Huishoudbudget

Belgische gezinnen geven meer uit aan voeding, drank en tabak

Huishoudens
Belgische gezinnen geven meer uit aan voeding, drank en tabak

Nieuwe resultaten Belgische huishoudbudgetenquête

In 2020 besteedden de Belgische huishoudens 18,1% van hun budget aan voeding, drank en tabak. In 2018 was dat nog 16%. De grootste hap uit het budget, 31,8%, gaat naar de woning (huur, water, energie, onderhoud en andere kosten). Hierbij komt 6,7% of 2.348 euro per jaar voor aan de aankoop van meubelen, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten en gereedschap voor huis en tuin. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau, op basis van een enquête bij 6.000 Belgische huishoudens. Deze tweejaarlijkse enquête wordt onder andere gebruikt als input voor de actualisering van de indexkorf en voor de schatting van de consumptieve bestedingen van de huishoudens van de nationale rekeningen.

De Belgische huishoudens besteedden in 2020 gemiddeld 35.209 euro, de Vlaamse 36.447 euro, de Waalse 34.096 euro en de Brusselse 32.057 euro. In 2018 bedroegen de uitgaven van Belgische huishoudens gemiddeld 35.764 euro. In Vlaanderen ging het om 36.895 euro, in Wallonië om 34.589 euro en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om 33.356 euro.

Meer uitgaven aan voeding en woning, minder aan kleding en schoenen

De verhoudingen tussen de uitgaven posten wijzigden aanzienlijk in 2020 ten opzichte van 2018. In 2020 werd 18,1% van het huishoudbudget besteed aan voedingsmiddelen, drank en tabak: 15,9% aan voeding en niet-alcoholische dranken en 2,2% aan alcoholische dranken en tabak. In 2018 was dat 16,0% van het huishoudbudget, waarvan 14% aan voeding en niet-alcoholische dranken.

Uitgavenpost 2018 2020
Voeding en niet-alcoholische dranken 14,0% 15,9%
Alcoholische dranken en tabak 2,0% 2,2%
Kleding en schoenen 4,6% 3,4%
Woning, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen 30,3% 31,8%
Meubelen, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten 5,3% 6,7%
Transport 11,4% 9,7%
Cultuur en vrije tijd 7,2% 6,3%
Restaurant en horeca 6,6% 4,4%
Andere uitgavenposten 18,6% 19,6%

Ook op andere vlakken zijn er grote verschuivingen in bestedingspatroon tijdens coronajaar 2020 in vergelijking met eerdere jaren. Naast de stijging aan de uitgaven voor voeding en drank, stegen ook de uitgaven aan “Woning, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen” (een stijging van 1,5 procentpunt) en voor “Meubelen, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten” (een stijging van 1,4 procentpunt).

Daarnaast valt er logischerwijs een daling te zien in de uitgaven aan “Restaurant en horeca”. Terwijl een huishouden in 2018 nog gemiddeld 2.350 euro achterliet in restaurants en horeca, was dat in 2020 nog maar 1.560 euro, een daling met één derde. Ook de uitgaven aan “Kleding en schoenen” en “Transport” daalden in 2020 naar respectievelijk 1.201 euro en 3.420 euro, een daling van bijna 28% en 16% ten opzichte van de 1.659 euro en 4.065 euro die hier in 2018 aan werden besteed. Ook bij “Cultuur en vrije tijd” is er een daling in de uitgaven zichtbaar van 14% (2.210 euro in 2020 ten opzichte van 2.580 euro in 2018).

Verschuivingen in bestedingspatroon tijdens coronajaar 2020: meer uitgaven voor voeding en drank, minder voor restaurant en horeca

De tweede belangrijkste brok uitgaven zijn die voor voeding en niet-alcoholische dranken. In die categorie stegen de uitgaven met 12% tegenover 2018. In totaal werd per huishouden zo’n 5.600 euro besteed aan voeding en niet-alcoholische dranken. In zowat alle subcategorieën werd meer geld uitgegeven: +26% aan groenten, +23% aan koffie, +15% aan vis en schaaldieren, +12% aan vlees, +10% aan melk, +10% aan fruit en +6% aan brood en graanproducten. Tegenover die stijgingen staat een scherpe daling in de categorie ‘restaurant en horeca’. Een Belgisch huishouden liet in 2020 gemiddeld zo’n 1.550 euro achter in de horeca. In 2018 ging het nog om gemiddeld 2.350 euro, een daling met één derde. Afhaalrestaurants of horecazaken die maaltijden aan huis leverden, zagen een sterke stijging: huishoudens spendeerden er gemiddeld 200 euro, of een verdrievoudiging tegenover 2018. We kookten meer zelf, en dat zorgde voor 18% meer uitgaven aan vlees, groenten en aardappelen. Ook in de alcoholische dranken zien we een stijging met gemiddeld 10%: +18% aan likeur en sterke drank, +13% aan bier en +7% aan wijn.

