Bevolkingsvooruitzichten

Het natuurlijk saldo draagt tot 2080 niet meer positief bij tot de bevolkingsgroei in België

Bevolking
Het natuurlijk saldo draagt tot 2080 niet meer positief bij tot de bevolkingsgroei in België

Het natuurlijk saldo is het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen die in een gegeven jaar worden geregistreerd. Vanaf het begin van de jaren 2020 werd dit natuurlijk saldo negatief, als gevolg van een aanhoudende daling van de geboortecijfers en een stijging van het aantal sterfgevallen, onder andere door de vergrijzing van de bevolking. Deze ontwikkeling weerspiegelt diepgaande veranderingen in demografisch gedrag, zoals de stijging van de gemiddelde moederschapsleeftijd en de daling van het gemiddeld aantal kinderen per vrouw, en het steeds ouder worden van de babyboomgeneratie. In de projectie blijft het natuurlijk saldo langdurig negatief. Met andere woorden, de bevolkingsgroei is afhankelijk van het internationaal migratiesaldo om dit natuurlijk tekort te compenseren. Bovendien versterkt deze situatie de demografische vergrijzing, met een toenemend aandeel ouderen in de totale bevolking.

Auteurs: Keiti Kondi, kek@plan.be; Nicole Fasquelle, nf@plan.be; Hendrik Nevejan, hn@plan.be; Yannick Van den Abbeel, yvda@plan.be

De bevolkingsgroei blijft positief maar gematigd tot 2080, ondanks variaties

In 2025 groeide het aantal inwoners in België met bijna 50 000, waardoor de totale bevolking uitkwam op 11,8 miljoen personen. De bevolkingsgroei blijft positief tot 2080, maar is zwakker dan in het verleden en schommelt tussen 15 000 en 25 000 inwoners per jaar.

Deze schommelingen vloeien voort uit de hypothesen over de ontwikkeling van de vruchtbaarheid, de verlenging van de levensverwachting en de variaties in internationale migratie.

Volgens de projecties zal België in 2080 13,1 miljoen inwoners tellen.

Migratie als ondersteunende factor van de bevolkingsgroei

Het migratiesaldo blijft ruimschoots positief gedurende de hele projectieperiode. Vanaf de jaren 2030 geven de projecties een stabilisatie aan rond 36 000 personen per jaar. Het natuurlijk saldo is daarentegen al vanaf het begin van de jaren 2020 negatief en blijft vervolgens negatief, onder invloed van de vergrijzing van de bevolking en de structurele daling van de geboortecijfers. Dit natuurlijk tekort zal in de komende decennia verder toenemen, wat aangeeft dat de toekomstige bevolkingsgroei vooral steunt op migratie.

Afname en daarna stabilisatie van het migratiesaldo

De immigratie neemt geleidelijk af en stabiliseert op lange termijn rond 170 000 personen per jaar. Tegelijk blijft de emigratie relatief stabiel, op ongeveer 130 000 personen per jaar in de komende decennia. Deze trends wijzen op een stabilisatie van de migratiestromen na een periode van sterke groei, met een positief migratiesaldo dat lager ligt dan in de recente jaren.

Terwijl de immigratie uit de ‘oude’ EU-lidstaten in de projectie stabiel blijft, neemt de immigratie uit de ‘nieuwe’ lidstaten af door de verwachte daling van de bevolking in deze landen (de bevolking die kans loopt te migreren neemt af) en de afname van de relatieve economische aantrekkelijk­heid van België. Dit wordt echter gecompen­seerd door een toename van de immigratie uit landen buiten de EU die samenhangt met de verwachte bevolkingsgroei in deze landen. Op dit moment is het nog te vroeg om de impact te beoordelen van de recente maatregelen op het vlak van migratiebeleid in België en de Europese Unie.

