Opleiding en vorming van volwassenen wordt tegenwoordig als een belangrijke troef beschouwd om economische groei en sociale (persoonlijke) ontwikkeling te bevorderen. In beleidskringen is hierdoor de nood ontstaan om statistische gegevens te verzamelen over de gevolgde opleidingen om zo de ontwikkeling van de bevolking (het opgebouwde human-capital) op te volgen en de verworven kennis, vaardigheden en competenties te meten. De omvang van de gevolgde vormingsactiviteiten wordt immers als een belangrijke investering aanzien om door het beleid vooropgestelde doelstellingen te bereiken. Het aantal gevolgde vormingsactiviteiten moet daarom gemeten en gewaardeerd kunnen worden waardoor een bijsturing en efficiënte afstemming van het beleid mogelijk wordt. De Enquête Volwasseneneducatie heeft meer bepaald tot doel om de participatie van de Belgische bevolking aan levenslang leren te meten. De bedoeling is om de participatiegraden in allerlei opleidingsvormen te achterhalen: welke respondenten welk type opleidingen volgen. In de enquête wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds formeel en niet-formeel leren en anderzijds informeel leren. Het is tevens de bedoeling om informatie te verzamelen die in alle deelnemende landen vergelijkbaar is: participatiegraden aan opleiding en vorming uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en type opleiding, kenmerken van de gevolgde opleidingen enz.
De Adult Education Survey (in het Nederlands ‘Enquête Volwasseneneducatie’) is voor het eerst in 2008 door de AD Statistiek en Economische Informatie uitgevoerd. De volgende ronde van de enquête is voorzien voor 2011/2012.
Respondenten tussen 25 en 64 jaar zijn de doelgroep van de enquête.
Binnen de AD Statistiek en Economische Informatie is voor een ‘mixed-mode survey’ geopteerd. De manier waarop de enquête wordt afgenomen is een combinatie van webenquête en postenquête. Voor de Piloot AES werden respondenten eerst aangemoedigd om uitsluitend via het web te antwoorden. Later kregen respondenten, die nog niet geantwoord hebben via het web, een papierenvragenlijst toegestuurd. Voor beide ondervragingswijzen werden de individuen getrokken in de steekproef via een brief uitgenodigd om deel te nemen aan de enquête.
In de volgende ronde (2011-2012) zal AES als drop-off bij EAK worden uitgevoerd (d.w.z. de enquêteur die de EAK enquête afneemt, zal de AES vragenlijst achterlaten bij de respondent en/of aanmoedigen om de enquête op papier of on-line in te vullen).
± 12 500 individuen. Het gaat om een gestratificeerde steekproef met 18 categorieën (3 gewesten x 2 geslachten x 3 leeftijdsklassen).
De responsgraad van de Piloot AES (2008) bedraagt ± 33%.
2011 (strikt genomen: de voorbije 12 maand voorafgaand aan de ondervraging).
AES zal om de 5 jaar uitgevoerd worden.
AES piloot is uitgevoerd in 2008.
AES1 is voorzien voor 2011/2012.
Eerste resultaten sinds maart 2009 beschikbaar.
Resultaten AES1: beschikbaar vanaf begin 2013.