Chronische aandoeningen. Gezondheidsenquête 2008

Chronische aandoeningen. Gezondheidsenquête 2008
Externe linkExterne linkIn dit rapport wordt nagegaan in welke mate chronische aandoeningen voorkomen in de algemene bevolking. Daar het gaat om zelfgerapporteerde informatie moeten de resultaten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Toch zijn enquêtegegevens over chronische ziekten van groot belang omdat ze vaak de enige informatiebron zijn om de grootteorde van belangrijke gezondheidsproblemen in de algemene bevolking in
te schatten.
Meer dan één op de vier personen (27,2%) geeft aan minstens één langdurige ziekte, langdurige aandoening of handicap te hebben. Het percentage personen met een langdurige aandoening stijgt sterk met de leeftijd. Bij kinderen en jongeren onder de 15 jaar is dit 9,1%; bij 75-plussers is dit bijna 60%. Hoe lager het opleidingsniveau, hoe hoger de kans dat men een langdurige aandoening rapporteert. In het Brussels Gewest vinden we een hoger percentage mensen met een langdurige aandoening dan in de andere 2 gewesten, maar in vergelijking met andere grote steden zoals Antwerpen en Gent stellen we geen verschillen vast. Het aantal personen met een langdurige aandoening is in 2008 licht toegenomen tegenover de vorige enquêtejaren 1997, 2001 en 2004. In vergelijking met 2004 steeg het percentage personen met een langdurige aandoening van 23,8% naar 27,2%. Dit is voor een stuk te wijten aan de veroudering van de bevolking, maar ook als we hiervoor corrigeren zien we een significante toename.
In de gezondheidsenquête wordt gevraagd of de respondenten in de afgelopen 12 maanden last hadden van één van de volgende specifieke chronische aandoeningen: Astma (ook allergisch astma); Chronische bronchitis, chronisch obstructief longlijden, emfyseem; Hartinfarct; Coronaire hartziekte (angina pectoris); Hoge bloeddruk (hypertensie); Beroerte (hersenbloeding, hersentrombose); Reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten); Artrose (gewrichtsslijtage); Lage rugprobleem of andere chronische rugaandoening; Nekprobleem of andere chronische nekaandoening; Suikerziekte; Allergie, zoals neusloop, oogontsteking, huiduitslag, voedselallergie, of andere (maar geen allergisch astma); Maagzweer of zweer aan de 12-vingerige darm; Levercirrose, ander leverlijden; Kanker (kwaadaardig gezwel, ook inbegrepen leukemie en lymfeklierkanker ; Ernstige hoofdpijn zoals migraine; Urinaire incontinentie, problemen om de urine op te houden; Chronische angst; Ernstige somberheid of depressie voor een periode van minstens 2 weken; Andere mentale gezondheidsproblemen; Permanent letstel of defect veroorzaakt door een ongeval; Schildklierafwijkingen; Glaucoom (verhoogde oogdruk); Cataract (staar); Ziekte van Parkinson; Epilepsie; Langdurige vermoeidheid voor een periode van minstens 3 maanden; Osteoporose (ontkalking van het bot); Gebroken heup; Ernstige darmstoornissen voor een periode van minstens 3 maanden; Nierstenen; Ernstige nierstenen behalve nierstenen; Chronische blaasontsteking; Ernstige of chronische huidaandoening; Galstenen of galblaasontsteking; Prostaatklachten (enkel voor mannen). Bij mannen zijn de 5 meest voorkomende aandoeningen in dalende frequentie van voorkomen: lage rugprobleem (14,5%), allergie (11,5%), hoge bloeddruk (11,0%), artrose (8,4%) en nekprobleem (6,5%). Bij vrouwen vinden we in de top 5 dezelfde aandoeningen terug, maar in een andere volgorde: lage rugprobleem (18,9%), artrose (16,8%), allergie (14,5%), hoge bloeddruk (14,4%) en nekprobleem (12,2%). De meeste chronische aandoeningen worden vaker gerapporteerd door vrouwen dan door mannen.

Publicatiedatum :01/03/2010
Overheidspublicatie :Ja
Categorie Digibib:Brussel , Gezondheid , Mannen en vrouwen , Vlaanderen , Wallonie
Soort uitgave:Rapport