Europa 2020

Het socio-economische luik binnen de EU2020-strategie

Meer werkgelegenheid, een hogere productiviteit en een sterkere sociale samenhang. Dat zijn de drie streefdoelen die de Europese Unie zich tegen 2020 oplegt. Om deze doelstellingen te realiseren, bundelt de zogenaamde Europa 2020-strategie de gemeenschappelijke beleidsprioriteiten voor het lopende decennium. Concreet uit deze strategie zich in de volgende vijf kerndoelstellingen:

  1. 75% van de Europeanen tussen 20 en 64 jaar moet werk hebben;

  2. een investering van 3% van het BBP van de EU aan onderzoek en innovatie;

  3. een reductie met 20% in de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990, het verhogen van de energie-efficiëntie met 20%, het dekken van 20% van de energiebehoeften op basis van duurzame energiebronnen;

  4. het aandeel vroegtijdige schoolverlaters herleiden tot minder dan 10% en minstens 40% van de 30 tot 34-jarigen moet een diploma hoger onderwijs bezitten;

  5. het aantal Europeanen die slachtoffer van armoede en sociale uitsluiting zijn of dreigen te worden met ten minste 20 miljoen verlagen.

De bovenstaande kerndoelstellingen gelden voor de Europese Unie in haar geheel. Binnen deze zone zijn er echter grote nationale verschillen waar te nemen. Vandaar dat iedere lidstaat en dus ook België een uniek groeipad volgt en voor ieder domein eigen doelstellingen hanteert die rekening houden met de situatie in 2010. Op deze manier slaagt de EU erin om de verschillende objectieven op te krikken, terwijl de lasten op een realistische manier over de lidstaten worden verdeeld.

We beperken ons hier tot het socio-economische luik van de EU2020-strategie en tot deze indicatoren die op basis van statistieken van de AD Statistiek – Statistics Belgium worden opgesteld. De onderstaande tabel geeft een algemeen overzicht van de doelstellingen voor 2020 en beschrijft eveneens de huidige situatie.

Kernindicator EU2020Europese doelstelling 2020Nationale doelstelling 2020Actuele Belgische situatie
Werkgelegenheidsgraad 20 tot 64-jarigen75%73,2%67,3% (2014)
Vroegtijdige schoolverlaters10%9,5%9,8% (2014)
Percentage 30 tot 34-jarigen met een diploma hoger onderwijs40%47%43,8% (2014)
Personen met risico voor armoede en sociale uitsluiting (AROPE)(a)-20.000.000-380.00021,2% (2014)
(soit +146.000 personnes par rapport à 2008)
- Personen onder 60 jaar uit een huishouden met een zeer lage tewerkstellingsintensiteit14,6% (2014)
- Personen met armoederisico na sociale transfers15,5% (2014)
- Personen met ernstig materieel gebrek5,9% (2014)
(a) Met het oog op de beschikbaarheid van de brondata, wordt voor deze indicator een andere referentieperiode gehanteerd. Voor België neemt men het referentiejaar 2008 als basis, toen 2.194.000 personen het risico op armoede en sociale uitsluiting liepen. De finale evaluatie in 2020 zal bijgevolg gebaseerd zijn op het cijfer van 2018, zodanig dat naar analogie met de overige indicatoren een periode van tien jaar in overschouw wordt genomen.

De bovenstaande tabel bevat enkel de kerncijfers. Meer gedetailleerde informatie, zoals een historische evolutie en bijkomende indicatoren, zijn raadpleegbaar in drie afzonderlijke rubrieken. Concreet gaat het om

  • arbeidsmarkt;

  • opleiding;

  • armoede

Downloadbare bestanden

Eurostat