EAK FAQ

Sinds 1983 voert Statbel de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) uit. Het doel van deze enquête is om de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Daar deze enquête heel wat unieke informatie verzamelt, worden de resultaten veelvuldig gebruikt als hulpmiddel bij het vaststellen, volgen en evalueren van het economische, sociale en arbeidsmarktbeleid.

De enquête is geharmoniseerd op Europees niveau. De definities over werkgelegenheid en werkloosheid die worden gehanteerd zijn die van het Internationaal Arbeidsbureau(IAB), waardoor een vergelijkbaarheid van de resultaten op internationaal vlak wordt gewaarborgd.

Werkende personen (d.w.z. personen met een betrekking) zijn personen die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor loon of salaris of voor winst, of die een baan hadden maar tijdelijk afwezig waren. Daarin worden ook de meewerkende familieleden meegerekend.

Werklozen zijn alle personen die:

(a) tijdens de referentieweek geen werk hadden, d.w.z. niet in loondienst of als zelfstandige werkten en;

(b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek en;

(c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Opgelet! De IAB‐werkloosheidscijfers staan los van een eventuele inschrijving bij VDAB, Actiris, FOREM of ADG, evenals van het ontvangen van een uitkering van de RVA, en zijn dus niet vergelijkbaar met de administratieve werkloosheidscijfers.

Inactieven zijn alle personen die niet beschouwd worden als personen met een betrekking of als werklozen.

De beroepsbevolking is samengesteld uit de werkloze en de werkende bevolking.

Dit filmpje van Eurostat illustreert hoe men de verschillende statuten onderscheidt

De werkgelegenheidsgraad geeft het percentage werkende personen in een bepaalde leeftijdsgroep weer. De werkgelegenheidsgraad in het kader van de Europa 2020‐strategie geeft het percentage werkende personen in de bevolking van 20 tot 64 jaar weer. Andere bronnen refereren naar werkgelegenheidsgraad ook als werkzaamheidsgraad of tewerkstellingsgraad.

De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.

De activiteitsgraad geeft het percentage beroepsbevolking (werkende personen + werklozen) in de totale bevolking binnen een bepaalde leeftijdsgroep weer.

Bovenstaande indicatoren (werkgelegenheidsgraad, werkloosheidsgraad en activiteitsgraad) zijn de belangrijkste indicatoren om de arbeidsmarktevolutie op internationaal niveau te vergelijken.

Tussen de werkloosheidscijfers gebaseerd op EAK en de administratieve werkloosheidscijfers zit een groot conceptueel verschil. Werklozen in EAK rapporteren zelf dat ze (a) geen job hadden in de referentieweek, (b) actief op zoek zijn naar een job en (c) op korte termijn (d.w.z. binnen de twee weken) beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Zij krijgen dus niet noodzakelijk een werkloosheidsvergoeding en/of zijn niet noodzakelijk ingeschreven bij een regionale dienst voor arbeidsbemiddeling.

Er zijn twee andere belangrijke administratieve bronnen die zelf ook cijfers publiceren in verband met werkloosheid: de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling (RVA) en de 4 regionale diensten voor arbeidsbemiddeling.

  • De Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling (RVA) spreekt van werklozen als ze een uitkering krijgen. Dit zijn ‘uitkeringsgerechtigde werklozen’, waarbij nog een onderscheid gemaakt wordt tussen ‘werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen’ en ‘niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen’. Voor meer informatie verwijzen we jullie door naar de site van de RVA.
  • De 4 regionale diensten voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris, FOREM of ADG) spreken van een werkloze als die is ingeschreven als werkzoekende bij de regionale dienst voor arbeidsbemiddeling. Dit is tevens ook een voorwaarde om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering of inschakelingsuitkering, behalve uitzonderingen. Voor meer informatie verwijzen we jullie door naar de sites van de regionale diensten voor arbeidsbemiddeling.

Deeltijds wordt gemeten op basis van het spontane antwoord van de respondent.

Bij de meting van deeltijds werk wordt aan de respondent gevraagd:

  • of hij of zij voltijds of deeltijds werkt voor de hoofdactiviteit,
  • wat de omvang is van de deeltijdse betrekking (uitgedrukt in %),

Verder wordt ook gevraagd wat de belangrijkste reden is om deeltijds te werken.

We publiceren ook cijfers over het % deeltijds werkenden op basis van berekeningen op de data.

De Belgische EAK verschaft arbeidsmarkt- en onderwijsindicatoren voor België en de regio’s. De meest gekende indicatoren zijn de werkloosheidsgraad, de werkgelegenheidsgraad en de activiteitsgraad die voor verschillende leeftijdsklassen en per geslacht, onderwijsniveau, regio, nationaliteitsgroep en gegroepeerd geboorteland worden berekend.

