Materiële deprivatie

Gezondheid lijdt onder armoede

Huishoudens
Gezondheid lijdt onder armoede

17 oktober 2018 : Internationale dag voor de uitroeiing van armoede

Ernstige materiële deprivatie heeft gevolgen voor gezondheid en toegang tot gezondheidszorg

Armoede heeft zware gevolgen voor de gezondheid en voor de toegang tot gezondheidszorg van personen die zich in een situatie van ernstige materiële deprivatie bevinden:

  • 43% van hen heeft een chronische ziekte of een chronisch gezondheidsprobleem
  • 19% is gedurende de laatste 12 maanden niet naar een dokter geweest en 53% niet naar de tandarts
  • 79% van de gedepriveerde huishoudens beschouwt de kost van geneesmiddelen als een middelmatige of aanzienlijke financiële last

Dat blijkt uit cijfers van de enquête naar de inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) van de Statbel, het Belgische statistiekbureau, uitgevoerd in 2017 bij 6.000 Belgische huishoudens. Via deze enquête, die op Europees niveau is geharmoniseerd, worden de voornaamste evoluties op het vlak van armoede en sociale uitsluiting opgevolgd.

Uit de EU-SILC enquête blijkt dat 5.1% van de Belgische bevolking zich in 2017 in een situatie van ernstige materiële deprivatie bevond[1].

Maar wat zijn de gevolgen van ernstige materiële deprivatie voor de gezondheid van de 600.000 betrokken personen?

26% van de individuen van 16 jaar en meer met ernstige materiële deprivatie ervaren hun gezondheid als slecht of zeer slecht tegenover 8% van de personen die zich niet in deze situatie bevinden. 43% lijdt aan een chronische ziekte tegenover 24% bij de rest van de bevolking.

25% heeft gezondheidszorg en 32% heeft tandzorg moeten uitstellen, terwijl deze nodig waren. Dit aandeel bedraagt respectievelijk 1% en 4% bij de bevolking die zich niet in deze precaire toestand bevindt.

Een hoger percentage mensen met ernstige deprivatie gaat nooit naar de tandarts (53% vs. 29%)  of de huisarts (19% vs.  12%).

Ze eten minder vaak fruit en groenten. 37% van hen eet fruit elke dag, tegenover 65% van de personen die zich niet in een toestand van deprivatie bevinden. Voor groenten bedragen die cijfers respectievelijk 52% en 85 %.

Enkele vragen in de enquête hadden betrekking op het huishouden in zijn geheel en niet op een specifieke persoon. Uit de resultaten blijkt dat de kosten van geneesmiddelen een (gemiddelde of zware) last vormen voor 79% van de huishoudens in een situatie van ernstige materiële deprivatie, terwijl 66% van de huishoudens die niet gedepriveerd zijn helemaal geen last ondervinden.

  SILC_2018_nl.png

Hetzelfde geldt ook voor kinderen : 44% van de ernstig materieel gedepriveerde huishoudens met kinderen jonger dan 16 jaar moest in de laatste 12 maanden afzien van een medisch onderzoek of gezondheidszorg voor ten minste één van de kinderen, terwijl dit nodig was. Dit is slechts het geval voor 4% van de huishoudens met kinderen die niet gedepriveerd zijn.

Bijkomende informatie

Elk jaar wordt bij de EU-SILC-enquête een speciale module gevoegd, waarmee een of ander facet van de armoede wordt belicht. Voor EU-SILC-2017 gingen de bijkomende vragen van deze module over gezondheid, met enkele specifieke vragen over de gezondheid van de kinderen. Wanneer men die bijkomende informatie linkt aan de inhoud van de algemene enquête, kan men interessante vergelijkingen maken tussen de situatie van mensen die zich in een toestand van ernstige materiële deprivatie bevinden, zoals omschreven in de primaire variabelen van de enquête, en de levensomstandigheden van mensen die volgens deze definitie niet als materieel gedepriveerd worden beschouwd.

In de tabellen (EU-SILC Module gezondheid 2017), vindt u een vergelijking tussen de personen in een toestand van ernstige materiële deprivatie, die risico lopen op monetaire armoede of die risico lopen op armoede of sociale uitsluiting en de bevolking die niet in precaire situatie verkeert op basis van verschillende criteria van gezondheid.