Vruchtbaarheid in België: een traject met beperkt herstel

In 2025 wordt het gemiddeld aantal kinderen per vrouw in België, oftewel de vruchtbaarheidsgraad, geschat op 1,45. De hypothesen over vruchtbaarheid in de projecties zijn gebaseerd op twee bronnen: voor de middellange termijn op het vruchtbaarheidscijfer (2040) gesimuleerd met het ReNaissance-model van de Universiteit Antwerpen, voor de lange termijn op expertenopinies.

Na de daling die tot het begin van de jaren 2020 werd waargenomen, wordt een lichte stijging verwacht, deels door een inhaaleffect, dat wil zeggen geboorten die op latere leeftijd worden ingehaald. Ondanks dit herstel blijft de vruchtbaarheid op een gematigd niveau, rond 1,57 kind per vrouw vanaf de jaren 2040, en onder dat van de jaren 2000.

We merken op dat, gezien de aanhoudende daling van de vruchtbaarheid in de afgelopen jaren, het vruchtbaarheids­niveau op middellange termijn pas in 2040 wordt bereikt in plaats van in 2035 in vergelijking met de vorige projecties.

De levensverwachting zal in 2080 90 jaar bereiken

In 2080 bedraagt de gemiddelde levensverwachting 90 jaar voor vrouwen en 89,2 jaar voor mannen. Volgens deze projectie blijft de levensverwachting geleidelijk toenemen voor beide geslachten, waarbij de levensverwachting van vrouwen en mannen bijna convergeert. De winst in levensverwachting vertoont echter een duidelijke vertraging in de loop van de tijd. Bij mannen is de levensverwachting gestegen met 6,1 jaar tussen 2000 en 2025, terwijl de verwachte toename voor de komende 25 jaar nog slechts 4,3 jaar bedraagt, tegenover respectievelijk 3,7 en 2,6 jaar bij vrouwen. Tussen 2050 en 2080 komt de toename op 4,3 jaar voor mannen en 2,8 jaar voor vrouwen.

De hier gepresenteerde projecties van de levensverwachting werden berekend met behulp van een Lee-Carter-model, dat vaak wordt gebruikt om de evolutie van de sterfte in kaart te brengen. Deze methode werd aangevuld met de Kannisto-methode voor de hoogste leeftijden. Een methodologische publicatie waarin het volledige projectieprotocol wordt toegelicht, zal binnenkort beschikbaar zijn. Het verschil tussen de nieuwe resultaten en die van het mortaliteitsmodel dat in eerdere vooruitzichten werd gebruikt, is klein.

De demografische vergrijzing zet zich voort

In de projectieperiode zet de vergrijzing van de bevolking zich duidelijk door, met een steeds groter aandeel ouderen in de bevolking. De afhankelijkheidsratio voor ouderen blijft verder toenemen. Deze stijging betekent dat er steeds meer personen van 67 jaar en ouder zijn ten opzichte van de bevolking op arbeidsleeftijd (18 tot en met 66 jaar). In 2080 zijn er voor elke 100 personen van 18 tot 66 jaar 45 personen van 67 jaar en ouder. In 2025 was dit cijfer 28, en aan het begin van de eeuw was het 23.

Ook de verouderingsintensiteit neemt toe: het aandeel van personen ouder dan 80 jaar in de bevolking ouder dan 67 jaar gaat van 23% in 2000 naar 31% in 2025, en loopt in projectie vervolgens op tot 46% in 2080. Meer in het bijzonder, stijgt de verouderingsintensiteit sterk tot 2055 waarna een fase van stabilisatie volgt op een hoog niveau, om vervolgens aan het einde van de projectieperiode opnieuw te stijgen.