Verder zijn volgende cijfers van EAK afkomstig:

  • Het percentage personen met een deeltijdse job
  • Het percentage personen met een tweede job
  • Beroepen in België
  • Het percentage huishoudens waarin niemand werkt
  • Het percentage jongeren (15-24 jaar) dat noch werk heeft en noch onderwijs noch opleiding volgt (NEET)
  • De frequentie van thuiswerk
  • Het onderwijsniveau van de bevolking
  • Het percentage personen van 30 tot en met 34 jaar met een diploma van het hoger onderwijs
  • Het percentage vroegtijdige schoolverlaters
  • De deelname aan levenslang leren

De resultaten van de enquête naar de arbeidskrachten worden uitvoerig gebruikt voor allerlei beleidsvoorbereidend en -evaluerend werk. Zo worden de resultaten onder andere gebruikt door de Europese Commissie. In het kader van de nieuwe langetermijnstrategie van de Europese Unie voor een sterke en duurzame economie met veel werkgelegenheid, de zogenaamde EU 2020-strategie, werd bijvoorbeeld vastgelegd dat tegen 2020 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar een job heeft. Om deze doelstelling op te volgen, worden de resultaten van de enquête naar de arbeidskrachten gehanteerd. Nog in het kader van de EU 2020-strategie is ook de opvolging van het percentage vroegtijdige schoolverlaters en het aandeel personen van 30-34 jaar dat een diploma van het hoger onderwijs heeft behaald, gebaseerd op de enquête naar de arbeidskrachten. De monitoring van deze doelstellingen wordt ook jaarlijks gepubliceerd op de Statbel website.

Daarnaast is de werkloosheidsgraad uit EAK één van de indicatoren die opgevolgd wordt in het kader van het Macroeconomic Imbalance Procedure (MIP) scoreboard en is het één van de PEEI-indicatoren (Principal European Economic Indicators) van de Europese Commissie.

Verder zijn ook internationale organisaties zoals de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), het IAB (Internationaal arbeidsbureau), de UNECE (The United Nations Economic Commission for Europe), de UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization),… geïnteresseerd in deze cijfers.

De resultaten van de Belgische enquête worden net als de resultaten van de andere EU-lidstaten naar de statistische dienst van de Europese Unie, Eurostat gestuurd, die de enquête coördineert. Ze worden gepubliceerd op de website van Eurostat en maken internationale vergelijkingen mogelijk.

De resultaten van de enquête naar de arbeidskrachten worden uitvoerig gebruikt voor allerlei beleidsvoorbereidend en -evaluerend werk, onder andere door:

  • De Europese Commissie. In het kader van de nieuwe langetermijnstrategie van de Europese Unie voor een sterke en duurzame economie met veel werkgelegenheid, de zogenaamde EU 2020-strategie, werd bijvoorbeeld vastgelegd dat tegen 2020 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk moet zijn. Om deze doelstelling op te volgen, worden de resultaten van de enquête naar de arbeidskrachten gehanteerd. Nog in het kader van de EU 2020-strategie is ook de opvolging van het percentage vroegtijdige schoolverlaters en het aandeel personen van 30-34 jaar dat een diploma van het hoger onderwijs heeft behaald, gebaseerd op de enquête naar de arbeidskrachten. Daarnaast is de werkloosheidsgraad uit EAK één van de indicatoren die opgevolgd wordt in het kader van het Macroeconomic Imbalance Procedure (MIP) scoreboard en is het één van de PEEI-indicatoren (Principal European Economic Indicators).
  • Internationale organisaties zoals de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), het IAB (Internationaal arbeidsbureau), de UNECE (The United Nations Economic Commission for Europe), de UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization),…
  • De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) voor de opvolging van de Europese Werkgelegenheidsstrategie en het opstellen van het Nationaal Hervormingsprogramma. Het grootste deel van de indicatorenbijlage is gebaseerd op de enquête naar de arbeidskrachten.
  • De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid
  • Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR)
  • De studiedienst van de Nationale Bank voor België (NBB)
  • Het Federaal Planbureau
  • De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven
  • Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, onder andere voor het loonkloofrapport en allerlei arbeidsmarktindicatoren naar geslacht
  • Het Departement Werk en Sociale Economie en Statistiek Vlaanderen (voor Vlaanderen), IWEPS (voor Wallonië) en IBSA (voor Brussel)

De resultaten van de enquête naar de arbeidskrachten worden ook heel vaak gebruikt door universiteiten en andere onderzoeksinstellingen en vormen de basis van heel wat onderzoeksrapporten.

