ICT usage in households

Netflix & YouTube increasingly prominent in Belgian households

Households
Netflix & YouTube increasingly prominent in Belgian households

ICT usage in households

In Belgium, one internet user[i] out of four (24 %) reported using commercial streaming services such as Netflix. In 2016, this was still 12 %. This is what emerged from a survey conducted in 2018 by Statbel, the Belgian statistical office, amongst 5,800 Belgians.

YouTube and other video services are also increasingly used: 1 Belgian internet user out of 2 reported using an online video service. In 2016, this was still 48%. There are big differences regarding age: 22 % of the 65-74 year olds say they watch online video material, compared to 79 % of the 16-24 year olds. There are also differences in the socio-economic situation: students make much more frequent use of online video services (84 %) than inactive people (30 %). There are slightly more men who use online video services (56 %) than women (48 %).

There are also differences in age, gender and socio-economic situation when using video material from commercial services such as Netflix. One student out of two (49 %) uses such services, compared to 25 % of employees and 9 % of inactive people. Mainly people aged 16 to 24 and 25 to 34 report using commercial video services. 26 % of men reported using such services, compared to 21 % of women. In 2016, this figure was still 14 % and 11 % respectively.

  Total Gender Level of education
Women Men Low Medium High
Watch other online video material from commercial services (e.g. Netflix) on demand 24% 21% 26% 17% 23% 29%
To watch other online video material from video sharing services (e.g. YouTube) 52% 48% 56% 46% 50% 57%

Airbnb & other private rental services on the rise

20 % of people having used the Internet in the last twelve months report that they have booked a stay proposed by an individual in the past year, via a website or an application created specifically for this purpose (Airbnb, Couchsurfing...). Mainly high-skilled people (31 %) use this kind of websites or applications.

Mobile devices are most often used to navigate the internet

Belgian internet users most often use a mobile device to navigate the internet. Smartphones rank first (82 %), followed by laptops or notebooks (67 %), desktops (45 %) and tablets (43 %). The use of a smart TV also increases: in 2018, 16 % reported having used the TV to navigate the internet. In 2016, this was still 11 %.

Regarding the use of a smartphone, all age groups register high scores, although there are big differences between the people aged 16-24 (95 %) and 65-74 (45 %). There is almost no difference between men (82 %) and women (81 %).

Whereas on average 43 % use a tablet to navigate the internet, 41 % of people aged 55 to 64 and 35 % of those aged 65-74 use a tablet, which is close to the overall average. A laptop is more often used by people aged 16 to 24 (77 %) and 25 to 34 (74 %), while a desktop is more often used by 45-54 year olds. Also for the desktop, the results for 55-64 year olds (46 %) and 65-74 year olds (40 %) are close to the overall average of 45 %.

 


[i] Percentage of inhabitants in Belgium aged 16 to 74 who have used the Internet in the last three months.

Table 1
Content
  Total Gender Level of education
Women Men Low Medium High
Watch other online video material from commercial services (e.g. Netflix) on demand 24% 21% 26% 17% 23% 29%
To watch other online video material from video sharing services (e.g. YouTube) 52% 48% 56% 46% 50% 57%
Grafiek
Content

HH-ICT_nl.png

Tabel 2
Tabel 4

Doel en korte beschrijving

Het doel van de gegevensverzameling bij huishoudens en individuen is het opstellen van internationale vergelijkbare statistieken van nationale indicatoren rond de digitale kloof.

Onderzoeksveld

De enquête naar het ICT-gebruik bij huishoudens en individuen is als een speciale module 'ICT en Internet' gekoppeld aan de arbeidskrachtenenquête. Een willekeurig aangeduide persoon in het huishouden beantwoordt alle vragen, zowel uit het deel over de situatie in het huishouden als uit het deel over de situatie van de persoon in kwestie.

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

Dataverzamelingsmethode

Voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen zijn er sinds 2009 twee methodes van gegevensverzameling: via een webapplicatie, en via een papieren formulier. Na het afnemen van de EAK-enquête bepaalt de enquêteur op basis van de verjaardagen welk gezinslid de vragen over het ICT-gebruik moet beantwoorden. De enquêteur overhandigt een papieren formulier met retouromslag en een document met instructies en toegangscodes voor de webapplicatie. Twee à drie weken na het bezoek van de enquêteur ontvangen huishoudens die nog niet geantwoord hebben een herinneringsbrief. Voor 2009 bevroeg de enquêteur de huishoudens mondeling aansluitend op de EAK-enquête.

Steekproeftrekking

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is gekoppeld aan de EAK-enquête. Alle huishoudens die deelnemen aan de EAK-enquêtes worden uitgenodigd om de vragen over het ICT-gebruik te beantwoorden.

Respons

De respons voor de ICT-enquête bedraagt 67% ten opzichte van de huishoudens die hebben deelgenomen aan de EAK enquête. Ten opzichte van de initiële brutosteekproef bedraagt de respons 45%.

Frequentie

De ICT-enquête wordt om het jaar georganiseerd.

Timing publicatie

De gegevens moeten tegen begin oktober naar Eurostat worden doorgestuurd. Voor het publiek zijn resultaten beschikbaar op het einde van het jaar.

Metadata