Regionale bevolkingsprojecties

Brussels Hoofdstedelijk Gewest – In de projectieperiode schommelt de bevolkingsgroei licht rond nul. Het natuurlijk saldo blijft positief maar laag, met enkele duizenden personen per jaar. Het internationaal migratiesaldo daarentegen blijft duidelijk positief en vormt de belangrijkste component van de bevolkingsgroei. Het intern migratiesaldo blijft daarentegen langdurig negatief, met een constant tekort, waardoor het natuurlijk saldo en het internationaal migratiesaldo – allebei positief – worden geneutraliseerd. In 2080 telt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1,23 miljoen inwoners, vergeleken met 1,25 miljoen in 2025.

Vlaams Gewest – De geprojecteerde groei is gematigd, stabiel en duidelijk lager dan de niveaus die vóór 2025 werden waargenomen. Volgens de projecties blijft de bevolking toenemen dankzij zowel het internationaal als het intern migratiesaldo, terwijl het natuurlijk saldo negatief blijft. Dit natuurlijk saldo bereikt een dieptepunt van ongeveer -10 000 tot -15 000 rond het midden van de eeuw, gevolgd door een lichte opleving, echter zonder terug positief te worden. In 2080 telt het gewest 8,2 miljoen inwoners, vergeleken met 6,8 miljoen in 2025.

Waals Gewest – In 2080 telt het Waalse Gewest ongeveer 3,7 miljoen inwoners, een vergelijkbaar aantal als in 2025. De bevolkingsgroei neemt geleidelijk af en wordt vanaf het midden van de jaren 2040 negatief. Het aanvankelijk positieve aantal bijkomende inwoners aan het begin van de projectieperiode is het gevolg van het internationaal en intern migratiesaldo die positief blijven, terwijl het natuurlijk saldo steeds negatiever wordt. Vanaf het midden van de jaren 2040 slagen de migratiesaldi er niet langer in het sterk negatieve natuurlijk saldo te compenseren. Rond de jaren 2060-2070 stellen we een bevolkingsafname vast, van ongeveer -3 000 tot -4 000 inwoners per jaar.

Huishoudens worden gemiddeld steeds kleiner

Vanaf 2025 blijft de gemiddelde huishoudgrootte dalen, maar in een gematigder tempo dan in het verleden: van 2,2 personen per huishouden in 2025 naar ongeveer 2 personen in 2080. In de periode 2025-2080 groeit de bevolking met 11,4%, terwijl het aantal huishoudens met 18,7% toeneemt. Deze langdurige trend hangt samen met structurele dynamieken: een toename van eenpersoonshuishoudens, de vergrijzing van de bevolking, vaker voorkomende scheidingen en een daling van de vruchtbaarheid.

Het Federaal Planbureau publiceert elk jaar, in samenwerking met Statbel, demografische vooruitzichten (bevolking en huishoudens) voor België.

De bevolkingsvooruitzichten worden gebruikt in verschillende projecties van het FPB, met name de Economische begroting, de nationale en regionale middellangetermijnvooruitzichten, evenals de projectie van de budgettaire kosten van de vergrijzing op lange termijn. Ze vormen ook de basis voor de vooruitzichten van de transportvraag en de energievooruitzichten.

Definities

Bevolkingsgroei op nationaal niveau komt overeen met de som van het natuurlijk saldo en het internationaal migratiesaldo. Dit verschilt van het regionale niveau, dat ook rekening houdt met interne migratie tussen de regio’s.

Internationaal migratiesaldo wordt berekend als het verschil tussen de totale internationale immigratie (instroom op het grondgebied) en de totale internationale emigratie (uitstroom).

Natuurlijk saldo is het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen op een gegeven grondgebied gedurende een bepaalde periode.

Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw, ook wel het totaal vruchtbaarheidscijfer (TVC) genoemd, is de som van de vruchtbaarheidscijfers per leeftijd, waarbij elk cijfer de verhouding weergeeft tussen het aantal geboorten en het aantal vrouwen van die leeftijd, en dit voor vrouwen op vruchtbare leeftijd, d.w.z. tussen 15 en 49 jaar. De TVC geeft dus het aantal kinderen aan dat een vrouw tijdens haar vruchtbare leven zou krijgen als ze op elke leeftijd dezelfde vruchtbaarheid zou kennen als in het betreffende jaar.

