Geografie

Er worden verschillende concepten gebruikt om het landoppervlak te beschrijven. Er bestaat echter geen logisch verband tussen de drie hieronder vermelde concepten. Het is dus niet mogelijk de gepubliceerde statistieken aan elkaar te koppelen.

Bodembedekking (land cover, couverture du sol) is wat men concreet ziet: gras, bossen, velden, gebouwen. Deze statistieken worden meestal op basis van luchtfoto’s geproduceerd (voorbeeld: CORINE Land Cover van het NGI en van het Europees Milieuagentschap) en zullen binnenkort beschikbaar zijn op onze website.

Het bodemgebruik (land use, utilisation du sol) is het doel ervan. Een weide kan bijvoorbeeld gebruikt worden als weiland (landelijk gebruik, “permanente weiden”), als tuin (residentieel gebruik, grond aanpalend aan een woning = “bebouwd perceel”) of als voetbalveld (“sportterreinen en recreatiegebieden”). Deze nomenclatuur komt overeen met een internationale standaard. De gebruikte bronnen zijn de landbouw- en bosinventarissen en de (ongepubliceerde) gedetailleerde gegevens van het kadaster. Het begrip “bebouwde terreinen” omvat alle verstedelijkte terreinen: wegen, parkings, openbare parken, sportterreinen, tuinen, industrieterreinen, enzovoort. De gepubliceerde gegevens over bodembezetting komen niet overeen met de gegevens over bodemgebruik. Deze statistieken zijn hier beschikbaar: http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/leefmilieu/geo/bodemgebruik/Externe link.

De bodembezetting (occupation du sol) is een typisch Belgisch begrip dat in de internationale statistieken niet wordt gebruikt. Het is de theoretische bestemming die de eigenaar, in overleg met de administratie van het kadaster, aan een perceel toewijst om het kadastrale inkomen ervan te bepalen. Een perceel dat bestemd is als weiland wordt bijvoorbeeld in de kadastrale rubriek “grasland” opgenomen. Het perceel wordt echter al lang niet meer onderhouden en is een bos geworden. Het blijft nochtans in de rubriek “grasland”, die de officiële kadastrale bezetting ervan weergeeft. In de praktijk zijn de eigenaars verplicht de wijzigingen in de bestemming van hun percelen te melden als die wijzigingen een invloed hebben op het kadastrale inkomen. De administratie van het kadaster probeert het inkomen te optimaliseren. De aangegeven bezetting van de meest waardevolle percelen is daarom meestal correct, terwijl de minder gewaardeerde percelen minder vaak worden gecontroleerd. De onderverdeling van de kadastrale statistiek van de bodembezetting volgt de logica van de fiscale doeleinden. Het totaal van de “bebouwde percelen” omvat bijvoorbeeld geen paden en wegen, parken en sportterreinen, niet-gekadastreerde percelen, industrieterreinen, kampeerterreinen, walmuren, dijken, enzovoort. We publiceren deze statistiek omdat ze tot 1980 teruggaat, tot op gemeenteniveau beschikbaar is en omdat specialisten deze statistiek nodig hebben voor hun modellen voor de schatting van bodemgebruik en bodembedekking. Voor deze statistiek wordt gebruikt, moeten de volgende beschrijvende documenten worden gelezen: (... de publicatie van 1/1/1980).

Voorbeelden van afwijkingen in de statistiek van de bodembezetting ten opzichte van de werkelijke bodembedekking: er is ongeveer 30% meer landbouwgrond dan de oppervlakte die effectief door professionele landbouwers wordt gebruikt. Het aantal bossen wordt met meer dan 10% onderschat. Het “totaal van de bebouwde percelen” is ongeveer 35% lager dan de “bebouwde gronden en aanverwante terreinen” van het bodemgebruik.

Downloadbare bestanden