Minder kleding en brandstof, meer interieurspullen

Het vele thuiswerk leverde in heel wat huishoudens ook een ander uitgavenpatroon uit. Zo werd veel meer uitgegeven aan nieuwe meubels (+30%), aan huishoudtextiel zoals gordijnen en bedlinnen (+20%) en aan tuinartikelen, bloemen en planten (+16%).

Daar staat een daling van 30% in de uitgaven voor kleding tegenover: huishoudens besteedden er in 2020 slechts zo’n 900 euro aan. Aan mannenkleding werd bijna 30% minder uitgegeven in vergelijking met 2018, voor vrouwenkleding gaat het om –35%.

De scherpste dalingen bij mannen zijn er in kostuums (-71%), hemden (-75%) en (jeans-)broeken (-38%). Vrouwen gaven minder uit aan bloezen (-39%) en aan (jeans-)broeken en jurken (-27%). Zowel mannen als vrouwen gaven minder uit aan schoenen: -8% voor mannenschoenen en –15% voor vrouwenschoenen.

Ook in de mobiliteitskost was er een verschuiving: de uitgaven voor brandstof daalden scherp (-30%), terwijl de uitgaven voor fietsen dubbel zo sterk stegen (+68%).

Verschuivingen in de manier van ontspannen

Heel wat meer huishoudens kozen in 2020 voor een abonnement op betaal-tv, zoals bijvoorbeeld Netflix: er werd 35% meer uitgegeven in die categorie. De sluiting van sport- en cultuurzalen toont zich ook in de uitgaven: -70% aan concerten, bioscoop en theater, -36% aan sport en recreatie.

Meer laptops en airco-systemen.

Het huishoudbudgetonderzoek peilt ook naar het bezit van duurzame goederen. Het bezit van een vaste telefoon en een desktop computer nam in 2020 verder af ten opzichte van 2018 (respectievelijk van 64% en 38% in 2018 naar 56% en 34% in 2020), terwijl het bezit van een laptop en een airconditioningsysteem verder stegen (respectievelijk van 73% en 8% in 2018 naar 77% en 13% in 2020).

Brusselse huishoudens besteden meer aan woning

Het is interessant om een blik te werpen op het uitgavenpatroon in 2020 van de huishoudens in de drie gewesten.

Uitgavepost België Vlaanderen Wallonië Brussel
Voeding en niet-alcoholische dranken 15,9% 16,0% 15,6% 16,2%
Alcoholische dranken en tabak 2,2% 2,1% 2,4% 1,9%
Kleding en schoenen 3,4% 3,7% 2,7% 3,7%
Woning, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen 31,8% 31,1% 32,2% 34,6%
Meubelen en huishoudtoestellen 6,7% 7,6% 5,4% 5,0%
Transport 9,7% 9,1% 11,5% 7,6%
Cultuur en vrije tijd 6,3% 6,4% 5,9% 6,5%
Restaurant en horeca 4,4% 4,8% 3,7% 4,7%
Andere uitgavenposten 19,6% 19,1% 20,6% 19,8%

Voor “Restaurant en horeca” geven huishoudens in Vlaanderen en Brussel procentueel meer uit dan in Wallonië: 4,8% in Vlaanderen en 4,7% in Brussel tegenover 3,7% in Wallonië (in 2018 was dit nog 7,0% in Vlaanderen en Brussel tegenover 5,6% in Wallonië).

Waalse huishoudens besteden in 2020 ten slotte verhoudingsgewijs meer geld aan transport (11,5% tegenover 9,1% in Vlaanderen en 7,6% in Brussel). Deze tendens was ook in 2018 zichtbaar (13,0% tegenover 11,1% in Vlaanderen en 7,8% in Brussel).

Grafiek
Content
Tabel
Content

Gemiddelde uitgaven voor het geheel van de huishoudens als percentage ven de totale uitgaven

COICOP Benaming Vlaanderen Wallonië Brussel
01 Voeding en niet- alcoholische dranken 16,0% 15,6% 16,2%
02 Alcoholische dranken, tabak, drugs 2,1% 2,4% 1,9%
03 Kleding en schoenen 3,7% 2,7% 3,7%
04 Woning, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen 31,1% 32,2% 34,6%
045 Elektriciteit, gas en andere brandstoffen 4,3% 5,4% 3,8%
05 Meubelen, huishoudtoestellen en onderhoudsproducten 7,6% 5,4% 5,0%
06 Gezondheid 5,0% 5,3% 5,4%
07 Transport 9,1% 11,5% 7,6%
0711 Aankoop van auto's 3,9% 5,4% 2,8%
08 Communicatie 3,2% 3,4% 3,4%
09 Cultuur en vrije tijd 6,4% 5,9% 6,5%
095 Kranten, boeken en ander papierwerk 0,9% 0,8% 1,4%
0951 Boeken 0,4% 0,3% 0,8%
10 Opleiding 0,7% 0,2% 0,8%
11 Restaurant en horeca 4,8% 3,7% 4,7%
1111 Cafes en restaurants 3,9% 3,2% 3,6%
1120 Hotels en soortgelijke huisvestingsdiensten 0,8% 0,4% 1,0%
12 Persoonlijke verzorging en diensten 10,2% 11,7% 10,2%

Huishoudbudgetonderzoek (HBS)

Doel en korte beschrijving

EU-HBS (European Union – Household Budget Survey of HBS) is een enquête over de consumptie-uitgaven van huishoudens. Het is een belangrijk werkinstrument om zowel op Belgisch als op Europees niveau de consumptiegewoonten van de bevolking over een jaar te beschrijven.