Levensverwachting bij geboorte (transversaal): het gemiddeld aantal jaren dat een pasgeborene zou kunnen leven, ervan uitgaande dat de levensomstandigheden die bij zijn geboorte worden waargenomen, gedurende zijn hele leven ongewijzigd blijven.

Afhankelijkheidsratio voor ouderen: de verhouding van personen van 67 jaar en ouder ten opzichte van de bevolking van 18 tot 66 jaar (op arbeidsleeftijd).

De intensiteit van veroudering is het aandeel van personen van 80 jaar en ouder onder de personen van 67 jaar en ouder, wat de mate van vergevorderde veroudering van de bevolking aangeeft.

Huishoudgrootte: het aantal personen dat in hetzelfde huishouden woont.

Tabel
Content

Synthese van de demografische vooruitzichten 2025-2080 voor België en de gewesten 2025

  2025 2030 2040 2050 2060 2070 2080
België
Bevolking 11.825.551 12.021.448 12.319.892 12.591.500 12.755.478 12.948.967 13.173.587
Gemiddeld aantal kinderen per vrouw 1,5 1,5 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
Levensverwachting bij de geboorte - mannen 80,7 81,5 83,3 85,0 86,5 88,0 89,3
Levensverwachting bij de geboorte - vrouwen 84,7 85,2 86,2 87,3 88,2 89,1 90,0
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Bevolking 1.255.795 1.253.952 1.249.166 1.252.677 1.244.544 1.238.653 1.231.760
Gemiddeld aantal kinderen per vrouw 1,4 1,4 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
Levensverwachting bij de geboorte - mannen 80,1 80,2 81,7 83,1 84,5 85,7 86,9
Levensverwachting bij de geboorte - vrouwen 84,8 85,0 86,1 87,1 88,0 88,9 89,8
Vlaams Gewest
Bevolking 6.864.766 7.035.182 7.313.573 7.575.911 7.774.867 8.001.306 8.255.089
Gemiddeld aantal kinderen per vrouw 1,5 1,5 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
Levensverwachting bij de geboorte - mannen 81,8 82,8 84,7 86,5 88,1 89,5 90,8
Levensverwachting bij de geboorte - vrouwen 85,3 86,0 87,2 88,2 89,2 90,1 91,0
Waals Gewest
Bevolking 3.704.990 3.732.314 3.757.153 3.762.912 3.736.067 3.709.008 3.686.738
Gemiddeld aantal kinderen per vrouw 1,4 1,5 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6
Levensverwachting bij de geboorte - mannen 78,8 79,4 81,1 82,7 84,2 85,5 86,8
Levensverwachting bij de geboorte - vrouwen 83,4 83,7 84,6 85,5 86,4 87,3 88,1
Bron : 1992-2024 : waarnemingen, Statbel; 2025-2080 : vooruitzichten FPB en Statbel
Particuliere huishoudens
Content

België, gewesten en arrondissementen

Beschikbare indicatoren

  • Gehuwde koppels zonder kind

  • Gehuwde koppels met kind(eren)

  • Ongehuwde samenwonende koppels zonder kind

  • Ongehuwde samenwonende koppels met kind(eren)

  • Eénpersoonshuishoudens

  • Eénoudergezinnen

  • Andere private huishoudenstypes

Demografische indicatoren
Content

Beschikbare indicatoren

  • Gemiddeld aantal kinderen per vrouw

  • Levensverwachting bij de geboorte

  • Levensverwachting op 65 jaar

  • Gemiddelde leeftijd

  • Vervanging der actieven in % (18-24)/(55-66)

  • Veroudering der actieven in % (40-66)/(18-39)

  • Veroudering in % (67+)/(0-17)

  • Intensiteit veroudering in % (80+)/(67+)