De vragenlijst bevraagt achtereenvolgens de achtergrondkenmerken, algemene inlichtingen over de arbeidssituatie, de hoofdactiviteit en tweede activiteit, beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, manieren van zoeken naar een betrekking, beroepsactiviteit in het verleden, huidig en succesvol afgesloten onderwijs en langdurige gezondheidsproblemen. Het dient hierbij benadrukt te worden dat niet alle respondenten alle vragen hoeven te beantwoorden: zo zijn bepaalde vragen enkel gericht aan werkende personen en andere aan personen zonder een job.

Bepaalde variabelen moeten op basis van de EG Verordening (EG) Nr. 377/2008 van de Commissie van 25 april 2008 slechts jaarlijks worden geregistreerd (vooral achtergrondkenmerken), anderen elk kwartaal. De jaarlijks bevraagde variabelen, ook structurele variabelen genoemd, worden enkel bij de eerste bevraging geregistreerd.

De vragenlijst kan u hier terug vinden.

Jaarlijks is er bijkomend ook nog een ad hoc-module die focust op een specifiek onderwerp. Dit zijn de modules die de volgende jaren aan bod zullen komen en aan bod geweest zijn.

Jaar Onderwerp  Subject
2025 Combinatie werk en gezin Reconciliation between work and family life
2024 Jongeren op de arbeidsmarkt Young people on the labour market
2023 Pensioenen en arbeidsmarktparticipatie Pensions and labour market participation
2022 Vaardigheden voor de job. Job skills
2021 Arbeidsmarktsituatie van migranten Labour market situation of migrants
2020 Arbeidsongevallen en werkgerelateerde gezondheidsproblemen Accidents at work and work related health problems
2019 Werkorganisatie en werktijdregelingen Work organisation and working time arrangements
2018 Combinatie werk en gezin Reconciliation between work and family life
2017 Zelfstandigen Self-employment
2016 Jongeren op de arbeidsmarkt Young people on the labour market
2015 Geen ad hoc module No ad hoc module
2014 Arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen Labour market situation of migrants and their immediate descendants
2013 Arbeidsongevallen en werkgerelateerde gezondheidsproblemen Accidents at work and other work-related health problems
2012 Overgang van werk naar pensionering Transition from work into retirement
2011 Arbeidsparticipatie van mensen met langdurige gezondheidsproblemen Employment of disabled people
2010 Combinatie werk en gezin Reconciliation between work and family life
2009 Toegang van jongeren tot de arbeidsmarkt Entry of young people into the labour market
2008 Arbeidsmarktsituatie van migranten Labour market situation of migrants
2007 Arbeidsongevallen en werkgerelateerde gezondheidsproblemen Work related accidents, health problems and hazardous exposure
2006 Overgang van werk naar pensionering Transition from work into retirement
2005 Combinatie werk en gezin Reconciliation between work and family life
2004 Werkorganisatie en werktijdregelingen Work organisation and working time arrangements
2003 Levenslang leren Lifelong learning
2002 Werkgelegenheid voor gehandicapten Employment of disabled people
2001 Duur en organisatie van de arbeidstijd Length and patterns of working time
2000 Overgang van school naar werk Transition from school to working life

De Enquête naar de Arbeidskrachten (Labour Force Survey in het Engels) wordt aan de statistische instituten van de Europese Unie opgelegd door Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap. De enquête wordt gecoördineerd door Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. Net als in vele andere EU-lidstaten is de EAK in België een verplichte enquête die wordt voorgeschreven bij Koninklijk Besluit van 10 januari 1999 betreffende een steekproefenquête naar de arbeidskrachten, gewijzigd bij het Koninklijk Besluit van 25 maart 2016.

Ieder jaar wordt er een steekproef van 26780 huishoudens getrokken. Elk kwartaal wordt er een vierde van deze huishoudens bevraagd, namelijk 6695 huishoudens. In elk huishouden wordt iedereen vanaf 15 jaar bevraagd. Er zijn geen collectieve huishoudens (klooster, rusthuis, gevangenis, …) opgenomen in de steekproef.

Er is een tweetrapssteekproef. Eerst worden er 291 statistische sectoren op toevallige wijze getrokken (België is verdeeld in 6354 sectoren) die gestratificeerd worden per provincie (waar de Duitstalige Gemeenschap en Brussel hoofdstad een apart stratum zijn). Deze worden dan verder gesorteerd per kwantiel naar aantal huishoudens, (administratieve) werkloosheidsgraad en gemiddeld huishoudinkomen. Daarna worden er per statistische sector 23 huishoudens (26 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) geselecteerd, zodat we per kwartaal aan 6695 huishoudens komen.

