Demography of enterprises in the market sector

Most employees in wholesale and retail trade (2018)

Enterprises
Most employees in wholesale and retail trade (2018)

The sectors of manufacturing and market services had in 2018 186,000 enterprises employing at least one employee. These enterprises employed on average 13.1 employees, i.e. a total of 2,445,000 employees.

In 2018, 44,000 enterprises were set up in manufacturing and market services, 7,000 of which employ at least one employee. These new employers paid 13,000 people, or an average of 1.8 employees per employer.

Most employees in wholesale and retail trade, closely followed by manufacturing

There were 509,000 employees in wholesale and retail trade in 2018, 478,000 in manufacturing, 454,000 in administrative and support service activities and 209,000 in construction.

Wholesale and retail trade had the most enterprises with at least one employee

Among enterprises employing at least one employee, wholesale and retail trade is the most represented sector with 29 %, followed by construction (16 %) and accommodation and food service activities (14 %).

Number of one-person enterprises in professional activities

The share of professional, scientific and technical activities is, with 27 %, the largest among one-person enterprises (so with no employees), followed by wholesale and retail trade (19 %) and construction (18 %).

Remark :

The year 2018 is marked by a methodological change with the complete introduction of the concept of enterprise based on the groups of enterprises.

Methodological note

The year 2018 is marked by a methodological change with the complete introduction of the concept of enterprise based on the groups of enterprises. This leads to a break in the series, which will be more or less marked according to the sector, depending on whether or not there is a significant number of groups in this sector. So, the developments between 2017 and 2018 are a mix of natural growth of the economy but also of the decrease as a result of the aggregation of several legal units into one enterprise.

This year is also marked by a break in the definition of the market sector.

Previously this definition was the result of an analysis of the institutional sector, the economic activity and the legal form. Now it is the result of the analysis of the institutional sector alone (see https://www.nbb.be/doc/dq/cis/e/info_new.html)

The introduction of this new approach resulted in the non-publication of figures relating to sectors P to S. These are the sectors for which the new definition has the greatest impact. This postponement is motivated by the need to carry out consistency/coherence analyses with other related publications which cannot be carried out definitively now. For information, the market sector is defined on the basis of the institutional sector. The institutional sectors S11 (non-financial corporations), S12 (financial corporations) and S14 (households) are referred to as market sectors and the sectors S13 (government) and S15 (non-profit institutions serving households) are referred to as non-market sectors. This 1-1 relationship is a rule proposed by Eurostat. It should be noted that some exceptions remain.

In addition, it should be noted that the employment figures are rounded off at each stage, the initial calculation being an annual average of the employment per legal unit. The user should not be surprised when browsing that the totals are not equal to within the unit.

De demografie van ondernemingen levert informatie over de activiteit, de tewerkstelling en de rechtsvorm van bedrijven actief in België. Ondernemingen worden opgebouwd uit juridische eenheden voor dewelke een economische activiteit van ten minste één dag per jaar werd vastgesteld op basis van administratieve bestanden (RSZ, BTW, jaarrekening, ...). Doorgaans komen ze overeen met een unieke juridische eenheid, maar in bepaalde gevallen is het noodzakelijk om een hergroepering uit te voeren om te beantwoorden aan de Europese definitie (bepaald in het Reglement van 1993 inzake de statistische eenheden), in het bijzonder wat betreft de autonomie. Deze statistiek levert ook de economische geboortes en sterftes in België.

Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de volgende concepten:

  • Onderneming : kleinstmogelijke combinatie van juridische eenheden.

  • Rechtsvorm : door de mogelijke hergroepering van juridische eenheden en met het oog op vergelijkbaarheid tussen de Europese landen, is de granulariteit van de Europese nomenclatuur minder fijn dan de nationale nomenclatuur. Er worden hier slechts 3 "rechtsvormen" onderscheiden : SP (Sole Proprietor), LL (Limited Liability) et PA (Partnership and Associates).

  • Als een geboorte in het jaar T wordt beschouwd een onderneming economisch actief in T, inactief in T-1 én in T-2 en niet de resultante van een herstructurering tijdens de periode [T-2,T].

  • Als een sterfte in het jaar T wordt beschouwd een onderneming economisch actief gedurende ten minste één dag in T, inactief in T+1 én in T+2 en niet gestopt omwille van een herstructurering tijdens de periode [T,T+2].

  • Om het aantal werkzame personen te bepalen wordt het aantal werknemers (hoofden) vermeerderd met een zelfstandige tewerkstelling bepaald conform de op de rechtsvorm gebaseerde voorziene regel van Eurostat. Bij een uitsplitsing naar tewerkstellingsklassen worden enkel die van de werknemers gehanteerd.

Bovendien dient er opgemerkt te worden dat de hier geleverde cijfers verschillend zijn van die van de btw-plichtigen. Dit om methodologische redenen, waaronder:

  • Het universum is niet hetzelfde : in de kubus btw-plichtigen wordt enkel rekening gehouden met de juridische eenheden die onderworpen zijn aan de btw, terwijl hier het universum opgebouwd is uit alle actieve ondernemingen (btw of niet).

  • De wijze van toekenning van de NACE is verschillend.

  • Hier wordt de btw-plicht niet beschouwd als een voldoende teken van activiteit. De aanwezigheid van een strikt positief omzetcijfer in een btw-aangifte is vereist. Zo zal een aan de btw onderworpen juridische eenheid die nooit écht actief is geweest en stopt, NOOIT meegeteld worden in de demografie : noch in de voorraad, noch als geboorte, noch als sterfte.

Om methodologische redenen dienen ook de verschillen met de structurele ondernemingsstatistiekenopgemerkt worden. De hoofdreden is dat deze laatsten gebaseerd zijn op een enquête terwijl hier enkel administratieve gegevens worden gebruikt. Laten we tenslotte ook opmerken dat de basispopulaties van deze twee statistieken op verschillende momenten worden vastgelegd.