  • Afhankelijkheid in % [(0-17)+(67+)]/(18-66)

  • Afhankelijkheid der ouderen in % (67+)/(18-66)

  • Personen op actieve leeftijd per oudere (18-66)/(67+)

  • Afhankelijkheid in % [(0-14)+(65+)]/(15-64)

  • Afhankelijkheid der ouderen in % (65+)/(15-64)

  • Personen op actieve leeftijd per oudere (15-64)/(65+)

Loop van de bevolking
Sterftequotiënten
Content

De gegevens uit het bestand zijn het resultaat van de vooruitzichten berekend volgens de methode beschreven in WP 18-09 over de prospectieve sterftequotiënten per geslacht en uniseks :

  • de rekenbladen QxObs-{F,M,U} bevatten de observaties van de sterftequotiënten in verstreken jaren, voor de vrouwen (F), de mannen (M) en uniseks (U)
  • de rekenbladen ExObs-{F,M,U} bevatten de geobserveerde transversale levensverwachtingen voor de vrouwen (F), de mannen (M) en uniseks (U)
  • de twee volgende rekenbladen (QxCalc-F en QxCalc-M) bevatten naast de berekende alfa's en beta's, de geprojecteerde sterftequotiënten per geslacht voor 1991 tot en met 2060
  • het KxCalc-blad bevat de verhouding mannen in de bevolking tussen 1991 en 2060, berekend volgens de methode beschreven onder punt 4.3 van WP 18-09
  • het QxCalc-U-rekenblad bevat de resultaten van de uniseks vooruitzichten berekend volgens de proportionele methode
  • de rekenbladen ExCalc-{F,M,U} bevatten de geprojecteerde transversale levensverwachtingen, voor de vrouwen (F), de mannen (M) en uniseks (U)
  • de rekenbladen EGxCalc-{F,M,U} bevatten de geprojecteerde longitudinale levensverwachtingen, voor de vrouwen (F), de mannen (M) en uniseks (U)

(*) Nota : de waarden van de longitudinale levensverwachtingen van de versie van maart 2014 (bladen EGxCalc-{F,M,U}) werden vervangen.

Doel en korte beschrijving

Op geregelde tijdstippen worden bevolkingsvooruitzichten opgesteld om de diverse spelers in het sociale, economische en politieke veld van ons land de gelegenheid te geven kennis te verkrijgen over de mogelijke evolutie van de bevolking en van de componenten ervan. Die vooruitzichten berusten op een uitgebreide kennis van de huidige demografische situatie en op hypothesen over de componenten van de loop van de bevolking: sterfte, vruchtbaarheid, interne migratie en internationale migratie. De recentste beschikbare bevolkingsvooruitzichten zijn die van 2019-2070. Zij zijn het resultaat van een nauwe samenwerking tussen het Federaal Planbureau (FPB) en Statbel. Zij werden gepubliceerd in 2020 en volgden op de vooruitzichten 2018-2070. Zij gaan uit van de waarnemingen op 1 januari 2019 en werden uitgewerkt per arrondissement, leeftijd, geslacht en twee groepen nationaliteiten. Ze worden aangevuld met huishoudensprognoses en met het berekenen van prospectieve sterftequotiënten.

Populatie

Inwoners in België

Frequentie

Driejaarlijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar 14 maanden na de referentieperiode

Definities

Leeftijd : Leeftijd gemeten in verlopen jaren op 1 januari.

Nationaliteit : De resultaten van de vooruitzichten zijn uitgesplitst in personen van Belgische nationaliteit en personen van vreemde nationaliteit (op 1 januari van dat jaar).

Administratieve entiteit: De resultaten van de vooruitzichten worden opgesteld per regio, provincie en arrondissement.

Natuurlijk saldo: verschil tussen het aantal geboorten en het aantal overlijdens.

Migratiesaldo: verschil tussen het aantal immigraties en het aantal emigraties.