Sinds de eerste wetenschappelijke telling door Adolphe Quetelet in 1846, heeft België bijna elke 10 jaar 16 algemene volks- en woningtellingen georganiseerd. Vanaf het begin en meer bepaald vanaf 1856 bestreek de algemene volkstelling verschillende aspecten van de samenleving. Ze beperkte zich niet tot het tellen van de inwoners voor administratieve doeleinden, maar breidde haar reikwijdte uit tot een sociale, economische en demografische inventaris.
Sinds de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters is het Rijksregister van de Natuurlijke Personen de enige basis voor de bevolkingscijfers en heeft de volkstelling daardoor haar administratieve functie verloren. Haar rol van bevoorrechte informatiebron op socio-economisch vlak werd echter versterkt. Die evolutie verklaart de naamsverandering in 2001. De exhaustieve enquête werd toen omgedoopt tot “Algemene sociaaleconomische enquête 2001”. In 2011 wordt er een nieuwe belangrijke methodologische wijziging doorgevoerd, namelijk het gebruik van bestaande administratieve databanken in plaats van een enquête bij alle burgers van het land.
| Data | Bevolking | Data | Bevolking |
|---|---|---|---|
| 1846 (15 oktober) | 4.337.196 | 1920 (31 december)** | 7.465.782 |
| 1856 (31 december) | 4.529.460 | 1930 (31 december) | 8.092.004 |
| 1866 (31 december) | 4.827.833 | 1947 (31 december) | 8.512.195 |
| 1876 (31 december)* | 5.336.185 | 1961 (31 december) | 9.189.741 |
| 1880 (31 december) | 5.520.009 | 1970 (31 december) | 9.650.944 |
| 1890 (31 december) | 6.069.321 | 1981 (1 maart) | 9.848.647 |
| 1900 (31 december) | 6.693.548 | 1991 (1 maart) | 9.978.681 |
| 1910 (31 december) | 7.423.784 | 2001 (1 oktober) | 10.296.350 |
* De resultaten van de volkstelling van 1876 worden vaak buiten beschouwing gelaten.
| |||