%). In deze laatste regio betekent dit aantal een stijging ten opzichte van december 2020 (+77,0%) terwijl ten opzichte van december 2019 (-21,5%) het jobverlies daalt. In het Vlaamse Gewest vindt een omgekeerde evolutie plaats, met een daling in vergelijking met december 2020 (-11,3%) en een toename ten opzichte van december 2019 (+6,6%).

In vergelijking met november 2021 steeg het aantal verloren banen in zeven sectoren. Onder deze sectoren telde enkel de sector vervoer en opslag meer verloren arbeidsplaatsen dan in december 2020 (+439,1%) en december 2019 (+8,8%). Het jobverlies in december betekent voor deze sector echter geen maandrecord voor 2021.

Samen met dit persbericht en het aanvullende rapport, publiceert Statbel ook meer gedetailleerde maandcijfers met bijkomende opdelingen op gemeenteniveau, op NACEBEL-klasse 2008 of met historische cijfers die teruggaan tot 2009. Deze faillissementscijfers zijn terug te vinden in be.STAT via het tabblad "Cijfers" van deze publicatie.

Bij de interpretatie van deze cijfers moet rekening worden gehouden met het feit dat er een zekere vertraging is tussen de stopzetting van de economische activiteit en de faillietverklaring door de ondernemingsrechtbank. Als gevolg daarvan is de economische impact pas met enige vertraging zichtbaar in de cijfers.

Bovendien werkten als gevolg van de Covid-19-crisis veel ondernemingsrechtbanken en griffies met verminderde capaciteit en waren hun activiteiten beperkt tot 18 mei 2020. Daarnaast was tot 17 juni 2020 een koninklijk besluit van kracht dat heeft geleid tot de bevriezing van de faillissementsprocedures voor de rechtbanken, om ondernemingen die voor 18 maart 2020 gezond waren, te beschermen tegen de gevolgen van de Covid-19-crisis.

Vervolgens heeft de regering op vrijdag 6 november 2020 een nieuw moratorium op faillissementen goedgekeurd tot 31 januari 2021 om bedrijven te beschermen die gedwongen waren hun deuren tijdelijk te sluiten op grond van het ministerieel besluit dat gepubliceerd werd op 1 november 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Om de stopzetting van dit tweede moratorium te compenseren, voerde de federale regering een drieledige hervorming uit om de toegang tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie flexibeler te maken. Ten eerste werd de procedure versoepeld door ondernemingen niet langer te verplichten vanaf het begin al 11 documenten in te dienen, maar slechts 3, waarbij de overige documenten tijdens de procedure kunnen worden verstrekt. Ten tweede is het volgens de procedure niet langer verplicht om in het Belgisch Staatsblad te publiceren. Dit stelt de bemiddelaar in staat om de schuldeisers in volle discretie te ontmoeten en hen te overtuigen af te zien van een snelle terugbetaling van hun vorderingen alvorens een akkoord is bereikt. Ten derde moedigt men de procedure van gerechtelijke reorganisatie op basis van een minnelijke schikking aan met behulp van een belastingvrijstelling die tot dan toe enkel gold voor procedures van gerechtelijke reorganisatie die bij gerechtelijk vonnis werden verkregen. De bepalingen met betrekking tot de eerste twee pijlers van de hervorming zouden initieel maar van kracht zijn tot en met 30 juni 2021, maar werden bij koninklijk besluit van 24 juni 2021 tot verlenging van de artikelen 2, 4 tot 12 van de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verlengd tot 16 juli 2022.

Tussen deze twee moratoria in, beslisten zowel de FOD Financiën als de RSZ om een feitelijk moratorium in te stellen, door bedrijven niet failliet te laten gaan als gevolg van schulden bij de belastingdiensten of de sociale zekerheid. Deze regeling bleef ook na 1 februari 2021 van kracht en dit tot oktober 2021 voor wat de RSZ betreft, terwijl ze momenteel nog steeds van kracht is voor de belastingdiensten.

Daarnaast vindt in de maanden juli en augustus het gerechtelijk zomerreces plaats. Gedurende deze periode blijven de rechtbanken open, maar zijn er minder zittingen. Daarom liggen onze faillissementscijfers in deze periode lager.

Ten slotte gelden momenteel verschillende maatregelen – zowel op federaal, op gewestelijk als op lokaal niveau – om de ondernemingen te ondersteunen tijdens deze crisisperiode. De RSZ kent bijvoorbeeld minnelijke afbetalingsplannen toe met een maximale duur van 24 maanden voor de afbetaling van alle bijdragen en bedragen voor het jaar 2020. Op het niveau van de RVA kan de volledige tijdelijke werkloosheid ten gevolge van het coronavirus tot 31 maart 2022 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid ten gevolge van overmacht corona.

Alle hierboven beschreven overheidsmaatregelen hadden een matigend effect op het aantal faillissementen dat uitgesproken werd sinds maart 2020.

Doel en korte beschrijving

Iedere maand berekent Statbel de faillissementscijfers van de voorgaande maand. De cijfers worden circa 15 dagen na de referentiemaand gepubliceerd. Op deze datum zijn de faillissementscijfers definitief. Aanvullend op de maandelijkse cijfers kan Statbel ook tussentijdse, wekelijkse ramingen maken. Deze weekcijfers maken het mogelijk om snel de eerste trends waar te nemen. Naast de cijfers over het aantal faillissementen berekent Statbel ook steeds het bijhorende banenverlies. Voor het banenverlies doet Statbel een beroep op de laatst beschikbare informatie bij de RSZ.