 


[1]  De EU-SILC-enquête maakt gebruik van de volgende 9 componenten om te bepalen of een persoon zich in een toestand van ernstige materiële deprivatie bevindt: 1) tijdig betalingen verrichten, 2) één week vakantie per jaar nemen, 3) om de twee dagen vlees/kip/vis eten, 4) onverwachte uitgaven doen, 5) een telefoon aanschaffen; 6) een kleurentelevisie aanschaffen, 7) een wasmachine aanschaffen, 8) een wagen aanschaffen en 9) de woning degelijk verwarmen.

Wanneer iemand zich minstens 4 van deze 9 items niet kan veroorloven, kunnen we zeggen dat er sprake is van ernstige materiële deprivatie (Severe Material Deprivation, SMD).

Tabel
Content

Kosten voor geneesmiddelen

Doelgroep: huishoudens die behoefte hadden aan geneesmiddelen; Referentieperiode: 2017 (afgelopen 12 maanden) - SILC

  Met armoederisico of sociale exclusie Zonder armoederisico of sociale exclusie SMD Niet-SMD Met monetair armoederisico Zonder monetair armoederisico
Een zware last 28% 10% 45% 12% 27% 11%
Min of meer een last 31% 20% 34% 22% 31% 21%
Geen probleem 41% 70% 21% 66% 42% 68%
Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium)
Metadata: beschrijving van de gegevens en tabellen
SMD: Een persoon bevindt zich in een toestand van ernstige materiële deprivatie wanneer zijn huishouden te kampen heeft met levensomstandigheden die gekenmerkt worden door een gebrek aan middelen; tenminste vier van de negen indicatoren van deprivatie zijn op hen van toepassing: onmogelijkheid om 1: de huurprijs of de rekeningen voor de diensten van openbaar nut te betalen 2: de woonplaats behoorlijk te verwarmen, 3: onvoorziene uitgaven te dekken, 4: om de twee dagen vlees, vis of een eiwitrijk equivalent te eten, 5: een week per jaar op vakantie te gaan buiten de woonplaats, 6: een auto te kopen, 7: een wasmachine te kopen, 8: een kleurentelevisie te kopen of 9: een telefoonaansluiting te betalen.
Laag: geen diploma, lager onderwijs, lager secundair onderwijs  Midden: hoger secundair onderwijs, 4de graad BSO, 7de jaar ASO/TSO/KSO/BSO  Hoog: hoger onderwijs (hogeschool, universiteit), doctoraat
Tabel 2
Content
Percentage van de personen die in een huishouden leven dat zich om financiële redenen niet kan veroorloven: 2017
Rekeningen op tijd te betalen (huur, water, elektriciteit, etc.) 5,0%
Een week vakantie per jaar te nemen buitenshuis 25,0%
Minstens om de twee dagen vlees, kip, vis of een vegetarisch alternatief te eten 6,0%
Een onverwachte uitgave te doen 25,0%
Een telefoon te bezitten 0,1%
Een kleurentelevisie te bezitten 0,6%
Een wasmachine te bezitten 1,0%
Een persoonlijke wagen te bezitten 6,0%
Het huis voldoende te verwarmen 6,0%
% van personen die van ten minste 4 van de 9 voorgaande elementen gedepriveerd is en dus "in een toestand verkeert van ernstige materiële deprivatie" 5,0%
Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium)
Personen worden beschouwd zich in een toestand van ernstige materiële deprivatie te bevinden, als ze in een huishouden leven waar ze zich vier van de volgende elementen financieel niet kunnen veroorloven: (1) rekeningen op tijd betalen, (2) jaarlijks een week vakantie nemen buitenshuis, (3) minstens om de twee dagen een maaltijd eten die vlees, kip of vis bevat, (4) een onverwachte uitgave doen van 1.100 euro of meer, (5) een telefoon hebben, (6) een kleurentelevisie hebben, (7) een wasmachine hebben, (8) een personenwagen hebben en (9) het huis voldoende kunnen verwarmen.

Doel en korte beschrijving.

EU-SILC (European Union – Statistics on Income and Living Conditions) is een enquête naar inkomens en levensomstandigheden en een belangrijk instrument om zowel op Belgisch als op Europees niveau armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen.

De doelstelling van deze enquête is te komen tot een globaal kader voor de productie van 'communautaire' statistische gegevens betreffende inkomen en levensomstandigheden (EU-SILC), met inbegrip van zowel coherente cross-sectionele als longitudinale gegevens over inkomen en armoede (niveau, samenstelling, ...) op nationaal en Europees niveau.

Populatie

Private huishoudens

Dataverzamelingsmethode

CAPI (Computer Assisted Personal Interview).

Respons

60% (N= ± 6000 huishoudens).

Frequentie

Jaarlijks.

