FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
Publicatiedatum: 22/02/2012
Taal: Nederlands (NL)
Categorie Digibib: Arbeidsmarkt, Geboorte, Huwelijk en gezin en relatie, Mannen en vrouwen
Soort uitgave: Artikel
Overheidspublicatie: Nee
De sterke toename in vrouwelijke onderwijsparticipatie sinds het einde van de jaren 60 zorgde voor een forse instroom van vrouwen op de arbeidsmarkt. Hoewel het gezinsbeleid meer en meer werd afgestemd op het tweeverdienersmodel, vertoont de manier waarop gezin en arbeid worden gecombineerd sterke verschillen tussen hoog- en laagopgeleide vrouwen. Vooral bij laaggeschoolde vrouwen kent de arbeidsparticipatie een sterke terugval na het krijgen van kinderen, zo schrijven Karel Neels en Zita Theunynck (Departement Sociologie, Universiteit Antwerpen) in dit artikel.
De resultaten van de Generations & Gender Survey (GGS) tonen aan dat er bij vrouwen van 18 tot 49 jaar zonder kinderen een aanzienlijk verschil van 30 procent bestaat op vlak van arbeidsparticipatie tussen hooggeschoolde en lager geschoolde vrouwen. De laaggeschoolde vrouwen die wel actief blijven na de komst van een kind bevinden zich bovendien proportioneel meer in deeltijds werk, wat een zwakkere inkomenspositie met zich meebrengt.
Laagopgeleide vrouwen van 18 tot 49 jaar zonder kinderen hebben in 37% van de gevallen een voltijdse job en in 19% van de gevallen een deeltijdse job. Na het krijgen van kinderen is er een sterke terugval. Als het jongste kind 2 jaar of jonger is, werkt nog amper 11% van de vrouwen voltijds en 13% deeltijds. De arbeidsparticipatie stijgt opnieuw naarmate de leeftijd van het jongste kind toeneemt: als het jongste kind een leeftijd van 3 tot 5 jaar heeft, werkt 19% van de vrouwen voltijds en 36% deeltijds. Wanneer het jongste kind de leeftijdsgroep van 6 tot 11 jaar bereikt, stijgt de arbeidsparticipatie tot respectievelijk 26% voltijds en 31% deeltijds. Opvallend is dat de stijging grotendeels te situeren is bij deeltijdse arbeid, wat sterke repercussies meebrengt voor de inkomenspositie en de aard van werk van deze vrouwen. Deze verschuiving richting deeltijdse arbeid maakt duidelijk dat vrouwelijke arbeidsparticipatie niet enkel op korte maar ook op lange termijn beïnvloed wordt door de aanwezigheid van kinderen.