Economic accounts for agriculture

Some bright spots after a historically difficult year 2018 for the agricultural sector

Agriculture & fishery
Some bright spots after a historically difficult year 2018 for the agricultural sector

The first estimates of farmers’ incomes for the year 2019 made by Statbel1, the Belgian statistical office, have been submitted to the European Commission (Eurostat).

  • After a year 2018 that put a large part of the agricultural sector to the test, the first observations on this year and season 2019 seem to be better: the sector’s net value added would increase by 27.3 %, but without exceeding the 2017 results.
  • Both crop and livestock productions have registered value increases of around 6 %.

In 2019, the agricultural industry’s turnover has increased by 6.2 % and intermediate consumptions by 2.8 %. The sector’s net value added is therefore higher than the previous year and the average of the last five years. In general, the medium-term analysis of the agricultural industry’s production value reveals high variability due to the unpredictable nature of crop yields and to price volatility. 

1 In cooperation with regional authorities and experts.

Table
Content

Economic accounts for agriculture (current prices): values at basic prices (millions of euros)

  2014 2015 2016 2017 2018 2019 forecasts 2019/2018 (%) Average 2014-2018
1. Cereals (including seeds) 451,6 453,8 305,9 376,8 418,8 429,0 2,4% 401,4
2. Industrial crops 231,3 217,3 198,6 228,4 217,2 192,7 -11,3% 218,6
3. Forage plants 684,1 629,0 600,8 659,4 649,8 702,6 8,1% 644,6
4. Vegetables and horticultural products 1.215,5 1.337,3 1.336,3 1.342,2 1.343,2 1.453,7 8,2% 1.314,9
Fresh vegetables 702,6 839,9 858,9 845,6 851,3 938,6 10,3% 819,7
Plants and flowers 512,9 497,3 477,5 496,6 491,9 515,1 4,7% 495,3
5. Potatoes (including seeds) 419,4 503,1 697,3 519,7 464,0 541,7 16,7% 520,7
6. Fruits 426,2 462,7 428,8 421,8 461,3 468,7 1,6% 440,2
7. Other crop products 29,2 29,3 27,9 27,9 27,9 27,9 0,0% 28,4
8. Crop output (1 to 7) 3.457,3 3.632,4 3.595,7 3.576,1 3.582,2 3.816,2 6,5% 3.568,7
9. Animals 3.086,6 3.212,7 3.174,6 3.263,4 3.153,0 3.357,7 6,5% 3.178,0
Cattle 1.060,0 1.132,3 1.115,2 1.039,6 1.029,4 1.024,7 -0,5% 1.075,3
Pigs 1.479,9 1.380,2 1.356,1 1.468,2 1.315,8 1.598,1 21,5% 1.400,0
Poultry 506,9 661,7 665,1 714,3 764,4 692,9 -9,4% 662,5
10. Animal products 1.500,0 1.297,6 1.129,1 1.469,1 1.377,7 1.449,0 5,2% 1.354,7
Milk 1.297,8 1.097,2 1.014,9 1.344,9 1.272,7 1.338,0 5,1% 1.205,5
Eggs 201,7 199,9 113,6 123,2 103,9 109,9 5,7% 148,5
11. Animal output (9+10) 4.586,5 4.510,3 4.303,6 4.732,5 4.530,7 4.806,7 6,1% 4.532,7
12. Agricultural goods output (8+11) 8.043,9 8.142,7 7.899,3 8.308,6 8.112,8 8.622,9 6,3% 8.101,5
13. Secondary services and activities 80,3 81,0 81,8 76,4 77,2 78,7 1,9% 79,3
14. Output of the agricultural industry (12+13) 8.124,2 8.223,7 7.981,1 8.385,0 8.190,0 8.701,5 6,2% 8.180,8
15. Intermediate consumption 5.981,7 5.829,5 5.825,8 6.000,5 6.230,7 6.404,3 2,8% 5.973,6
16. Fixed capital consumption 800,1 800,0 796,7 784,8 749,7 757,2 1,0% 786,3
17. Net value added at basic prices (14-15-16) 1.342,3 1.594,2 1.358,5 1.599,7 1.209,6 1.540,0 27,3% 1.420,9
18. Compensation of employees 621,3 633,5 672,1 636,2 670,7 688,9 2,7% 646,7
19. Other taxes on production 6,8 6,7 8,7 3,2 2,4 2,4 1,0% 5,6
20. Other subsidies on production 643,0 644,7 611,1 554,7 607,3 560,3 -7,7% 612,1
21. Factor income (17-19+20) 1.978,5 2.232,2 1.960,9 2.151,2 1.814,5 2.097,9 15,6% 2.027,4
Indicator A (2010=100)* 83,7 92,7 82,6 89,2 73,6 83,8 13,8% 84,4
* Indicator A = Index of real income from agricultural factors per annual work unit, after deflation

Doel en korte beschrijving

De landbouweconomische rekeningen (LER) bieden een systematisch en vergelijkbaar overzicht van de economische activiteit in de bedrijfstak landbouw. Zij omvatten de netto toegevoegde waarde (productierekening, d.i. de vergoeding van alle productiefactoren), het netto overschot van de exploitatie (exploitatierekening, d.i. de opbrengst van de grond, het kapitaal en de niet-bezoldigde arbeidskracht) en het netto bedrijfsinkomen (bedrijfsinkomensrekening, d.i. de vergoeding van de niet-bezoldigde arbeidskracht, van de gronden die eigendom zijn van de bedrijven en van het kapitaal). De netto toegevoegde waarde wordt enerzijds berekend tegen producentenprijzen (d.w.z. zonder rekening te houden met subsidies aan en belastingen op de productie) en anderzijds tegen factorkosten of tegen basisprijzen (waarbij rekening wordt gehouden met deze subsidies en belastingen). Zij worden opgemaakt voor alle landbouweconomische eenheden van het land, die vallen onder de bedrijfstak landbouw. Concreet omvat die bedrijfstak alle landbouwbedrijven die bij de landbouwenquêtes in mei worden bevraagd en die beantwoorden aan de definitie van een landbouwbedrijf die wordt gehanteerd bij die telling.

De LER zijn jaarlijks en worden afgesloten in september van het jaar dat volgt op het referentiejaar. Alle bronnen met statistische gegevens over landbouw, zowel binnen als buiten de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium, worden gebruikt om deze rekeningen op te maken.

Metadata