De enquête heeft tot doel een algemeen kader te creëren voor de productie van ‘communautaire’ statistische informatie op nationaal en Europees niveau over de consumptie van huishoudens, op basis van transversale gegevens (bedrag, samenstelling…) over de posten van hun budget.

De enquête is ook de voornaamste bron voor de samenstelling van de consumptieprijsindex. De keuze van de getuigenproducten en de weging ervan in de korf wordt om de twee jaar grondig herzien met het meest recente HBO. De volgende herziening zal in januari 2020 plaatsvinden (basisjaar 2013 = 100) op basis van het HBO 2018. In de jaren dat er geen nieuw HBO is wordt de gewichten aangepast via een price-update en kunnen nieuwe getuigenproducten worden toegevoegd via van een herverdeling van de gewichten van het hogere groepsniveau.  

Populatie

Alle particuliere huishoudens die in België wonen. Collectieve huishoudens zoals woonzorgcentra worden uitgesloten.

Dataverzamelingsmethode en eventuele steekproefomvang

De uitgenodigde huishoudens die deelnemen krijgen bezoek van een enquêteur. Zij krijgen een uitgavenboekje om al hun bestedingen gedurende 15 dagen (ofwel de eerste helft van een maand, ofwel de laatste helft van een maand) bij te houden. Dit kan zowel op papier als online. Vervolgens komt de enquêteur opnieuw langs om een digitale vragenlijst af te nemen.

Tussen 1999 en 2010 werden elke maand iets meer dan 300 huishoudens bevraagd uit een aparte, op zichzelf staande steekproef. Zo verkreeg men over een jaar een steekproef van ongeveer 3700 huishoudens.

Sinds 2012 vindt de enquête tweejaarlijks plaats, maar met een grotere steekproef (er wordt gestreefd naar minstens 5.000 deelnemende huishoudens per jaar). De steekproef is niet meer apart. Tot en met 2016 werd de steekproef geïntegreerd in de enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Vanaf 2018 is de steekproef driedelig, omwille van een methodologische wijziging in EAK: de volledige steekproef van EAK wordt benut, aangevuld met de steekproef van HBO 2016 en een extra steekproef uit het rijksregister.

De huishoudens die naar behoren deelnemen aan de enquête (d.w.z. alle documenten goed invullen) krijgen een financiële vergoeding

Respons

2016: 9% van de gecontacteerde huishoudens via EAK.

2018: 9% van de gecontacteerde huishoudens via EAK, 30% van de gecontacteerde huishoudens via HBO 2016 en 6% van de gecontacteerde huishoudens via het rijksregister.

Frequentie

Jaarlijks (van 1999 tot 2010).

Tweejarig (vanaf 2012).

Timing publicatie

Resultaten beschikbaar 6 maanden tot 1 jaar na de referentieperiode (vanaf 2012).

Formulieren

Uitgaven 2018 (PDF, 122 Kb)

Vragenlijst 2018 (PDF, 1.6 MB)

Definities

Een huishouden bestaat ofwel uit een alleenstaande, veelal alleen levende persoon, ofwel uit twee of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er gezamenlijk wonen.

De aangepaste consumptie-eenheid is een equivalentieschaal die wordt aangewend om de consumptieuitgaven aan te passen naar grootte en samenstelling van het huishouden. Een coëfficiënt 1 wordt toegekend aan de eerste volwassene, een coëfficiënt 0,5 aan de overige personen ouder dan 13 jaar, en een coëfficiënt 0,3 aan kinderen jonger dan 13 jaar (aangepaste OESOschaal).

Opmerkingen

Waarschuwing : De nominale waarden van HBO 2016 zijn niet vergelijkbaar met die van de voorgaande jaren omwille van een verbetering in de extrapolatiemethode. De verdeling van de uitgaven wordt echter amper beïnvloed door deze nieuwe methode.

Nomenclatuur

Concordantietabel tussen de nomenclaturen COICOP-HBS-BE (HBO 2014) en ECOICOP-BE (HBO 2016).xls

Metadata

Rapporten en artikels

Methodologische nota HBS 2018.pdf

Methodologische nota HBS 2016.pdf

SourceTM in opdracht van EUROSTAT