Economic accounts for agriculture

Agriculture: an essential sector trying to hold on

Agriculture & fishery
Agriculture: an essential sector trying to hold on

The second estimates of farmers’ incomes for the year 2020 made by Statbel[1], the Belgian statistical office, have been submitted to the European Commission (Eurostat).

  • The agricultural production value remained relatively stable between 2019 and 2020 (-0.6 %), while intermediate consumption increased by 2.4 %.
  • The evolution of the production value at basic price is rather uneven among the various sectors and sub-sectors:  +11.2 % for cereals, -20.7 % for potatoes, +18.0 % for fruit and -7.8 % for the pig industry.

The Covid-19 pandemic had differentiated effects on agriculture which was considered by the authorities as essential. The impact affected both demand, given the consumption changes of citizens, and supply, with a seasonal labour becoming scarce when borders were closed. Moreover, the sector had to face an exceptional drought in the spring followed by a summer that was also dry. The effects were felt at the level of both planting and harvesting, and for farmers there was a growing need of fodder.


[1] In cooperation with the regional authorities and experts.

Table
Content

Economic accounts for agriculture (current prices): values at basic prices (millions of euros)

  2015 2016 2017 2018 2019 2020 forecasts 2020/2019 (%) Average 2015-2019
1. Cereals (including seeds) 453,8 305,9 376,8 417,8 435,9 484,6 11,2% 398,0
2. Industrial crops 217,3 198,6 228,4 222,9 229,6 195,9 -14,7% 219,4
3. Forage plants 629,0 600,8 659,4 639,5 681,4 747,3 9,7% 642,0
4. Vegetables and horticultural products 1.337,3 1.336,3 1.342,2 1.407,0 1.561,9 1.658,2 6,2% 1.396,9
Fresh vegetables 839,9 858,9 845,6 851,3 975,2 1.088,4 11,6% 874,2
Plants and flowers 497,3 477,5 496,6 555,7 586,6 569,8 -2,9% 522,8
5. Potatoes (including seeds) 503,1 697,3 519,7 464,0 483,8 383,8 -20,7% 533,5
6. Fruits 462,7 428,8 421,8 461,3 484,8 572,1 18,0% 451,9
7. Other crop products 29,3 27,9 27,9 27,9 27,9 29,0 4,0% 28,2
8. Crop output (1 to 7) 3.632,4 3.595,7 3.576,1 3.640,4 3.905,1 4.071,0 4,2% 3.669,9
9. Animals 3.212,7 3.174,6 3.263,4 3.108,1 3.254,5 3.085,3 -5,2% 3.202,6
Cattle 1.132,3 1.115,2 1.039,6 1.040,3 953,5 959,0 0,6% 1.056,2
Pigs 1.380,2 1.356,1 1.468,2 1.274,0 1.552,5 1.430,9 -7,8% 1.406,2
Poultry 661,7 665,1 714,3 752,1 708,7 654,2 -7,7% 700,4
10. Animal products 1.297,6 1.129,1 1.469,1 1.377,7 1.475,7 1.427,2 -3,3% 1.349,8
Milk 1.097,2 1.014,9 1.344,9 1.272,7 1.351,3 1.300,3 -3,8% 1.216,2
Eggs 199,9 113,6 123,2 103,9 123,2 125,7 2,0% 132,8
11. Animal output (9+10) 4.510,3 4.303,6 4.732,5 4.485,8 4.730,1 4.512,5 -4,6% 4.552,5
12. Agricultural goods output (8+11) 8.142,7 7.899,3 8.308,6 8.126,2 8.635,3 8.583,5 -0,6% 8.222,4
13. Secondary services and activities 81,0 81,8 76,4 77,2 78,0 78,0 0,0% 78,9
14. Output of the agricultural industry (12+13) 8.223,7 7.981,1 8.385,0 8.203,3 8.713,2 8.661,4 -0,6% 8.301,3
15. Intermediate consumption 5.829,5 5.825,8 6.000,5 6.079,2 6.234,0 6.386,3 2,4% 5.993,8
16. Fixed capital consumption 800,0 796,7 784,8 771,0 760,3 767,9 1,0% 782,6
17. Net value added at basic prices (14-15-16) 1.594,2 1.358,5 1.599,7 1.353,2 1.718,9 1.507,2 -12,3% 1.524,9
18. Compensation of employees 633,5 672,1 636,2 670,7 682,5 682,5 0,0% 659,0
19. Other taxes on production 6,7 8,7 3,2 3,8 3,5 3,5 1,0% 5,2
20. Other subsidies on production 644,7 611,1 554,7 607,3 591,7 612,4 3,5% 601,9
21. Factor income (17-19+20) 2.232,2 1.960,9 2.151,2 1.956,8 2.307,1 2.116,0 -8,3% 2.121,6
Indicator A (2010=100)* 92,7 82,5 89,0 79,1 91,8 84,2 -8,4% 87,0
* Indicator A = Index of real income from agricultural factors per annual work unit, after deflation

Doel en korte beschrijving

De landbouweconomische rekeningen (LER) bieden een systematisch en vergelijkbaar overzicht van de economische activiteit in de bedrijfstak landbouw. Zij omvatten de netto toegevoegde waarde (productierekening, d.i. de vergoeding van alle productiefactoren), het netto overschot van de exploitatie (exploitatierekening, d.i. de opbrengst van de grond, het kapitaal en de niet-bezoldigde arbeidskracht) en het netto bedrijfsinkomen (bedrijfsinkomensrekening, d.i. de vergoeding van de niet-bezoldigde arbeidskracht, van de gronden die eigendom zijn van de bedrijven en van het kapitaal). De netto toegevoegde waarde wordt enerzijds berekend tegen producentenprijzen (d.w.z. zonder rekening te houden met subsidies aan en belastingen op de productie) en anderzijds tegen factorkosten of tegen basisprijzen (waarbij rekening wordt gehouden met deze subsidies en belastingen). Zij worden opgemaakt voor alle landbouweconomische eenheden van het land, die vallen onder de bedrijfstak landbouw. Concreet omvat die bedrijfstak alle landbouwbedrijven die bij de landbouwenquêtes in mei worden bevraagd en die beantwoorden aan de definitie van een landbouwbedrijf die wordt gehanteerd bij die telling.

De LER zijn jaarlijks en worden afgesloten in september van het jaar dat volgt op het referentiejaar. Alle bronnen met statistische gegevens over landbouw, zowel binnen als buiten Statbel, worden gebruikt om deze rekeningen op te maken.