Arbeidskosten volgens activiteit

Tabel
Content

Arbeidskosten en gewerkte uren per sector(a) (2012)

Arbeidskosten (b) Totaal Industrie Diensten
NACE B-N en P-S NACE B-F NACE G-N NACE P-S
Per uur 38 41 39 33
Per VTE (c) per maand 4.096 4.996 5.038 3.726
Per VTE (c) per jaar 49.156 59.948 60.454 44.710
(a) de sector waartoe de lokale eenheid behoort
(b) De enquête is gebaseerd op een steekproef getrokken uit lokale eenheden van ondernemingen met minstens 10 werknemers. De gegevens werden ingezameld volgens de activiteit en het gewest van de lokale eenheid en de grootteklasse van de onderneming waaronder de betrokken lokale eenheid ressorteert. De respons bedraagt zo'n 57%. De cijfers hebben betrekking op de lokale eenheden uit activiteitssectoren B (winning van delfstoffen), C (industrie), D (productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht), E (productie en distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering), F (bouwnijverheid), G (groot- en detailhandel en reparatie van auto's en motorfietsen), H (vervoer en opslag), I (verschaffen van accommodatie en maaltijden), J (informatie en communicatie), K (financiële activiteiten en verzekeringen), M (vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten), N (administratieve en ondersteunende diensten), P (onderwijs) en Q (menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening), R (kunst, amusement en recreatie)en S (overige diensten).
(c) V.T.E.= Voltijdse equivalenten (aantal werknemers in voltijdse equivalenten + aantal deeltijdse werknemers omgerekend in voltijdse equivalenten)

Vierjaarlijkse enquête naar de arbeidskosten

Doel en korte beschrijving

De vierjaarlijkse enquête naar de arbeidskosten beantwoordt aan de statistische noden van de Europese Commissie zoals bepaald in Verordening (EG) 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 en in Verordening (EG) 1737/2005 van de Commissie van 21 oktober 2005. De vierjaarlijkse enquête is gebaseerd op een steekproef getrokken uit lokale eenheden van ondernemingen met minstens 10 werknemers. De gegevens werden ingezameld volgens de activiteit en het gewest van de lokale eenheid en de grootteklasse van de onderneming waartoe de betrokken lokale eenheid behoort.

Populatie

De onderzochte populatie bestaat uit lokale eenheden.

Vóór 2008, worden enkel de vestigingen die actief zijn in de NACE rev. 1 secties C tot K en M tot O en die behoren tot ondernemingen met minstens tien werknemers, in deze statistiek geanalyseerd.

Vanaf 2008, worden enkel de vestigingen die actief zijn in de NACE rev. 2 secties B tot N en P tot S en die behoren tot ondernemingen met minstens tien werknemers, in deze statistiek geanalyseerd. Enkel de vestigingen die actief zijn in de NACE rev. 1 secties C tot K en M tot O en die behoren tot ondernemingen met minstens tien werknemers, worden in deze statistiek geanalyseerd.

Bijkomende bronnen

Er wordt gebruik gemaakt van de beschikbare RSZ(PPO)-gegevens en gegevens van de NBB. Voor de vragen waarvoor de bronnen in ons bezit over voldoende update gegevens beschikken, wordt er gebruik gemaakt van enquêtes bij de lokale eenheden van de ondernemingen met minstens 10 werknemers.

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

Het steekproefkader is een selectie in de registers van de RSZ(PPO) van alle lokale eenheden (of vestigingen) in de secties B t.e.m. N en P t.e.m. S van de NACE Rev.2 behorende tot de Belgische ondernemingen met minstens 10 werknemers.

De steekproeftrekking is een gestratificeerde steekproeftrekking van de lokalen eenheden van het steekproefkader volgens de belangrijkste economische activiteit (NACE op 2-digitniveau in de secties B t.e.m. N en P t.e.m. S), volgens gewest (Brussel, Vlaanderen en Wallonië) en het aantal werknemers (10 tot 49, 50 tot 249, 250 tot 499, 500 tot 999, 1.000 en +). Het is een representatieve enkelvoudige aselecte steekproef met stratificatie (zonder terugleggen van eenheden met verschillende steekproefverhoudingen per stratum).

De steekproefgrootte is ongeveer 10.000 lokale eenheden.

Er wordt een geoptimaliseerde procedure van het Neyman-type gehanteerd om het aantal lokale eenheden per stratum te bepalen met als optimaliseringsvariabele de totale arbeidskost op het niveau van de NACE-sectie op basis van de gegevens van de vorige enquête (assumptie van stabiliteit).

De schattingen worden gemaakt door de administratieve gegevens van de RSZ(PPO) en van de NBB (sociale balansen) te gebruiken samen met de gegevens van een Datenq-websurvey (volgens verschillende vragenlijsten in functie van de beschikbaarheid van administratieve gegevens).

Responsgraad

De responsgraad van de enquête naar de arbeidskosten bedraagt 57,1% in 2012.

Frequentie

De enquête naar de arbeidskosten wordt om de 4 jaar gehouden.

Timing publicatie

De resultaten moeten twee jaar na de referentieperiode worden geleverd (in juni aan Eurostat en in november voor het grote publiek).

Definities

Arbeidskosten: totale uitgaven van werkgevers voor het in dienst hebben van werknemers. Zij omvatten de directe lonen voor de referentieperiode, premies, voordelen in natura, wettelijke bijdragen voor de sociale zekerheid, op collectieve arbeidsovereenkomsten berustende, contractuele en vrijwillige sociale premies, sociale uitkeringen ten laste van de werkgever, kosten voor beroepsopleiding, belastingen, min ontvangen subsidies.

Jaarlijkse arbeidskosten per voltijdse equivalent: de arbeidskosten gedeeld door het totale aantal voltijdse equivalenten (aantal voltijdse werknemers + aantal deeltijdse werknemers omgerekend in voltijdse equivalenten).

Maandelijkse arbeidskosten per voltijdse equivalent: jaarlijkse arbeidskosten gedeeld door de 12 maanden van het jaar.

Arbeidskosten per uur: arbeidskosten gedeeld door het totale aantal werkelijk gewerkte uren.

Werknemers in de enquête over de arbeidskosten: alle personen die een rechtstreekse arbeidsovereenkomst met de onderneming of de lokale eenheid hebben en daarvoor een beloning ontvangen, ongeacht de aard van hun werk, het aantal gewerkte uren en de duur van het contract. Het gaat over hand- en hoofdarbeiders en leidinggevend personeel.

Metadata