Vroegtijdige schoolverlaters

8,8% vroegtijdige schoolverlaters in 2016

Werk & Opleiding
Vroegtijdige schoolverlater

In het kader van de EU2020-strategie werd bepaald dat het percentage vroegtijdige schoolverlaters tegen 2020 teruggedrongen moet worden tot 10%. Het gaat om het aandeel personen tussen 18 en 24 jaar dat geen diploma van het hoger secundair onderwijs heeft behaald en geen enkele vorm van onderwijs of vorming meer volgt. In vergelijking met 2005 is het percentage vroegtijdige schoolverlaters in België gedaald van 12,9% naar 8,8% in 2016. Het EU-gemiddelde bedraagt 10,7%.

België
Content

Vroegtijdige schoolverlaters - jaargemiddelden

België 2000 2005 (a) 2010 2011 2012 2013 2014 (b) 2015 2016
Totaal 13,8% 12,9% 11,9% 12,3% 12,0% 11,0% 9,8% 10,1% 8,8%
Mannen 16,5% 15,2% 13,8% 14,9% 14,4% 13,2% 11,8% 11,6% 10,2%
Vrouwen 11,0% 10,5% 10,0% 9,7% 9,5% 8,7% 7,7% 8,6% 7,4%
Brussel
Content

Vroegtijdige schoolverlaters - jaargemiddelden

Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2000 2005 (a) 2010 2011 2012 2013 2014 (b) 2015 2016
Totaal 20,7% 19,4% 18,4% 18,9% 20,1% 17,7% 14,4% 15,8% 14,8%
Mannen 25,2% 20,4% 20,4% 21,3% 24,1% 19,4% 17,5% 16,9% 16,3%
Femmes 16,1% 18,4% 16,5% 16,8% 16,3% 16,1% 11,2% 14,8% 13,5%
Vlaanderen
Content

Vroegtijdige schoolverlaters - jaargemiddelden

Vlaams Gewest 2000 2005 (a) 2010 2011 2012 2013 2014 (b) 2015 2016
Totaal 11,6% 10,7% 9,6% 9,6% 8,7% 7,5% 7,0% 7,2% 6,8%
Mannen 13,9% 13,2% 11,4% 12,1% 10,5% 9,3% 8,3% 8,6% 8,5%
Vrouwen 9,2% 8,0% 7,7% 7,0% 6,8% 5,7% 5,7% 5,8% 5,1%
Wallonië
Content

Vroegtijdige schoolverlaters - jaargemiddelden

Waals Gewest 2000 2005 (a) 2010 2011 2012 2013 2014 (b) 2015 2016
Totaal 15,5% 14,6% 13,7% 14,7% 14,8% 14,7% 12,9% 13,1% 10,3%
Mannen 18,4% 17,0% 15,9% 17,7% 17,9% 17,8% 15,9% 15,0% 11,3%
Vrouwen 12,6% 12,1% 11,5% 11,7% 11,7% 11,4% 9,9% 11,1% 9,4%

De cijfers zijn steeds jaargemiddelden. Definitie "Vroegtijdige schoolverlaters": het percentage personen met een leeftijd van 18 tot 24 jaar dat geen diploma hoger secundair onderwijs heeft behaald en geen enkele vorm van onderwijs of vorming meer volgt.
Personen in schoolvakantie worden niet als vroegtijdige schoolverlater beschouwd.
(a) Wegens een wijziging van de variabelen over onderwijs en opleiding, zijn de resultaten niet volledig vergelijkbaar met de voorgaande jaren.
(b) Wegens een wijziging in de vraagstelling, zijn de resultaten niet volledig vergelijkbaar met de voorgaande jaren.

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

Doel en korte beschrijving

De enquête naar de arbeidskrachten (EAK) is een sociaal-economische steekproefenquête bij huishoudens. Haar voornaamste doelstelling is de populatie op actieve leeftijd (vanaf 15 jaar) op te delen in drie groepen (nl. werkende personen, werklozen en niet-actieve personen), en over elk van deze categorieën beschrijvende en verklarende gegevens te verstrekken. Deze enquête wordt ook in de andere EU-lidstaten uitgevoerd en wordt gecoördineerd door de statistische dienst van de Europese Unie, EUROSTAT. In België wordt de EAK georganiseerd door de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie. De bedoeling is informatie te vergaren die op Europees vlak vergelijkbaar is, o.m. inzake werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers overeenkomstig de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), en daarnaast gegevens te verzamelen en te verspreiden die elders niet verkregen kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit van de werknemers, motivatie voor deeltijds werken, de verschillende vormen van tijdelijke arbeid, beroep, onderwijsniveau van de bevolking op beroepsactieve leeftijd,…

Populatie

Leden van privé-huishoudens van 15 jaar oud of meer

Basis van de steekproef

Demografische gegevens van het rijksregister

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De informatie wordt voor de eerste bevraging verzameld via face to face interviews. Sinds 2017 volgen daarna nog drie kortere opvolgbevragingen die via het web of telefonisch gebeuren.

Gezinnen die uitsluitend bestaan uit inactieve personen ouder dan 64 jaar mogen ook telefonisch worden bevraagd.

Jaarlijks worden in België ongeveer 47.000 huishoudens aangeschreven om aan deze enquête deel te nemen.

Respons

De respons bedraagt + 75%.

Frequentie

Driemaandelijks.

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar +/- 3 maanden na de referentieperiode

Formulieren

Definities

Werklozen (IAB): Volgens de criteria van het Internationaal Arbeidsbureau, behoren tot de werklozen alle personen van 15 jaar en ouder die: (a) tijdens de referentieweek zonder werk waren (b) voor werk beschikbaar waren, d.w.z. voor werk in loondienst of als zelfstandige beschikbaar waren binnen twee weken na de referentieweek (c) actief werk zochten, d.w.z. gedurende de laatste vier weken met inbegrip van de referentieweek gerichte stappen hadden ondernomen om werk in loondienst of als zelfstandige te zoeken, of die werk hadden gevonden en binnen ten hoogste drie maanden zouden beginnen te werken.

Personen met een betrekking (IAB): Personen met een betrekking zijn alle personen van 15 jaar en ouder die gedurende de referentieweek minstens één uur werk verrichtten voor loon of salaris of voor winst, of die een baan hadden maar tijdelijk afwezig waren. Daar horen ook de meewerkende familieleden bij. De personen met een betrekking worden onderverdeeld in drie groepen volgens hun beroepssituatie:

Onderwijsniveau (3 klassen): Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Vroegtijdige schoolverlaters: het percentage personen met een leeftijd van 18 tot 24 jaar dat geen diploma hoger secundair onderwijs heeft behaald en geen enkele vorm van onderwijs of vorming meer volgt.

Metadata

Methodologie enquêtes

Wetgeving

schoolverlater.svg

Zijn er vragen over dit thema?