De door Statbel opgestelde faillissementsstatistieken zijn gebaseerd op gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en het statistisch ondernemingsregister. Bij de interpretatie van de cijfers moet rekening worden gehouden met het feit dat er een zekere vertraging is tussen de stopzetting van de economische activiteit en de faillietverklaring door de ondernemingsrechtbank. Als gevolg daarvan is een economische impact pas met enige vertraging zichtbaar in de cijfers.

Door de genomen maatregelen tijdens de Covid-19-crisis en de daarmee gepaard gaande lockdown, beperkten de ondernemingsrechtbanken en griffies hun activiteiten tot 18 mei 2020. Bovendien was tot 17 juni 2020 een tijdelijk moratorium van kracht om bedrijven die voor 18 maart 2020 in goede gezondheid verkeerden, te beschermen tegen de gevolgen van de COVID-19-crisis.

Vervolgens keurde de federale regering op vrijdag 6 november 2020 een nieuw moratorium op faillissementen goed. Dit moratorium was van kracht tot en met 31 januari 2021 en bood bescherming aan deze bedrijven die hun deuren verplicht moesten sluiten als gevolg van het ministerieel besluit van 1 november 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 betreffende noodmaatregelen ter beperking van de verspreiding van het coronavirus COVID-19.

Om het einde van dit tweede moratorium te compenseren, hervormde de federale regering de toegang tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie. Deze hervorming, die de procedure flexibeler moet maken, bestaat uit drie lijnen. Vooreerst moeten ondernemingen bij aanvang van de procedure slechts 3 in plaats van 11 documenten indienen. De resterende documenten kunnen in de loop van de procedure worden ingediend. Vervolgens zou het niet langer verplicht zijn om de procedure in het Belgisch Staatsblad te publiceren. Dit stelt de bemiddelaar in staat om de schuldeisers in volle discretie te ontmoeten en hen te overtuigen af te zien van een snelle terugbetaling van hun vorderingen alvorens een akkoord is bereikt. Ten slotte moedigt men de procedure voor gerechtelijke reorganisatie op basis van een minnelijke schikking aan, doordat deze procedure recht zal geven op een belastingvrijstelling die momenteel enkel geldt voor reorganisaties die bij gerechtelijk vonnis werden verkregen. De bepalingen met betrekking tot de eerste twee pijlers van de hervorming zouden initieel maar van kracht zijn tot en met 30 juni 2021, maar werden bij Koninklijk Besluit van 24 juni 2021 tot verlenging van de artikelen 2, 4 tot 12 van de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verlengd tot 16 juli 2022.

Tussen deze twee moratoria in, beslisten zowel de FOD Financiën als de RSZ om een feitelijk moratorium in te stellen, door bedrijven niet failliet te laten gaan als gevolg van schulden bij de belastingdiensten of de sociale zekerheid. Deze regeling bleef ook na 1 februari 2021 van kracht en dit tot oktober 2021 voor wat de RSZ betreft, terwijl ze momenteel nog steeds van kracht is voor de belastingdiensten.

Daarnaast vinden in de maanden juli en augustus het gerechtelijk zomerreces plaats. De rechtbanken blijven gedurende deze periode open, maar het aantal hoorzittingen word verminderd. Daarom liggen de faillissementscijfers in deze periode lager.

Ten slotte gelden momenteel verschillende maatregelen - zowel op federaal, op gewestelijk als op lokaal niveau – om de ondernemingen te ondersteunen tijdens deze crisisperiode. De RSZ kent bijvoorbeeld minnelijke afbetalingsplannen toe met een maximale duur van 24 maanden voor de afbetaling van alle bijdragen en bedragen voor het jaar 2020. Op het niveau van de RVA kan de volledige tijdelijke werkloosheid ten gevolge van het coronavirus tot 31 maart 2022 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid ten gevolge van overmacht corona.

Alle hierboven beschreven overheidsmaatregelen hebben een matigend effect op het aantal faillissementen uitgesproken sinds maart 2020.

Populatie

Ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, zoals verschenen in het Belgisch Staatsblad op 11 september 2017. Titel VI van Boek XX bevat de regeling van het faillissement.

Frequentie

Maandelijks.

Timing publicatie

De publicatie van de maandelijkse faillissementscijfers vindt circa 15 dagen na de referentiemaand plaats.

Definities

Faillissement

Een faillissement wordt uitgesproken zodra een onderneming aan twee voorwaarden voldoet:

  • De onderneming is niet meer in staat om haar rekeningen te betalen;
  • De onderneming vindt geen nieuwe kredieten.

Een faillissement betreft steeds één bedrijf. Een juridische constructie waarbij meerdere personen eenzelfde onderneming hebben opgericht, wordt als één faillissement gerekend.

Banenverlies

Statbel berekent het banenverlies verbonden aan een faillissement op basis van de laatst beschikbare informatie bij de RSZ.

Opmerkingen

Een faillissement heeft altijd betrekking op één onderneming. Een juridische constructie waarbij meerdere personen één onderneming opgericht hebben, zoals bij een VOF (vennootschap onder firma) kan dus maar aanleiding geven tot één faillissement.

Metadata