Het doel van de gegevensverzameling bij ondernemingen is het opstellen van internationaal vergelijkbare statistieken en van nationale indicatoren rond de digitale kloof.
In ons land nemen ongeveer 7.500 ondernemingen deel aan deze verplichte enquête. Indien een onderneming over een informatica-afdeling beschikt, dan zal deze in staat zijn het grootste deel van de vragen te beantwoorden. Gelijkaardige enquêtes worden in de andere Europese landen gehouden, waardoor internationale vergelijkingen van de resultaten mogelijk is.
Het universum van de ICT-enquête bij ondernemingen is eigenlijk een deeluniversum van de structuurenquête. De resultaten van de structuurenquête voor de variabelen ‘omzet’ en ‘aankopen’ worden ook gebruikt bij het berekenen van de resultaten.
Voor de ICT-enquête bij ondernemingen zijn er twee methodes van gegevensverzameling: via een webapplicatie, en via een papieren formulier.
Eerst krijgen alle ondernemingen in de steekproef een uitnodigingsbrief toegestuurd waarin ze worden aangespoord de enquêtevragen via het web te beantwoorden. Eén maand ongeveer na versturen van de uitnodigingsbrief krijgen de ondernemingen die niet via het web hebben geantwoord een papieren enquêteformulier toegestuurd. Vervolgens worden stapsgewijs in de loop van de twee maanden volgend op het formulier een aantal maanbrieven gestuurd.
De steekproef van de ICT-enquête bij ondernemingen is gestratificeerd naar de volgende combinatie: gewest*klassengrootte*activiteitssector. De kans om in de steekproef te worden opgenomen verschilt naargelang van de combinaties klassengrootte*gewest.
Voor de grootste ondernemingen (250 en meer werknemers) is de kans om te worden geselecteerd gelijk aan 1.
De respons ligt voor de ICT-enquête bij ondernemingen meestal in de buurt van 60%.
De ICT-enquête wordt om het jaar georganiseerd.
De gegevens moeten tegen begin oktober naar Eurostat worden doorgestuurd. Voor het publiek zijn resultaten beschikbaar op het einde van het jaar.