Sinds 2017 werkt EAK met een roterend panel. Ieder kwartaal start een nieuwe groep van huishoudens die twee opeenvolgende kwartalen bevraagd worden, twee kwartalen niet en dan terug twee kwartalen wel. De eerste bevraging gebeurt steeds face-to-face via een enquêteur, de daaropvolgende kortere bevragingen via telefoon of internet. Meer informatie over het design kan u vinden in onze publicatie.

Men berekent een betrouwbaarheidsinterval om zo zeker mogelijk te zijn van het resultaat dat op basis van een steekproef werd bekomen. Vandaar dat men meestal een betrouwbaarheidsniveau van 95% of hoger kiest.

Het aantal werkenden voor België dat werd berekend op basis van onze steekproef voor het eerste kwartaal van 2018 bedraagt 4.614.500 (met een betrouwbaarheidsinterval [4.577.500-4.652.000]).

Mochten we het aantal werkenden opnieuw berekenen op basis van andere toevalsteekproeven, dan zal het aantal werkenden in 95% van de gevallen telkens tussen het betrouwbaarheidsinterval 4.577.500 en 4.652.000 liggen.

Kortweg: In 95% van de gevallen zal het aantal werkenden tussen 4.577.500 en 4.652.000 liggen.

De Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) is een enquête bij huishoudens die het aantal werkenden, werklozen en inactieven meet volgens internationaal vergelijkbare definities, samen met de kenmerken van deze groepen. De EAK wordt uitgevoerd sinds 1983 in België en is sinds 1999 continu geworden, wat wil zeggen dat de steekproef gelijkmatig verdeeld is over alle weken van het jaar.

Wijzigingen worden zo veel mogelijk vermeden om de tijdsreeksen intact te houden, maar in sommige situaties is een breuk onvermijdelijk. De EAK-data worden verzameld sinds 1983 en tijdens deze periode is er sprake van 2 grote breuken in de methodologie.

De eerste methodologische wijziging deed zich voor in 1999 toen werd overgegaan van een bevraging met betrekking tot één referentieweek die viel in de lente, naar een continue bevraging. De overgang naar een continue bevraging wil zeggen dat de steekproef gelijkmatig verdeeld is over alle weken van het jaar. Tussen 1999 en 2016 werden jaarlijks een kleine 60.000 huishoudens aangeschreven om deel te nemen aan de enquête. Alle respondenten werden eenmalig en face-to-face bevraagd.

In 2017 werd er een tweede grote methodologische wijziging doorgevoerd, en wel op drie manieren. Ten eerste werd er overgeschakeld op een wave approach met een roterend panel. Hierdoor worden de respondenten niet één, maar viermaal bevraagd over een periode van anderhalf jaar. Ten tweede werd er overgegaan naar een face-to-face bevraging bij het eerste interview en een telefonische of online bevraging bij de volgende interviews. Ten derde werd ook de kalibratiemethode verbeterd en aangepast aan het paneldesign.

Naast deze twee grote methodologische hervormingen worden regelmatig aanpassingen aangebracht aan de vragenlijst. Zo is er in 2011 een breuk in de werkloosheids- en inactiviteitscijfers door een wijziging in de vraag naar het zoeken naar werk die doorgevoerd werd op vraag van Eurostat.

De resultaten van België en der regio’s zijn hier te vinden. Op be.stat kan u bij ‘arbeid, fiscaliteit en levensomstandigheden’ zelf tabellen maken over de data.

De resultaten van de module in België zijn hier te vinden.

De resultaten in vergelijkend perspectief kan u hier vinden: zowel voor de ad-hoc modules als resultaten over de arbeidsmarkt (via selected tables).

EAK bestaat jaarlijks uit vier kwartaalbestanden en een jaarbestand. Na afloop van ieder kwartaal wordt de verzamelde data gehercodeerd, opgekuist en binnen de 12 weken naar Eurostat doorgestuurd. Op het einde van het kalenderjaar gebeurt hetzelfde met alle data die in het afgelopen jaar verzameld werden. De belangrijkste resultaten worden binnen de 13 weken na het referentiekwartaal op Statbel gepubliceerd.

Onderzoekers kunnen geaggregeerde (en dus geanonimiseerde) data opvragen of de microdata zelf.

Een overzicht van de variabelen en antwoordmodaliteiten van de laatste jaren vind je hier: https://statbel.fgov.be/nl/over-statbel/privacy/microdata-voor-onderzoe…

De Belgische microdata kunnen opgevraagd worden bij Statbel (Cfr. “Microdata voor onderzoek” en de Europese bestanden bij Eurostat