Timing publicatie

Voorlopige resultaten (materiële deprivatie en module) beschikbaar in januari na het enquêtejaar, finale resultaten beschikbaar in juni na het enquêtejaar.

Formulieren

Definities

Risico op armoede of sociale uitsluiting (AROPE)

Risico op armoede of sociale uitsluiting, afgekort AROPE, verwijst naar de situatie waarin personen geconfronteerd worden met minstens één van de 3 volgende armoederisico’s: monetaire armoede, ernstige materiële deprivatie of leven in een huishouden met zeer lage werkintensiteit. De AROPE-graad, het aandeel van de totale bevolking dat een risico op armoede of sociale uitsluiting loopt, is de belangrijkste indicator om armoede op te volgen in het kader van de strategie “Europa 2020”.

Armoederisico = Risico op monetaire armoede (AROP)

Het armoederisico (AROP) verwijst naar het percentage personen met een equivalent beschikbaar inkomen (na sociale transfers) dat onder de armoededrempel ligt.

De indicator meet geen rijkdom of armoede in sé, maar een laag inkomen in vergelijking met anderen in dat land. Dit impliceert niet noodzakelijk een lage levensstandaard.

Armoederisico voor sociale transfers: Percentage personen waarvan het equivalent inkomen na deductie van alle sociale transfers onder de armoededrempel valt.

Armoederisico voor sociale transfersexclusief pensioenen: Percentage personen waarvan het equivalent inkomen na deductie van sociale transfers, met uitzondering van pensioen, onder de armoededrempel valt.

Ernstige materiële deprivatie (SMD)

De mate van materiële deprivatie is een indicator die het onvermogen uitdrukt om sommige items die door de meeste mensen worden beschouwd als wenselijk of zelfs noodzakelijk om een adequaat leven te leiden, te veroorloven. De indicator maakt onderscheid tussen personen die een bepaald goed of een bepaalde dienst niet kunnen betalen, en degenen die dit goed of deze dienst niet hebben om een andere reden, bijvoorbeeld omdat ze het niet willen of niet nodig hebben.
De indicator meet het percentage van de bevolking dat zich ten minste drie van de volgende negen items niet kan veroorloven:

  1. om hun huur, hypotheek of nutsrekeningen te betalen;
  2. om hun huis voldoende warm te houden;
  3. om onverwachte uitgaven te maken;
  4. regelmatig eten van vlees of eiwitten;
  5. om op vakantie te gaan;
  6. een kleurentelevisie;
  7. een wasmachine;
  8. een auto;
  9. een telefoon.

Ernstige mate van materiële deprivatie (SMD) wordt gedefinieerd als het gedwongen onvermogen om te betalen voor ten minste vier van de bovengenoemde items.

Lage werkintensiteit (LWI)

De indicator personen die leven in huishoudens met een zeer lage werkintensiteit, wordt gedefinieerd als het aantal personen in een huishouden waar de leden in beroepsactieve leeftijd minder dan 20% van hun totale potentieel werkten gedurende de voorgaande twaalf maanden.
De werkintensiteit van een huishouden is de verhouding van het totale aantal maanden dat alle leden van het huishouden in de werkende leeftijd hebben gewerkt tijdens het inkomensreferentiejaar en het totale aantal maanden dat dezelfde leden van het huishouden theoretisch in dezelfde periode zouden kunnen gewerkt hebben.
Een werknemer in de werkende leeftijd is een persoon van 18-59 jaar, met uitsluiting van studenten in de leeftijdsgroep tussen 18 en 24 jaar.
Huishoudens die alleen uit kinderen, studenten van minder dan 25 jaar en/of mensen van 60 jaar of ouder bestaan, zijn volledig uitgesloten van de indicatorberekening.

Meer definities...

Opmerkingen

Breuk in de reeks in 2013 betreffende de werklozen - Tot 2012 werden bruggepensioneerden op basis van de aard van hun inkomen beschouwd als werklozen.

Vanaf 2013 werd deze categorie mensen ingedeeld bij de gepensioneerden, mensen met vervroegd pensioen of mensen ter beschikking gesteld voorafgaand aan het pensioen. Dat sluit beter aan bij de onderverdeling die Eurostat beoogt, en waarin staat dat bruggepensioneerden alleen als werklozen mogen worden beschouwd als ze de intentie hebben om de arbeidsmarkt opnieuw te betreden.

De stijging van het armoedecijfer bij werklozen in 2013 heeft dus een technische oorzaak en geeft geen wijziging van de reële situatie weer.

Metadata

Rapporten en artikels

matdepriv.svg

Zijn er vragen over dit thema?