Wagenbezit per huishoudens

Statbel DataLab: nieuwe statistieken, methoden en gegevensbronnen in beta-versie

54% van de koppels met thuiswonende kinderen bezit twee of meer wagens

DataLab
Wagenbezit per HH

Statbel, het Belgische statistiekbureau, brengt voor het eerst het autobezit van de Belgische huishoudens in kaart op basis van administratieve bronnen. Voordien kon het aantal Belgische huishoudens dat al dan niet over één of meerdere wagens beschikt, enkel geschat worden op basis van enquêtes[1]. Om dit te verhelpen hebben we een experimentele koppeling ontwikkeld die ons een preciezer, maar toch nog onvolledig beeld geeft (zie methodologische nota).

In 2019, bezit 54% van de koppels met thuiswonende kinderen twee of meer wagens; 14% van deze gezinnen bezit zelfs drie of meer wagens.
Eén derde van de alleenstaande ouders bezit daarentegen geen wagen en ongeveer de helft van de alleenwonenden heeft geen auto, terwijl slechts 11% van de koppels met of zonder kinderen het zonder wagen kan stellen.

Tabel 1: Aantal voertuigen per huishouden volgens type huishouden - procentuele verdeling volgens type huishouden.

  Aandeel personen Aantal wagens per huishoudens
0 1 2 3 4 5 >5
Alleenwonenden 15,0% 49,9% 46,8% 2,8% 0,3% 0,1% 0,0% 0,0%
Paren zonder thuiswonend kind 22,2% 12,5% 57,8% 25,3% 3,5% 0,6% 0,2% 0,1%
Paren met thuiswonende kind(eren) 48,2% 9,2% 36,8% 39,6% 10,8% 2,6% 0,6% 0,3%
Alleenstaande ouders 11,4% 30,0% 50,3% 15,9% 3,1% 0,5% 0,1% 0,1%
Andere types huishoudens 3,1% 38,9% 37,5% 19,0% 3,4% 0,7% 0,2% 0,2%
  100%              
Aantal huishoudens   26,8% 46,9% 20,5% 4,4% 1,0% 0,2% 0,1%

Tabel 2: Aantal voertuigen per huishouden volgens type huishouden - absolute aantallen

  Aantal personen Aantal wagens per huishoudens Aantal huishoudens
0 1 2 3 4 5 >5
Alleenwonenden 1.718.738 857.791 804.548 48.762 5.527 1.268 410 432 1.718.738
Paren zonder thuiswonend kind 2.538.616 156.679 723.795 317.194 44.328 7.619 2.032 1.621 1.253.268
Paren met thuiswonende kind(eren) 5.508.626 128.385 512.199 551.243 149.966 36.538 8.169 4.011 1.390.511
Alleenstaande ouders 1.307.845 146.661 246.068 77.911 15.102 2.543 562 328 489.175
Andere types huishoudens 357.581 40.260 38.842 19.693 3.546 752 240 200 103.533
  11.431.406                
Aantal huishoudens   1.329.776 2.325.452 1.014.803 218.469 48.720 11.413 6.592 4.955.225

Methodologie:

Om de huishoudens die beschikken over een of meerdere in België ingeschreven voertuigen te identificeren, hebben we een koppeling gemaakt tussen enerzijds het bevolkingsbestand 2019 en het DIV 2019 en anderzijds tussen het bevolkingsbestand en de Belcotaxgegevens. De koppeling van het bevolkingsbestand 2019 met DIV resulteerde in een directe identificatie van 4.697.245 voertuigen ingeschreven op naam van een privé persoon. Naast deze voertuigen zijn ook 994.624 voertuigen terug te vinden in DIV ingeschreven op een ondernemingsnummer. Deze wagens dekken een grote variëteit aan toepassingen waaronder dienstwagens, leasingswagens en uiteraard ook salariswagens (bijvoorbeeld ingeschreven op naam van een leasingfirma).

Deze laatste groep wagens speelt in ons land,  zoals gekend, een niet te onderschatten rol als het gaat over wagenbezit. Op basis van de DIV kan echter voor de wagens ingeschreven op ondernemingsnummer geen onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende types gebruik.

We volgden daarom een andere strategie, en betrokken bepaalde fiscale gegevens in deze koppeling (de zo genaamde Belcotax gegevens[2]).  Via deze weg identificeerden we 613.603 wagens (van de 994.624 wagens bij DIV ingeschreven op een ondernemingsnummer), die we kunnen toeschrijven aan de huishoudens. We hebben dit cijfer voorgelegd aan experts. Deze geven aan dat dit een onderschatting betreft van ongeveer 150.000 (salaris)wagens[3]. Dat is ongeveer 3% van het totale aantal voertuigen dat we koppelden (5.311.000 )

Naast overleg met experten valideerde we deze gegevens ook ten opzichte van onze enquêtes. De resultaten van deze validatie waren positief. 

 


[1] Enquêtegegevens laten geen gedetailleerde geografische analyses toe, iets wat in mobiliteitsstudies uiteraard belangrijk is.
Op basis van administratieve gegevensbronnen is dat wel mogelijk. Statbel, het Belgisch federale statistiekbureau, koppelde daarom verschillende databases op innovatieve manier en slaagde er op die manier in het autobezit van de Belgische huishoudens in kaart te brengen.
De resultaten en methodologie van dit werk werden gevalideerd door een grote groep mobiliteitsexperts. Deze bevestigen de grote waarde van de nieuwe data (ten opzichte van enquêtegegevens) maar wijzen op een onderschatting van bij benadering 150.000 wagens (3 % van de 5.311.000  voertuigen die we koppelden). We benadrukken dus dat onderstaande resultaten niet definitief zijn, maar we kunnen stellen dat mogelijke verschuivingen in de procentuele verdeling volgens huishoudtype relatief klein zullen zijn.

[2] Aangifte van een wagen kan voor een zelfstandige bedrijfsleiders via opgave van het "voordeel van alle aard omwille van gebruik van een bedrijfswagen" in de fiscale fiche 281.20 - voor werknemers via opgave van het "voordeel van alle aard omwille van gebruik van een bedrijfswagen" in de fiscale fiche 281.10.

[3] De onderschatting van het aantal salariswagens is volgens experts niet te wijten aan het niet aangeven van deze salariswagens door individuele burgers, aangezien de aangifte  in de praktijk vaak wordt voorbereid door personeelsdiensten en sociale secretariaten. We blijven de kwaliteit van de koppeling (bijvoorbeeld verschillen in extractiemomenten) analyseren, evenals de mogelijkheid om informatie te integreren via andere gegevensbronnen.