Van het zoeken naar een woning tot contacten met openbare diensten: wanneer burgers zich gediscrimineerd voelen
De toegang tot essentiële diensten, zoals thuiszorg, kinderopvang of openbaar vervoer, speelt een sleutelrol in de levensomstandigheden van huishoudens. Niet alleen de beschikbaarheid ervan, maar ook de daadwerkelijke toegankelijkheid, de kosten en de gebruikerservaring zijn bepalend voor het dagelijks leven van de gebruiker. Nieuwe gegevens van Statbel, het Belgische statistiekbureau, uit de editie van 2024 van de SILC-enquête, leggen niet alleen de obstakels bloot die men in het dagelijkse leven tegenkomt, maar ook de situaties waarin sommige personen verklaren discriminatie te hebben ervaren.
Ervaren discriminatie: situaties die slechts een minderheid treffen, maar in bepaalde contexten vaker voorkomen
De overgrote meerderheid van de bevolking zegt zich niet gediscrimineerd te hebben gevoeld. Toch rapporteert een niet te verwaarlozen deel van de mensen negatieve ervaringen in bepaalde situaties.
Onder de personen van 16 jaar of ouder:
- verklaart 7,9% van degenen die in de afgelopen vijf jaar naar huisvesting hebben gezocht, zich gediscrimineerd te hebben gevoeld.
- meldt 6,9% van de personen die in de afgelopen 12 maanden contact hebben gehad met overheidskantoren of openbare diensten, discriminatie.
- rapporteert 4,7% discriminatie in openbare ruimten (winkels, restaurants, vrijetijdsvoorzieningen, enz.).
- maakt 3,1% van de mensen die contact hebben gehad met een onderwijsinstelling melding van discriminatie.
De aangehaalde redenen verschillen per context, maar buitenlandse afkomst en handicap of langdurige gezondheidsproblemen behoren tot de meest genoemde.
Als we de genoemde discriminatiegronden vergelijken, komen er duidelijke verschillen naar voren naargelang de context:
- Ervaren discriminatie op grond van geslacht wordt vaker vermeld in openbare ruimten (0,5%) dan bij contact met openbare diensten (0,3%), onderwijsinstellingen (0,3%) of bij het zoeken naar huisvesting (0,2%).
- Discriminatie op grond van leeftijd komt relatief vaker voor bij contact met overheidskantoren of openbare diensten (0,8%) dan bij het zoeken naar huisvesting (0,6%) of in openbare ruimten (0,4%).
- Discriminatie op grond van handicap of langdurig gezondheidsprobleem komt ook vaker voor bij contact met overheidskantoren of openbare diensten (1,1%) en in openbare ruimten (0,8%) dan in andere contexten.
- Tot slot scoort discriminatie op grond van buitenlandse afkomst hoger in meerdere contexten, vooral bij het zoeken naar huisvesting (2,3%), maar ook in openbare ruimten (1,7%) en bij contact met overheidskantoren of openbare diensten (1,6%).
Professionele thuiszorg: bijna de helft van de huishoudens die er behoefte aan heeft, ontvangt die niet
In België leeft 8,5% van de bevolking in een huishouden met minstens één persoon die hulp nodig heeft wegens langdurig gezondheidsprobleem, handicap of ouderdom.
Onder deze huishoudens:
- Ontvangt 52,9% professionele thuiszorg
- Ontvangt 47,1% die niet
Wanneer deze zorg wordt gebruikt, gaat dat vaak gepaard met een financiële bijdrage van de huishoudens:
- 64,0% moet ten minste een deel betalen
- 35,8% is volledig gedekt door een ziektekostenverzekering of aanvullende verzekering.
Van degenen die voor deze zorg moeten betalen, zegt 54,8% dat ze het moeilijk hebben om deze kosten te dragen.
Kinderopvang: onvervulde behoeften bij een minderheid van gezinnen
Voor 4,2% van de kinderen tussen 0 en 12 jaar zijn er onvervulde behoeften aan ‘formele’ kinderopvang, d.w.z. georganiseerde opvang zoals naschoolse opvang, crèches, onthaalouders, buitenschoolse opvang of andere erkende kinderopvanginstellingen.
De belangrijkste moeilijkheden zijn:
- 26,5%: men kan het zich niet veroorloven
- 16,5%: er zijn geen plaatsen beschikbaar
- 7,6%: de diensten zijn niet beschikbaar in de buurt
- 5,3%: de openingstijden zijn niet geschikt
- 1,5%: de kwaliteit is niet bevredigend
De meerderheid van de huishoudens die voor formele kinderopvang betalen, vindt dat ze deze kosten zonder al te veel problemen kunnen dragen:
- 19,5% verklaart zeer gemakkelijk te kunnen betalen
- 36,8% gemakkelijk
- 23,8% vrij gemakkelijk
19,5% geeft daarentegen aan het financieel moeilijk te hebben om deze diensten te betalen.
Openbaar vervoer: beperkt gebruik door een groot deel van de bevolking
Het openbaar vervoer wordt slechts door een klein deel van de bevolking dagelijks gebruikt, maar de meerderheid maakt er zelden gebruik van.
Van de personen van 16 jaar of ouder:
- gebruikt 12,7% dagelijks het openbaar vervoer
- gebruikt 13,1% het elke week
- gebruikt 11,4% het elke maand
- gebruikt 18,4% het minder dan één keer per maand
- gebruikt 43,8% het nooit
In totaal maakt 62,2% van de personen nooit of zeer zelden gebruik van het openbaar vervoer.
De aangegeven redenen voor dit beperkte gebruik zijn:
- 12,6%: de reistijd is te lang
- 9,4%: er is geen openbaar vervoer beschikbaar in de omgeving
- 9,4%: de frequentie of de rijtijden zijn ongeschikt
- 5,9%: de fysieke toegankelijkheid is onvoldoende
- 2,6%: te duur
Voor meer cijfers over de toegang tot essentiële diensten en discriminatie-ervaringen in België.
Voor meer cijfers over discriminatie-ervaringen in België en andere EU-landen, zie Living conditions in Europe - self-perceived discrimination - Statistics Explained - Eurostat